12 December 2010

2008 - 4

Van de redactie p. 3

Allard Schröder, Vijftien meter verder naar het westen, p. 5
David Hollanders, Aan economie valt niet te ontsnappen, p. 14
Bertram Mourits, Waarom zouden we die boeken nog lezen? De canon en de zin van het leven, p. 19
Michael Tedja, Begrenzen en vastleggen, p. 29
Michael Tedja, In achtenvijftig facetten geslepen, p. 35
Wil Boesten, Het sleepnet. Over tastbaar en ongrijpbaar bij Oek de Jong, p. 37
Astrid Lampe, BIG MAC, p. 48
Peter Drehmans, Gedichten, p. 50
Willem Milo, Gedichten, p. 53
August Hans den Boef, [Haat] is een deugd of de religiosering van de westerse ethiek, p. 57

Een woord een woord:
Evelien Chayes, Het vunzige van de roman, p. 65

Het maaiveld:
Toef Jaeger, Voor de zekerheid hier een kleine terzijde - want o, u zou mij mis kunnen verstaan. Wessel te Gussinklo's Apocalyps, p. 73

De laatste stelling:
A. Maria van Erp Taalman Kip, De grenzen van de interpretatie. Twee opvoeringen van Sophocles' tragedia Aias, p. 78

Literaire sensaties:
Mertens, p. 86

Michael Tedja. Omslag en pagina's 4, 27, 28, 34, 36

Redactioneel commentaar bij De Revisor 4, 2008

In reactie op het vorige nummer over literaire non-fictie stelde de poëziewebsite De Contrabas de vraag aan de Revisor-redactie of het blad niet te zeer een moralistisch standpunt had ingenomen ten opzichte van literatuur. Het was een terechte vraag.

Zonder cynisme kunnen we stellen dat literatuur ons heilig is - uiteraard in het volle besef van de vooronderstellingen van die uitspraak (wat is literatuur? wat is heilig?). De redactie neemt elke keer een tamelijk elitair en tot nu toe onaangevochten standpunt in over wat 'literatuur' is. Dat betekent niet dat we geen oog hebben voor de relatie tussen literatuur en werkelijkheid. In dit nummer misschien zelfs wat meer dan anders: deze keer is er ruimte voor cultuur-kritische beschouwingen. Zo gaat August Hans den Boef in op de notie 'haat', zoals die terug te vinden is bij publieke figuren van dit moment, maar ook hoe daar in de literatuur mee is omgesprongen. Misschien dat er een maatschappelijke les kan worden getrokken uit literaire observaties van het verschijnsel haat. Betram Mourits stelt vast dat er in de geesteswetenschappen weer meer nagedacht wordt over de zin van het leven, en vraagt zich af of literatuur daar op enigerlei wijze aan kan bijdragen.

Hoe literatuur de weg kan wijzen via de woorden van een gedesillusioneerde mensenhater, beschrijft David Hollanders in een stuk over Michel Houellebecq. Wil Boesten buigt zich over het werk van Oek de Jong: het schrijven om te begrijpen.

Naast deze analyses is er ook literaire fictie, zoals een verhaal van Allard Schröder en nieuwe poëzie van Astrid Lampe. Michael Tedja en Willem Milo maken voor het eerst hun opwachting in De Revisor. Dat geldt niet voor Peter Drehmanns; van hem stonden al eerder verhalen in dit blad. Toch debuteert hij in dit nummer, namelijk als dichter.

En dat alles geschraagd door onze vast rubrieken: Een woord een woord, De laatste stelling, Het maaiveld en natuurlijk Mertens.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog