Koubaa vs. Koubaa, bekentenissen van een schrijver

Een paar weken geleden was ik in Amsterdam voor de presentatie van de nieuwe Revisor. Na de voorstelling ben ik in met mijn broer, die in Amsterdam woont, de stad ingetrokken. Hij trakteerde me in een gezellig restaurantje zonder menukaart, maar met obers met een pico bello korte termijngeheugen. ‘Beter een etentje dan nog een boek voor je verjaardag,’ gekscheerde mijn broer. Tijdens de voortreffelijke maaltijd hadden we  het over onze vader, vrouwen en literatuur. Toen het hoofdgerecht, iets met kalf, werd opgediend, bekende ik mijn broer dat ik voor het eerst in mijn schrijversbestaan existentiële twijfels had. ‘In feite is het mislukt,’ zei ik nogal melodramatisch toen ik het vlees aansneed. Later, in een whiskybar in de buurt van het Leidse Plein, vertelde mijn broer me een verhaal, als ik het me goed herinner was het van Thomas Bernhard. Ik kende het niet. Het verhaal, het is misschien een roman, gaat over drie pianisten. Een ervan is de wereldvermaarde en uiterst eigenzinnige virtuoos Glenn Gould.

Ben je daar zeker van, Koubaa?

Nee, Koubaa, maar ik heb me voorgenomen niets, of toch zo weinig mogelijk op te zoeken, ik wil weten wat ik weet.

Of hoe weinig je weet.

De drie studenten krijgen les in Salzburg van Vladimir Horowitz…

Je weet niet wie het verhaal geschreven heeft en of het een roman is, maar wel dat de studenten les kregen van Horowitz? Kom Koubaa.

Ik weet dat, Koubaa, van mijn broer die al heel z’n leven in de klassieke muziek zit, en als je me niet steeds zou willen onderbreken, ik wil een verhaal vertellen.

Ik houd je niet tegen.

Wanneer de twee andere pianisten Gould Bachs Goldbergvariaties horen spelen, beseffen ze dat zij, zelf ook pianisten die boven de middelmaat uitstijgen, nooit zijn niveau zullen halen. Het spel van Gould overstijgt volgens hen zelfs de pianokunst van hun leraar. Dit inzicht doet beide vrienden stoppen met pianospelen, en blijft hun verdere leven bepalen. ‘Zo, broertje, en wie ben jij? Glenn Gould, Horowitz  of een van de twee vrienden?’ vroeg mijn broer terwijl hij zijn eilandwhisky naar zijn lippen bracht. De vraag was niet moeilijk te beantwoorden, maar vervelend als een wesp die rond mijn zoet schrijverschap cirkelde.  Ons gesprek viel stil. Ik wist even niet meer waar ik zat, wie ik was en kapte mijn glas whisky van veertien en een halve euro zonder te degusteren naar binnen als een shot wodka. Waarom was ik ontregeld? Ik schrijf, ja, vijfentwintig uur per dag, maar waarom doe ik dat… in de wetenschap dat ik van mijn leven niet in de buurt geraak van wat Borges, Beckett en Boelgakov aan het papier hebben toevertrouwd? In bescheidenheid zeg ik dat ik me niet dommer voel dan deze drie schrijvers. Ik lees, studeer, luister en kan verbanden leggen die niemand ziet maar er wel toe doen. Ik kan het alleen niet altijd zo verwoorden als deze schrijvers. En is dat niet de essentie van schrijven? Het op papier krijgen.

Het juiste verhaal, Koubaa, de rest komt vanzelf.

Ja, maar wat is dat, Koubaa, het juiste verhaal?

Dat moet jij uitvlooien, jongen.

Het juiste verhaal? Is dat iets wat je wordt ingefluisterd, iets wat je van straat opraapt, iets wat je zoekt… God die lacht?

Eigenlijk is wat en waarover je schrijft nog niet eens hoofdzaak, Koubaa, laat me vooral nieuwsgierig zijn naar wat je hoofdpersoon op de volgende bladzijde gaat uitrichten, neem me mee in zijn logica…

Het juiste verhaal! Dag na dag tik ik de zinnen in die het in mijn hoofd van andere zinnen hebben gewonnen tot ze een tekst vormen. Negentig procent van die teksten verdwijnen in de la, de rest wordt tot een roman geassembleerd. En meer zit er niet in: ik ben Borges, Beckett of Boelgakov niet,  ik ben wie ik ben. Dat is de realiteit waarmee mijn broer me op een dinsdagavond in hartje Amsterdam confronteerde. Je kunt nooit beter worden dan jezelf, en als je geen god bent zul je er ook geen worden.

Ken jezelf, Koubaa, en: al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.

Moest ik stoppen met schrijven, zoals de twee pianisten die in het verhaal van Bernhard stoppen met pianospelen? Stoppen vraagt intellectuele moed.

Ik sliep bij mijn broer op de bank met uitzicht op het IJ. IK STOP ERMEE, schreef ik in mijn zwarte schriftje n°87 en toen dook de wesp rond mijn schrijverschap weer op en deed ik geen oog dicht.

Iedere schrijver overweegt minstens drie à vier keer te stoppen met schrijven, Koubaa, dat is eigen aan het vak.

Laat me met rust, Koubaa, ik moet morgen lesgeven en er zit hier een wesp.

Alleen slaan als je zeker weet dat je haar zult vermorzelen, Koubaa, anders valt ze opnieuw aan… en veel agressiever.

De volgende middag nam ik na een uitsmijterontbijt op de Prinsengracht afscheid van mijn broer en vertrok naar Antwerpen waar ik les moest geven aan de Schrijversacademie; iets wat ik met veel liefde doe. Mijn cursus wordt als volgt omschreven:

Crisismanagement
Bij het schrijven komt er altijd een crisismoment. Je moet als schrijver leren omgaan met mislukkingen, je moet soms hele hoofdstukken durven weggooien. Maar je moet ook je eigen persoonlijkheid ontwikkelen. Wat is jouw stijl? Waar ligt jouw bezetenheid?
10 lessen – Bart Koubaa, in de loop van 2015-2016.

Als je van de duvel spreekt, Koubaa.

Ik begon de les met een verhaal van Daniil Charms, ‘Het Blauwe schrift n° 10’. Er was eens een man met rood haar die geen ogen had en geen oren. Hij had ook geen haar op zijn hoofd, zodat je hem slechts voorwaardelijk roodharig kon noemen. Het verhaal gaat nog een paar regels verder, de man heeft ook geen ruggengraat en geen spoor van ingewanden. Laten we het niet langer over hem hebben, besluit de schrijver. Een van mijn studenten wist dat je wespen kunt verjagen met azijn en kruidnagel, een andere zwoer bij het in brand steken van koffie. Na de les kocht ik een blikje bier in een nachtwinkel in Berchem en nam de trein naar huis. Het viel me op hoeveel voetbalvelden er langs de sporen lagen, en ik dacht aan mijn zoon: acht jaar, voetballer bij VSV en een kamer vol voetballers die hij uit tijdschriften en kranten heeft gescheurd, verknipt en geassembleerd tot een waar dadaïstisch kunstwerk. De hele wereld voetbalt, maar het zijn niet allemaal Messi’s en Ronaldo’s, kwam het in me op. Mijn zoon speelt op zaterdag match voor een handvol ouders en grootouders, en wat kan hem het schelen, het speelplezier druipt van hem af op het veldje. Hij rent, scoort, valt en tackelt als een held, op zo’n zaterdagen is hij mijn kleine Messi… Vorige week scoorde hij drie keer tegen De Pinte en kreeg hij een bal recht in het gezicht. Hij viel neer en de trainer liep naar hem toe, ik was geschrokken. En toen stond hij weer op, geen tranen, en deed hij verder alsof er niets gebeurd was. Wat een kracht! Hij deed me aan een samoerai denken. In de voetbalwereld van mijn zoon is er geen afstand tussen hem en de voetbalgoden, geen ondraaglijke wroeging of angst. Zijn wereld is vol vreugde en éneriquement non-intellectuel zoals Jean Herbert de Japanse Weg der Goden omschrijft.

Mijn oosterse ogen gingen open voor de trein Gent-Dampoort binnenreed: IK BEN ZONDER ANGST, schreef ik in mijn schriftje n°87. En een voetbalveld verder: Ik wil mezelf niet definiëren door hoe ik me tegen angst verdedig…  Sinds de Verlichting vragen westerse schrijvers en hun antihelden zich schuw en bevreesd af wie ze zijn, wat hun verhaal ons over onszelf kan leren. Er wordt hier en daar geloofd dat we de waarheid niet moeten beoordelen op haar herkomst maar op haar nut. Wat zegt deze roman ons over onszelf? Dat we de realiteit niet aankunnen en ons verdoven met verhalen? Als ik rondom mij kijk en het zooitje zie dat we ervan gemaakt hebben, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de literatuur, zoals die andere opiaten van het volk godsdienst en vrije wil, geen betere, mooiere, gelukkigere laat staan intelligentere wezens van ons heeft gemaakt met zin voor realiteit.  In feite zijn we mietjes. Angsthazen.

Spreek voor jezelf, Koubaa!

Doe ik ook, Koubaa.

Ook ik ben in de val gelopen en heb geprobeerd antwoorden te verzinnen op de onoplosbare vraag wie ik ben, met in mijn achterhoofd de onuitroeibare schimmen van Darwin, Freud en de hele hedendaagse neurobiologie, die mij tot iets gereduceerd hebben wat ik niet wil zijn: een vervoersmiddel voor mijn dna, bewuste materie opgetrokken uit stof van reeds lang dode sterren, een evolutionaire fout of een middelmatige schrijver. Ik ben mijn hersenen, was mijn antwoord in Het gebied van Nevski, nog voor Dick Swaab Wij zijn ons brein op ons losliet. Een tijdje later beweerde ik dat wat ik schreef meer was dan een symptoom van mijn biologie. Nu, na de praktische levensles van mijn zoon – ‘Er is geen afstand tussen Messi en mij en het veld en mijn voetbalschoenen, papa.’ - zou ik antwoorden: ik schrijf. (Waarmee mijn broers vraag in de whiskybar beantwoord wordt: ‘Ik ben Bart Koubaa.’) Het gaat er niet om wie ik ben of niet ben of tot welke groep ik behoor en wat daarin de hiërarchie is – de vaststelling van de pianisten die in Gould het goddelijke ontwaren, drijft ze richting zelfmoord -  nee, het gaat om wat ik wil.

En, Koubaa, wat wil je?

Spelen, Koubaa,  spelen en schrijven!

(Opdracht voor mijn studenten: schrijf de achterflap van je verhaal. Vergeet je biografie niet.)

drie reacties

Dieuwke

herkenbaar Koubaa

Dieuwke , - 03-04-’15 14:37
Marc Reugebrink

We zijn alleen opgetrokken uit het andere en alle anderen als we niet bezig zijn onszelf op te trekken. Dan telt slechts wat we worden, niet wat we al zijn of waren: hersens, een vervoermiddel voor dna, een dwerg op de schouders van reuzen… Mooi stuk, Koubaa. En Koubaa.

Marc Reugebrink, (URL) - 08-04-’15 18:12
Daan

Koubaa, Koubaa, spiegel je niet aan het betere maar aan het eigene. Dan hoor je een eigen geluid, dat niet harder of preciezer of mooier klinkt, maar anders. Het andere is wat jouw schrijverschap de moeite waard maakt.

Daan, (URL) - 08-04-’15 19:41
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog