Persoonlijk

En de winnaar is... IV

Op het terras van Wildschut dronk ik bubbels. Er was een reden om iets te vieren maar die bubbels hadden niks met schrijven te maken en ook niet met literaire prijzen. Het waren persoonlijke bubbels.

Verderop zaten Josje Kramer en Arie Storm. Josje is uitgever bij Querido, haar man Arie is recensent bij Het Parool. Hun dochter was er ook bij. Ze aten broodjes. Ik sprak ze even, ik vroeg Josje of ze een leuke Libris-uitreiking had gehad. Ze stond op een foto in de rubriek Schuim, ook in Het Parool. Twee schrijvers uit de stal van Josje waren genomineerd: Kees ’t Hart en Gustaaf Peek. Allebei niet gewonnen, en Josje had daarom een vreselijke avond in het Amstel Hotel. Ze had zelfs ruzie gemaakt met iemand die aan de kant van winnaar Adriaan van Dis stond.

Dat krijg je als er één winnaar is en vijf verliezers, en bij iedere verliezer een gezelschap dat al weken hoopt op dat ene glorieuze moment, in plaats van naar de radio te luisteren, waar ik eerder die week precies de uitslag voorspelde.

Peter Terrin was ook genomineerd. Hij ving mijn voorspelling wel op en mailde me vlak voor de Libris-uitreiking:

‘... als jij het al zes jaar op rij juist hebt, vertel me dan: moet ik een dankwoord voorbereiden?’

Eigenlijk mocht ik bij het VPRO-radioprogramma Nooit meer slapen iets vertellen over de roman van Revisor-collega Gustaaf Peek. Ik zei dat hij niet ging winnen en verklapte meteen dat Van Dis wel zou winnen. Ook zei ik erbij dat ik al zes jaar op rij de winnaar goed voorspelde, ook de keer dat ik zelf genomineerd was. Vandaar.

Ik mailde Peter terug:

‘... dat klopt niet helemaal, beetje bluf op de radio, maar ik verwacht Adriaan.’

Peter had natuurlijk liever iets anders gehoord, hij zat wel volkomen rustig aan Libris-diner in het Amstel Hotel, zonder dankwoord. Hij had zelfs zijn bril afgezet en lachte geregeld.

Eind vorig jaar werd ik opgebeld. Het was een nummer dat begon met 070. Het was dus geen Amsterdams nummer – dat zijn meestal ouders van vriendjes of vriendinnetjes van mijn kinderen. Ook geen Hilversum – dat zijn vaak verzoekjes van radioprogramma’s of omroepprojecten, dat kost tijd en levert niks op. 070 is Den Haag. Ik heb een vriend in Den Haag maar zijn nummer staat in mijn telefoon. Het was een nummer dat eindigde met een paar nullen – een organisatie of een bedrijf. Ik nam op.

Met Aad Meinderts, zei een vriendelijke stem, ik ben van de Jan Campertstichting en je hebt de F. Bordewijkprijs gewonnen.

Dat is heel mooi, zei ik. Dank u wel.

En we kletsten nog wat en toen was het telefoontje voorbij. Het was totaal onverwacht, al ken ik de F Bordewijkprijs wel en hoopte ik die prijs al te winnen met Naar de overkant van de nacht, iets wat bijna lukte, werd me verklapt bij het diner na de uiteindelijke prijsuitreiking, afgelopen januari. Het was onverwacht omdat de prijs geen mediaprijs is. Er wordt geen spel gespeeld, er zijn geen nominaties, geen gedoe. De prijzen van de Campertstichting worden door een jury toegekend en dan bekend gemaakt, aan het einde van het jaar, voor de beste roman (F. Bordewijkprijs), voor een oeuvre (Constantijn Huygensprijs) en voor essay, literaire verdienste en poëzie.

In 2007 was ik genomineerd voor de Halewijnprijs, de literaire prijs van de stad Roermond. Er waren daar dus wel nominaties maar op een gegeven moment werd ik gebeld, ik had niet gewonnen. De winnaar en de andere genomineerden werden ook gebeld en alleen de winnaar hoefde naar Roermond te komen. Dat was ook relaxed. Roermond had zijn prijs, ik had mijn rust.

De F. Bordewijkprijs is dan minder bekend dan de Libris of de AKO, het is ook de prijs voor het beste boek van het afgelopen jaar, en door de opzet een erg sjieke prijs. Geen het hijgerige televisieuitzending. Geen koppeling aan een boekhandelketen die plots romans gaan inkopen omdat ze genomineerd zijn voor de prijs die hun naam draagt. Alleen een serieuze jury.

Ik was trots en relaxed. Mooie combinatie.

In januari van dit jaar haalde ik de prijs op, in Den Haag. Daar zaten de vijf winnaar van de Campertprijzen naast elkaar in een goedgevulde zaal. Iedere winnaar werd toegesproken, ik zelfs toegezongen – door Lucky Fonz III. Na de uitreiking volgde een diner, heel lekker Japans eten. Alle winnaars aan een tafel, met de jury, het bestuur, en Aad Meinderts. Het was gezellig en persoonlijk.

Dat komt door het moment en de opzet van de prijs. Bij een Libris-uitreiking is geen plaats voor persoonlijke interesse, iedereen is met zijn eigen winkeltje bezig, gedrven door hoop op glorie en angst voor een eventuele teleurstelling, en de kans op dat laatste is – als je je kansen niet goed inschat – groter dan de kans op het eerste. Al het andere is bijzaak. Iedereen ondergeschikt aan deze opzet. Iedereen van de longlist moet een locatie doorgeven waar je vervolgens een halve dag op een cameraploeg van Nieuwsuur mag wachten, als je bij de laatste zes zit. Vervolgens moet je je tijdig aanmelden voor het diner waarvan de datum al vaststaat en de organisatie er vanuit gaat dat iedereen simpelweg niet op vakantie is. Je moet beschikbaar zijn voor de pers, je moet opzitten aan een tafel met minuscule hapjes en ook daar camera's, die je verlies in beeld brengen.

Vanaf het eerste telefoontje tot de uitreiking en het etentje was er bij de Jan Campertprijzen veel ruimte voor het persoonlijke. Er is alleen een winnaar, die krijgt aandacht. Er werd me ruim van tevoren gevraagd of ik alstublieft die en die datum vrij wilde houden voor de uitreiking, er werd overlegd wie me lof zou kunnen toezingen, of mijn kinderen ook mee zouden komen, of ik speciale wensen voor het eten had. Alles persoonlijk, zoals schrijven ook persoonlijk is. Deze literaire prijs past bij het schrijven zelf.

Na de Libris-avond mailde ik Peter Terrin:

‘Ik had graag anders voorspeld maar maak er dan toch maar zeven van. Had je een goeie avond? Hopelijk wel, en waarschijnlijk ook blij dat het circus weer zijn tenten opbreekt...’

Peter Terrin mailde terug.

‘Circus is het juiste woord. Nu weer de koolmijn in.’

*

Literatuur en prijzen; een combinatie die voor leespubliek, uitgevers, boekhandels en media heel vanzelfsprekend en gewenst is, maar hoe beweegt een schrijver zich in het prijzencircus? Jan van Mersbergen werd genomineerd voor literaire prijzen, won prijzen, werd vaak niet genomineerd en won ook vaak niet, zit in de jury van een prijs en volgt het nieuws over de prijzen. In deze serie vertelt hij over zijn ervaringen. Dit is aflevering vier. Lees afleveringen één, twee en drie.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog