Vaseline (2012)

Vaseline op je armen smeren en acht uren onafgebroken slapen. ‘Morgenochtend brandt het niet meer en is het niet meer zo rood,’ zei moeder. Hij knipt het lampje boven zijn bed aan, maar gaat achter het bureau zitten, aan de donkere kant van de kamer. Het bureau waaraan hij zijn havo niet heeft afgemaakt. Behalve een Russische roman ligt er niets. Hij opent het boek, bladert wat en gooit het terug op het tafelblad. De zalf broeit onder de rubberen handschoenen. Geen mens dat ooit met zulke handschoenen aan is gaan slapen. In zijn onderbroek en T-shirt klimt hij het bed in en legt zijn armen boven de deken. Zijn rug doet zeer nu hij ligt en ontspant. Het hoeslaken is zo ruw als een schuurspons. Morgen vroeg op: de tweede dag op de kwekerij. Liever was hij helemaal niet aangenomen, maar wat hij anders moet gaan doen weet hij ook niet. Geïrriteerd luistert hij naar het trage lopen van oma, onder hem in de achterkamer. Hij knipt het lampje uit en zinkt weg in zijn eigen zwaarte.

Om half zeven wordt hij wakker. Over een uur begint de werkdag op de kwekerij. Bij de wastafel in de hoek wast hij rap de zalf van zijn armen en droogt ze deppend af. Inderdaad branden ze niet meer en zijn de zwellingen rond de krassen weg; alleen de kramp in zijn handen is er nog. Volgens het klokje op de plank is het tien over half. Het hele huis is nog in rust, op de achterkamer na, waar oma rondschuifelt. Hij leunt tegen de wastafel en kijkt naar de schoolboeken, die ongebruikt in de kast staan. Het kan niemand wat schelen dat hij zijn havo niet heeft gehaald, en of hij wel of niet naar zijn werk gaat. Ieder heeft z’n kamer, z’n kooitje, en daarin moet je het maar uitvogelen. Via de overloop sluipt hij naar de slaapkamers aan de voorzijde. Zijn zus slaapt bij een klasgenote van het gymnasium. De woorden die ze gisteren heeft zitten blokken liggen slordig uitgeschreven op haar bureau. Zij neemt de woordenlijstjes nooit mee om nog wat te oefenen. ‘Je kent het of je kent het niet,’ zegt ze altijd. De Russische roman legt hij bovenop de lijstjes.

Onderaan de trap ligt Bies. De staart veegt wild over de vloer, want zo vroeg naar buiten gaan gebeurt hem niet vaak. In de gang bij de achterkamer staat oma. Ze knikt hem toe als hij zijn jas aantrekt om te gaan. Hij stoort zich aan haar en zegt niets. Zij is zo tergend langzaam aan het verdwijnen. Hij draait de grote sleutelbos om en Bies glipt door de voordeur, die met een klik in het slot valt.

Hij trekt de dode planten uit de tuin, de rest krijgt nieuwe aarde. Het is heiig en zijn T-shirt is doorweekt van het zweet. Ondanks dat hij niet naar de kwekerij is gegaan en afbellen heeft nagelaten, is hij trots zich nuttig te maken. Oma zit al de hele middag op het witte bankje met de Russische roman. Het stoort hem mateloos. Hij had het boek voor zijn zus neergelegd en niet voor dat spook. Ze zou de stof niet eens met iemand kunnen bespreken, want zij praat al jaren niet meer. Hij strijkt even over zijn armen die nog steeds zacht zijn van de zalf, hoewel de kramp in zijn handen nazeurt. Oma knikt hem net zo toe als vanochtend.
‘Ga nou eens wat doen oma.’
Ze kijkt hem vlak aan.
‘Ga nou in godsnaam eens wat zinnigs uitvoeren, dan hebben we nog wat aan u.’

Oma is niet aan tafel gekomen. Zijn zus praat over de schriftelijke overhoring waar ze natuurlijk een negen voor heeft gehaald. Moeder duwt hem een schoon bord in de hand. ‘Jongen, als je dan toch thuis bent. Breng oma even een portie.’ Hij neemt het bord uit haar hand en kwakt er aardappelpuree en bonen op. Het stuk vlees ligt in een rode plas die de puree doordrenkt terwijl hij over de gang loopt. Bies draaft achter hem aan.

Hij knalt het bord voor haar neus neer. Ze zit aan het tafeltje bij het raam, haar hoofd een beetje omhoog, het gezicht op hem gericht. De puree zwemt in de bloedachtige jus. Hij staart naar de rimpels rond haar mond en ogen, die haast onmerkbaar trillen. Hij kan zich niet voorstellen dat de organische stof op het bord achter dat spookachtige gelaat omlaag kan zakken.
‘Het spijt me, nou goed oma. Eet gewoon even wat.’ Hij blijft naast haar staan, pakt de vork en schept er wat puree op. Bies zit onhandig tussen hen in en wacht tot er iets valt. Terwijl hij de vork naar haar mond brengt, houdt hij zijn hand eronder. Haar stijve arm beweegt mee, ongemerkt heeft zij zijn arm gegrepen. Het brandt.

*

In de rubriek 500 à 1000 krijgen schrijvers een beperkt podium voor de online grote zaal. Kort proza met kracht, exclusief online.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog