Soep

En de winnaar is... V

Twee jaar geleden werd me gevraagd of ik plaats wilde nemen in de jury van de Woutertje Pieterseprijs. Ik kende de prijs. Ik was vereerd, maar ook huiverig. Het is een gerenomeerde prijs voor kinder- en jeugdliteratuur. Wat weet ik daarvan?

Ik schrijf. Ik schrijf literaire romans en let niet op leeftijd, op doelgroep. Speciaal voor kinderen schrijven, dat kan natuurlijk wel, maar het is ook beperkend. Ik heb wel wat jeugdboeken thuis, voor mijn kinderen, maar mijn kinderen voorlezen doe ik niet. Beter gezegd: ik ben ermee opgehouden. Ooit probeerde ik mijn zoon een spannend boek voor te lezen, ik zal de naam van de schrijver niet noemen, het ging over monsters. Ik deed echt mijn best maar na een halve bladzijde zei mijn zoon: Jij vind er niks aan hè?

Hij voelde het aan mijn stem, aan de toon. Ik las de woorden van de kinderboekenschrijver, de gemaakt-spannende zinnetjes vol uitroeptekens, die je net zo gemaakt moet voorlezen, acteren bijna. Dan wordt het nog wel wat. Maar ik stoorde me vreselijk aan de expliciete zinnen, aan het kinderachtige toontje, aan het hele boekje, en mijn zoon merkte dat vrijwel direct.

Toch nam ik plaats in de jury. Als schrijver. Ik zei tegen Marjolein van Putten, die het secretariaat van de prijs runt, dat ik vooral op tekst zou letten, dat ik weinig van illustraties weet, maar dat ik wel duidelijk kan maken waarom een tekst werkt, waarom een tekst aankomt, binnenkomt, voelbaar is. Dat vind ik belangrijk, dus dat zou ik aangeven.

Dat was goed.

In het najaar van 2013 stonden er zes dozen met boeken in mijn werkkamer. Ik kreeg een lijst gemaild waar netjes op aangekruist stond welk jurylid welk boek moest lezen en hoe we die zouden beoordelen. Ieder boek wordt door twee juryleden gelezen, in totaal zijn er vier juryleden en de voorzitter, dat jaar en ook afgelopen jaar was dat Hanneke Groenteman. Dus ik las ruim dertig boeken. Het systeem is simpel: als een boek door een van de twee juryleden beoordeeld wordt met een A (heel goed) dan gaat het naar de volgende ronde. Vinden beide juryleden het boek een B (wel goed, maar...) of een C (niet goed), dan gaat het boek van de lijst.

Ik begon te lezen en zette letters op de lijst met boeken, daar was netjes een kolom met vakjes achter gemaakt. De goeie boeken legde ik apart op een stapeltje, links van mijn werktafel.

De eerste jurybijeenkomst was in november 2013, ruim drie maanden voor de uitreiking. Nog niet alle boeken waren binnen, we konden al wel de eerste zendingen bespreken, thuis bij Marjolein van Putten. In de jury zaten: Jaap Friso, Leentje van Wirdum, Vanessa Joosen, en natuurlijk juryvoorzitter Hanneke Groenteman. Ieder boek was door twee juryleden gelezen. We werkten de lijst af. Over ieder boek werd door de betreffende juryleden kort iets gezegd met daarbij een kwalificatie: A, B of C, en meestal was direct duidelijk of het boek mee zou gaan naar de volgende ronde, waarin de andere juryleden ook dat boek zouden lezen.

Het selecteren was niet moeilijk, het was vooral voelen tijdens het lezen. Er waren veel boeken bij die me niets deden, die een lelijk omslag hadden, die een vreselijke eerste zin lieten volgen door nog veel meer vreselijke expliciete sentimentele zinnen. Namen zal ik niet noemen, maar ga er maar vanuit dat onder de tachtig inzendingen het merendeel niet subliem is, en volgens mij is dat wat je als jurylid zoekt.

Toen ik bij voorbeeld Rennen opensloeg, van tekeningen van Gerda Dendooven en met tekst van Elvis Peeters, denderde het ritme van de woorden samen met de thematiek van het boek – heel eenvoudig, over rennen – me tegemoet. Dat klopte allemaal perfect: beeld, taal, vormgeving.

Hetzelfde gold voor Held op sokken, van Bette Westra en Thé Tjong-Khing, een eenvoudig speels verhaal over ridders, een prentenboek dat ook jongens prachtig zullen vinden. Mijn zoon was toen tien, ik liet hem het boek zien, hij las het en ik keek naar zijn gezicht toen hij het op de bank zat te lezen, ik volgde het tempo waarmee hij de bladzijdes omsloeg, dat ongeduldige, dat verlangen naar de volgende bladzijde. Meteen zette ik een A in de kolom achter deze titel.

Zo waren er toch zeker tien boeken die heel goed waren. Het raadsel van alles wat leeft sprong bij wijze van spreken uit de doos. Meteen voelde ik dat dat boek bij de top zat. Bij ieder boek maakte ik kort aantekeningen. Bij Groter dan een droom schreef ik in mijn aantekeningen dat het een prachtig boek is maar dat ik moeite had met het perspectief; daar haperde het iets, ik wist alleen niet precies wat. Bij Die dag in augustus van Rindert Kromhout: ‘Schitterend boek over Italië en herder, mooi verteld, warm, menselijk, lief...’ Bij Sammie en opa van Enne Koens: ‘Leuk vlot boek.’

De vergadering werd afgesloten met soep, huisgemaakt door de echtgenoot van het secretariaat, hele lekkere soep. De soep gaf de bespreking iets huiselijks. De soep bleek ook bij de tweede en derde jurybijeenkomst een baken, een doel om met de jury naartoe te werken.

Dat eerste jaar kozen we De regels van drie van Marjolijn Hof als winnaar, een prachtig boek over een oude man op IJsland die eigenlijk niet meer kan en die zijn dochter en kleindochter op bezoek krijgt. De dochter wil de oude man naar Nederland halen, de kleindochter begrijpt dat de oude man op IJsland wil sterven. Een mooi compact verhaal over zorg en euthanasie.

Hof begint een alinea met: 'Het huis van opi Kas was klein en geel.' Hoe eenvoudig en helder wil je het hebben? Ik ben in ieder geval meteen wakker. Ze vervolgt:

'Het stond aan de rand van een veldje, een stukje van de weg af. Achter de voordeur was een gangetje met een stenen vloer. Opi Kas sloeg de sneeuw van zijn jas en stampte een paar keer voor hij naar binnen ging. Hij liet zich op een houten kruk zakken en deed zijn schoenen uit. Hij wilde ze op een schoenenrek zetten, maar wij waren net bezig onze veters los te maken en we stonden allemaal zo in de weg dat het een poosje duurde voordat hij erbij kon.'

De handeling is duidelijk, het personages van de opa wordt langzaam gevormd, de verteller is sterk en toch niet overdreven aanwezig. Dit is heel goed proza. En wat opvalt: vier verkleinwoordjes in deze korte passage, en die verkleinwoordjes storen niet, sterker nog, ze voegen iets toe. Schrijvers die met verkleinwoordjes iets aan een prozatekst kunnen toevoegen, dat zijn grote schrijvers. Een A dus. Een A+ eigenlijk, want voor mij was De regels van drie meteen een kanshebber. Daar bleken meer juryleden zo over te denken, gelukkig.

Het boek lag na het laatste juryberaad als winnaar op tafel. De jury at soep.

Zo gaat dat bij andere prijzen ook, neem ik aan. De jury leest en voelt, en het draait niet alleen om de boeken. Dat denken schrijvers vaak, zeker als er iets op het spel staat, als er kans is op roem en geld, maar ook bij de Libris en de AKO komen een paar mensen bij elkaar, worden boeken gelezen en wordt er over die boeken gesproken, alles draait om de boeken en om de literatuur, maar natuurlijk is er ook daar soep of een ander soort afgeleide. Stokbrood, borrelhapjes, een bitterballen, broodjes kaas.

De redactie van de Revisor eet tijdens de vergaderingen waar we de kopij en het aankomende nummer en allerlei andere zaken bespreken toast met kroket. Dat is onze soep. Op die kroketten draait de redactie.

De Woutertje Pieterseprijs leerde me dat een jury niet alleen toewerkt naar een winnaar, maar ook gewoon naar een bordje soep.

*

Literatuur en prijzen; een combinatie die voor leespubliek, uitgevers, boekhandels en media heel vanzelfsprekend en gewenst is, maar hoe beweegt een schrijver zich in het prijzencircus? Jan van Mersbergen werd genomineerd voor literaire prijzen, won prijzen, werd vaak niet genomineerd en won ook vaak niet, zit in de jury van een prijs en volgt het nieuws over de prijzen. In deze serie vertelt hij over zijn ervaringen. Dit is aflevering vijf. Lees hier afleveringen één, twee, drie en vier.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog