Fietsen

En de winnaar is... VI

Het literaire prijzencircus lijkt op wielrennen: er doen ruim tweehonderd boeken mee, eerst maakt een grote groep zich los uit het peloton, daarna ontstaat er een kopgroep van zes en uiteindelijk wint er eentje. Vaak is ook de winnaar te voorspellen, de sprinter onder de laatste zes, de rapste. De favoriet. Iedere schrijver wil in dat laatste kopgroepje zitten, iedere schrijver wil genieten van wat extra aandacht en een diner met wijn.

Toch is er een belangrijk verschil tussen schrijven en wielrennen: in het wielrennen kennen de renners hun plek.

In het najaar van 2014 hoopte ik de shortlist van de AKO Literatuurprijs te halen. Die lijst heet eigenlijk toplijst en inmiddels heet de prijs de ECI Literatuurprijs. Ik bekeek de tiplijst en noteerde vijf schrijvers: Hertmans, Lanoye, Kuijer, Te Gussinklo, Westerman en mijn eigen naam.

De jury koos niet voor mijn boek. De jury liet K. Schippers samen met de vijf van mijn lijstje naar de finish tuffen. Ik had alle genomineerden goed voorspeld, behalve mezelf. Ik bleef zitten in de grote groep die wel even los kwam uit de massa maar niet door mocht voor de eindzege.

Was dat overmoed? Dacht ik dat ik bij de selecte kopgroep zou horen en was ik slechts een waterdrager? Of wilde ik graag bij die laatste zes zitten en wilde ik in mijn voorspelling mijn ambitie niet verloochenen?

Waar het op neerkwam: ik zat ernaast.

In het wielrennen heb je sprinters, ronderenners, klimmers, eendaagse-renners, en knechten. Knechten winnen zelden. Ze helpen anderen aan de zege. Onder schrijvers heb je geen knechten. Schrijven doe je wel voor anderen maar niet voor andere schrijvers. Schrijven doe je voor jezelf, en voor de lezers.

Toch speelt er iets onder die knechten waar schrijvers iets van kunnen leren: ze kennen hun positie en zijn daar doorgaans tevreden mee. Ooit komen ze in de positie een grote koers te winnen, zoals Servais Knaven Parijs-Roubaix won toen hij als helper plots alleen vooraan kwam te zitten. Hij won en iedereen gunde hem de overwinning.

Gunnen, dat is in het schrijven een belangrijke en onderschatte factor.

Toen mijn debuut verscheen, in het najaar van 2001, schatte ik mijn kansen niet in, ik stapte op de fiets en wist simpelweg zeker dat ik bij de laatste zes zou zitten en ook zou ik gaan winnen. Ik veronderstel dat veel schrijvers dat hebben, en niet ten onrechte. Je hebt een roman, dus je staat aan de start en alles in zo’n wielerwedstrijd ligt open, zolang de eerste schifting niet is geweest. En misschien had Servais Knaven dat ook wel toen hij net bij de profs ging fietsen. Hij ging winnen, maar hij won nooit en haalde de kopgroep zelden.

Ik ging winnen met mijn roman, en niemand zag me fietsen.

Mijn eerste drie romans haalden geen enkele longlist. Morgen zijn we in Pamplona ook niet, met het verschil dat een aantal journalisten die de koers op de voet volgden de vraag stelden waarom mijn roman niet geselecteerd was. Dat was eervol, al had ik er niet veel aan. Het voelde alsof ik mijn best deed flink te trappen, maar anderen uit de wind gehouden werden.

Pas met Naar de overkant van de nacht haalde ik longlisten van de Gouden Boekenuil en de AKO en het selectieve groepje dat met Tonio een kansloos sprintje aanging naar de meet bij de Libris van 2012. Alsof vijf klimmertjes met Andre Greipel onder de vod doorgingen voor de laatste kilometer. Ik voorspelde destijds mijn selectie, ik voorspelde ook dat Tonio zou winnen.

De tien jaar tussen 2001 en die shortlist bungelde ik in het peloton. Ik maakte meters, bleef schrijven, probeerde mijn stijl vast en stevig te maken. Na dat Librisjaar schreef ik een roman die De laatste ontsnapping heette en die in 2014 verscheen en ook nu deed ik mee in het wereldje en prijkte de roman op de longlist van de AKO maar liet ik anderen de laatste ontsnapping maken. Het was alsof ik de benen stil hield toen de kopgroep werd gevormd.

De onlangs overleden Pam Emmerik schreef een artikel over de selectie van de AKO-jury in 2014. De jury had alleen mannen gekozen, haar vrouw-zijn had haar buiten de kopgroep gehouden. In de jury zaten overigens drie mannen en drie vrouwen. Volgens haar was haar eigen boek was goed en zou dus meedingen. Het artikel werd door de Volkskrant niet geplaatst waarna Tzum het vervolgens wel plaatste. Het artikel spreekt voor zich. Voor Emmerik was het moeilijk te verkroppen dat ze niet in de kopgroep zat, ze zat zelfs niet in de grote groep van eventuele kanshebbers. Dat zal voor veel anderen van de groslijst ook moeilijk geweest zijn. Anoniem in het peloton, terwijl je ook de aandacht en erkenning wilt. Wat doe je? Incasseren, verder schrijven, en volgende keer gewoon weer met een nieuw boek aan de start verschijnen en ze er dan allemaal vanaf rijden? Of zoeken naar redenen en reageer je in een artikel?

Opvallend: geen woord in het artikel van Emmerik over de zes genomineerden, en al helemaal geen teken dat ze die schrijvers de overwinning gunde.

Ik schreef geen artikel over de selectie, ik keek alleen naar de namen van de juryleden. Geen enkel jurylid had bij mijn weten mijn roman gerecenseerd. Het was gissen wat ze van mijn roman vonden, maar blijkbaar vonden ze die andere boeken beter. Of was ik mijn roman geselecteerd omdat er iets met mij aan de hand was? Ik ben geen vrouw, dus dat argument ging niet op, overigens ook niet voor de andere mannen die van de longlist tuimelden. Misschien wilden ze een bepaald type man?

Wat zou ik geschreven hebben als ik, net als Pam Emmerik, op zoek was gegaan naar redenen waarom mijn roman er niet bij zat? Dan zou ik naar de kopgroep van genomineerden kijken en zoeken naar een motief.

Opvallend aan het groepje waarvan ik de namen eerder al gaf, en daar is veel over geschreven: de leeftijd van de genomineerden. De jury koos voor oude mannen. Schippers is van 1936, Te Gussinko van 1941 en Kuijer van 1942, allemaal ouder dan mijn vader. Hertmans is geboren in 1951. Lanoye is van 1958. Frank Westerman is het broekie van de kopgroep, geboren in 1964, net vijftig. Ik zou in dit gezelschap verreweg de jongste zijn.

Dat is eigenlijk heel bemoedigend. Ik dacht niet: ze hebben geen vrouw geselecteerd. Vrouwen die afgevallen zijn hadden Emmerik als spreekbuis.

Ik dacht: mijn tijd komt nog. Ik weet niet waarom de jury voor de oudjes koos, ik weet alleen dat zeker tien mannen uit de grote groep van 25 gelost waren die jonger zijn dat de laatste zes.

En ik moest denken aan Joop Zoetemelk. Hij werd heel vaak tweede in de Tour de France maar hield vol en won de Tour in 1980 en vijf jaar daarna werd hij wereldkampioen wielrennen. Hij was toen 38. Hij kwam alleen over de finish, ik weet het nog goed. Hij sprong weg en niemand reageerde. Hij trapte en trapte, en de anderen haalden hem niet in. Het was geweldig Zoetemelk te zien winnen maar tegelijkertijd kreeg ik als veertienjarige kijker het gevoel dat de anderen hem lieten winnen.

Die zes mannen, ze reden bij me weg, en het voelde alsof Westerman en Lanoye als jonkies in de kopgroep hun prijs nog gingen krijgen. Zij waren kansloos maar ik gunde ze hun plekkie op de lijst. De drie oudsten hadden hun aandacht, dit was hun eerbetoon en het was ze gegund. Hertmans ging winnen. Het was volkomen logisch. Van harte, Stefan.

Geen boze verongelijkte analyse. Het leeftijdsmotief maakte bij mij het gunnen los.

*

Literatuur en prijzen; een combinatie die voor leespubliek, uitgevers, boekhandels en media heel vanzelfsprekend en gewenst is, maar hoe beweegt een schrijver zich in het prijzencircus? Jan van Mersbergen werd genomineerd voor literaire prijzen, won prijzen, werd vaak niet genomineerd en won ook vaak niet, zit in de jury van een prijs en volgt het nieuws over de prijzen. In deze serie vertelt hij over zijn ervaringen. Dit is aflevering vijf. Lees hier afleveringen één, twee, drie, vier en vijf.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog