Louis Stevens is de man (3): de jeugdliefde

Louis Stevens is de man

Louis Stevens is de man. Echt. Lees Ivo Victoria's feuilleton op Revisor.nl. Lees 'De geboorte' (met toelichting), 'De vis' en lees nu aflevering 3, 'De jeugdliefde'.

*

‘Maar jij ook, hoor,’ haastte Louis Stevens zich te zeggen. ‘Jij bent nog steeds een prachtig mooi meisje.’
‘Meisje,’ zei de jeugdliefde. Ze nam een hap en keek glimlachend in haar bord. Het was een zomeravond zoals die zich in de herinneringen van de mensen nestelt; eindeloos warm en windstil. Het terras keek uit op een plein waar jongens basketbal speelden; glimmende, gladde lijven.
‘Kom nu,’ zei Louis. ‘Je weet best dat jij mijn droomliefde was.’

‘Je droomliefde?’ zei ze.
‘Ja, alles ging op zo’n wonderbaarlijke manier in zijn werk. Onze eerste ontmoeting, hoe ik hemel en aarde bewoog om je telefoonnummer te achterhalen terwijl ik enkel over een voornaam beschikte, jou vervolgens belde en jij niet eens verbaasd was… Het eerste afspraakje, hoe je me verraste in de metro, álles ging precies zoals ik als kleine jongen had gedacht dat dit soort zaken hoorde te gaan. Ik kon nauwelijks geloven dat het mij overkwam.’
‘En zeggen dat ik je verlaten heb voor een charmeur omdat ik in onze relatie romantiek miste,’ zei de jeugdliefde. ‘Moet je jezelf nu horen.’ Ze giechelde.
En moet je zien hoe het die charmeur is vergaan, dacht Louis. Onmiddellijk schaamde hij zich. Hij wist hoeveel ellende de charmeur zijn jeugdliefde uiteindelijk had bezorgd. Aan de andere kant: had hij niet altijd geweten dat het een klootzak was? Had hij haar niet gewaarschuwd soms? Dat die wetenschap uit jaloezie en wrok was voortgekomen, deed verder niks af van zijn gelijk, of van de donkere, duistere jaren die waren gevolgd en waarvan Louis zich vrijwel niets meer kon herinneren behalve dat hij ’s ochtends vaak wakker werd op de bank terwijl de televisie nog aan stond.
De jeugdliefde nam een flinke slok van haar witte wijn en legde haar rechterarm uitgestrekt op tafel terwijl ze met haar linkerhand door haar haren ging. Fijne, ranke vingers. Maar hoewel hij geen exacte verschillen kon benoemen, waren het niet langer de vingers van een meisje maar die van een vrouw, een vrouw die er na enkele moeilijke jaren weer fantastisch uitzag. Hij kon het niet laten zich in te beelden hoe die vingers zich om de schacht van zijn penis plooiden en hoe ze hem tergend traag aftrok, zoals Louis’ vrouw onlangs had gedaan op een moment dat hij het niet had verwacht. En ook dacht hij aan de bungalow in dat vakantiepark waaraan ze net herinneringen hadden opgehaald. Niets in de manier waarop zij erover sprak, had erop gewezen dat zij nog wist dat het toen, in die bungalow was geweest, dat zij elkaar hadden ontmaagd.
‘Heb jij spijt,’ vroeg de jeugdliefde.
‘Spijt?’ zei Louis. ‘Waarvan?’
‘Nu ja,’ zei de jeugdliefde. ‘God, Louis, we waren zó jong.’
‘Wat is spijt waard als je sowieso niks te kiezen had?’ zei Louis.
‘Jij hebt mij ook bedrogen in die tijd, vergeet dat niet,’ zei ze.
‘Dat klopt,’ zei Louis. Nu raakten haar vingertoppen zijn arm aan; een herinnering die zachtjes werd gekieteld.
‘Bedrieg jij je vrouw wel eens?’ vroeg de jeugdliefde. ‘Wij zouden altijd eerlijk zijn, weet je nog?’
Het plein, de bomen, de naburige tafeltjes en terrassen die gonsden, alles om hen heen vervaagde. Er was alleen die hand voor hem, op tafel, die hem raakte. Haar vingers. Een ring die hij nooit eerder had gezien. Hij zei: ‘Ik geloof niet in eerlijkheid, ik geloof in harmonie.’

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog