Schrijfwedstrijden

En de winnaar is... VII

In deze reeks heb ik vooral geschreven over de impact die het literaire prijzencircus heeft op de schrijver en op het schrijven zelf. Over de ophef bij mijn Libris-nominatie, over de Debutantenprijs, over het voorspellen van de winnaar, over jurylidmaatschap en het niet genomineerd zijn. Literaire prijzen als een vervelend noodzakelijk kwaad waar de schrijver als machteloos wezen in ronddoolt, en daar vervolgens over zeurt en piept.

Dat beeld is niet helemaal compleet. Er zijn ook schrijvers die vrijwillig meedoen aan schrijfwedstrijden. Daarvoor zijn er in Nederland mogelijkheden genoeg.

Ooit gaf ik een particulier klasje les in proza-schrijven, een avond in de maand. Ik gaf mijn gebruikelijke opdrachten en liet de aspirant-schrijvers vooral herschrijven, voorlezen en over elkaars werk praten. Volgens mij is dat de enige zinnige manier om met schrijven bezig te zijn. Zo min mogelijk theorie of regels, en alles behandelen aan de hand van pasgeschreven materiaal aan de hand van perspectief, mijn stopwoordje. Wat is het nu, welke tijd is verstreken en wat komt er nog, wie is de verteller, en waarom? Praten maar...

Bij het groepje van acht schrijvers bleek echter – en dat gebeurt altijd met groepjes – een sociale factor een grote rol te spelen. de maandelijkse bijeenkomst was niet alleen een mogelijkheid om met proza-schrijven bezig te zijn, het was ook een gezellig avondje met gelijkgezinden. Binnen die groep had je een stille schrijver, een tobbende schrijver, een oudere schrijver en een jongen die het allemaal al wist. Hij wees me op de schrijfwedstrijden.

Iedere les begon met een update van wat er de afgelopen maand allemaal gebeurd was. De stille schrijver  had gewoon geschreven, zij is overigens de enige die later boeken heeft gepubliceerd. De tobbende schrijver had zitten tobben. De oudere schrijver was lekker bezig geweest en de jongen nam de tijd om te melden wat hij gepresteerd had.

Hij zei: ‘Ik ben tweede geworden in de schrijfwedstrijd van Nieuwegein.’

Ik wilde hem eigenlijk meteen de les uit sturen; hij deed de mededeling overduidelijk om te laten zien dat hij een goede schrijver was, dat hij iets ging bereiken, dat hij het ging maken, en ik had nog nooit van de schrijfwedstrijd van Nieuwegein gehoord. Wie waren de andere inzenders? Wie zat er in de jury? Wat waren de criteria? Maar ook vond ik het interessant, een jongen die in de lessen moeite had met herschrijven en nadenken over het werk van anderen, maar wel vol trots een ereplaats vermelden bij een onbekende schrijfwedstrijd, en niet eens met de eerste prijs.

Meestal zijn het uitgeverijen die boeken inzenden naar de literaire prijzen, het is een publicitair middel waar wel een paar exemplaren voor opgeofferd kunnen worden, en wat postzegels. De schrijvers doen hier niks aan, al willen de meeste schrijvers wel dat hun werk ingestuurd wordt. Toen Meulenhoff en Atlas Contact twee jaar terug vergaten de boeken van hun schrijvers naar de Librisprijs te sturen werden een aantal schrijvers pissig, en terecht. Mijn uitgever moet er ook voor zorgen dat mijn roman bij de prijzen ligt, liefst zonder dat ik me daar druk over hoef te maken.

Maar er zijn dus ook schrijvers die zelf werk naar schrijfwedstrijden sturen. Vanuit welke motieven? Logisch zijn de erkenning en eer, het opstapje naar een uitgeverij. Toch ontbreekt een belangrijke factor: redactie.

Met een redacteur werken aan een verhaal is iets anders dan een juryrapport waar wellicht een paar opmerkingen in staan. Er komt nooit een tweede versie, en zeker geen derde of vierde versie.

Schrijvers die aan schrijfwedstrijden meedoen willen direct de eer en de kans op publicatie. Ze worden liever schrijver genoemd dan dat ze werkelijk schrijven, en dan bedoel ik herschrijven, schaven, het stevig werken aan een verhaal of gedicht. Deze schrijvers willen een veer in hun reet. Het schrijven zelf, daar hebben ze niet zo’n zin in.

Gedegen redactie is waardevoller dan kortstondige eer. Ik weet zeker dat inzenden naar de Revisor een grotere prijs oplevert dan de eerste prijs in Nieuwegein, Vlissingen, Emmen, Sittard...

Na die Nieuwegein-opmerking raakte ik toch geïnteresseerd in schrijfwedstrijden. Het bleek een enorm circuit te zijn. Hier staat een overzicht.

Ik kende alleen de Turing-gedichtenwedstrijd, die kwam wel eens in het nieuws, en ik vond dat concept mooi maar ook eng, omdat er gerenommeerde dichters aan meededen, en wat nou als jouw gedicht totaal niet opgemerkt wordt? Dat zou een nederlaag zijn, toch?

Zelf deed ik één keer mee aan een schrijfwedstrijd: de A.L. Snijdersprijs in 2012. Ik had gehoord dat er veel schrijvers van naam meededen en besloot ook wat in te sturen, een stukje dat op mijn site had gestaan, dat jaar. Het ging over een schiereiland in het noorden van Nieuw-Zeeland, Whangamumu:

Ik keek uit over zee, aan de andere kant van de wereld, in veranderend licht want de wolken kwamen van over zee aandrijven en blokkeerden soms de zon, en de wind was koel en verfrissend. Ik had een hengel geleend, maar kon geen goeie visplek vinden, er was alleen strand, geen pier om op te zitten, of golfbrekers. Ik ging op het strand zitten. Gewoon zitten. Ik wist dat er hier dolfijnen zwemmen, en heel soms grotere vissen. Een eeuw terug was hier in een andere baai een walvisvangststation. Daar was ik een dag eerder naartoe gelopen, het complete schiereiland over. Smal paadje, bochten, eindeloos geslinger. Op het schiereiland woonden tien mensen in huisjes heel ver van elkaar, en een operazangeres die een privéstrand had. Ik plukte daar oesters. Ik logeerde bij een echtpaar. De man leek op Hemingway. Hij was de man van de hengel. Zijn vrouw dronk de hele dag witte wijn. Er was een kano waarmee ik door de mangrovebossen kon varen. Daar zag ik mooie grote vissen in scholen tussen boomwortels door zwemmen. Nu wachtte ik op een walvis of een potvis, maar die kwam niet. En dolfijnen zag ik ook niet. De zee was volledig vlak, ondanks de wind, en het licht knipperde.

Jente Posthuma won de prijs in 2012, met een heel mooi verhaal. In het komende papieren nummer van de Revisor staat een langer verhaal van Jente, en destijds was ik heel blij dat zij de prijs won. Ik had Jente een paar keer gesproken over haar verhalen en ik wist dat ze serieus wilde schrijven, en dat heel goed deed.

Ik won de prijs niet. Dat vond ik erg vervelend. Wel kwam het verhaaltje in een boekje van de A.L. Snijdersprijs te staan. Ook dat vond ik vervelend, want ik stond nu in een boekje, en niet als winnaar. Langzaamaan kreeg ik door hoe schrijfwedstrijden werken. Ik had 'Whangamumu' niet herschreven, en toch ingezonden. Het verhaal kan beter, maar ik wilde enkel meedoen en gokken. Met schrijven had het niks te maken. En toch was ik teleurgesteld.

Afgelopen jaar was ik jurylid bij de schrijfwedstrijd van Gorinchem. Waarschijnlijk is hij te vergelijken met die van Nieuwegein. De andere juryleden hadden een voorselectie gemaakt, ik las twaalf verhaaltjes en moest tijdens de jurybijeenkomst aangeven wat voor de twee categorieën (jongeren en volwassenen) mijn nummers één, twee en drie waren. Toen werd er geturfd en was de winnaar bekend en kon ik weer terug naar Amsterdam. Ook dat leek niet veel met schrijven van doen te hebben, toch zag ik bij de prijsuitreiking dat de deelnemers die in de prijzen waren gevallen hun verhalen heel goed voorlazen, dat het werk echt behoorlijk goed was, en dat de prijs ook ging leven, in dat theaterzaaltje. De trots was zichtbaar, en ook het plezier dat de schrijvers in het werken aan de verhalen en het deelnemen aan de prijs hadden gehad.

Er zingen cijfers rond die vertellen hoeveel mensen in Nederland willen schrijven. Mensen die ambitie hebben om te publiceren en om aan schrijfwedstrijden mee te doen. Een miljoen mensen schijnen dat te willen. Ik hoop dat ze net zo veel plezier in het schrijven hebben als de deelnemers aan de schrijfwedstrijd van Gorinchem.

*

Literatuur en prijzen; een combinatie die voor leespubliek, uitgevers, boekhandels en media heel vanzelfsprekend en gewenst is, maar hoe beweegt een schrijver zich in het prijzencircus? Jan van Mersbergen werd genomineerd voor literaire prijzen, won prijzen, werd vaak niet genomineerd en won ook vaak niet, zit in de jury van een prijs en volgt het nieuws over de prijzen. In deze serie vertelt hij over zijn ervaringen. Dit is aflevering zeven. Lees hier afleveringen één, twee, drie, vier, vijf en zes.

Eén reactie

Odile Schmidt

Mijn oogarts meende eens dat ik contactlenzen wilde vanwege trots, ik zou mooi willen zijn. Nee, dacht ik en durfde hem niet tegen te spreken. Ik wilde goed zien.
Ik doe veel mee aan schrijfwedstrijden, het motiveert me te schrijven, mezelf te verbeteren. Mijn proeflezers zijn mijn redacteuren en ze zien allemaal andere fouten in mijn teksten. Ik lees dus wel veel theorie en over technieken en probeer ze toe te passen. Dit geeft vreselijk veel plezier. Er zijn vele manieren om met schrijven bezig te zijn. Van dagboek schrijven tot roman schrijven.
Een kort verhaal insturen voor een schrijfwedstrijd is ook een trial and error proces. Je probeert iets uit, leert ervan en probeert weer iets nieuws. Schrijfwedstrijden voor korte verhalen zijn iets anders dan schrijfwedstrijden voor romans, vermoed ik. Hoewel ik een winnaar tegenkwam met een subliem verhaal waaraan hij één jaar had geschaafd. Snel iets schrijven en opsturen heeft zijn charme.
Is het om mooi te zijn? Nee, ik zal je niet tegenspreken, maar ik denk dat het om schrijfplezier is.

Odile Schmidt, (URL) - 31-08-’15 10:34
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog