, 05 November 2010

Archief: Tomas Lieske

De directeur van het roomhuis verbreekt het stilzwijgen

Tomas Lieske (1943), pseudoniem van Ton van Drunen, groeide op in de Haagse wijk Bezuidenhout en studeerde Nederlands en Theaterwetenschappen. Met zijn prozadebuut Oorlogstuinen (1992) won hij de Geertjan Lubberhuizen-prijs. Zijn daarop volgende romans Nachtkwartier (1995), Franklin (2000) en Gran Café Boulevard (2003) werden alle drie genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs, die hij voor Franklin ook ontving. Ook bracht hij een dichtbundel uit: Hoe je geliefde te herkennen (2006) waarvoor hij de VSB Poëzieprijs kreeg. Zijn nieuwste bijdrage aan De Revisor staat in het komende nummer. Zijn eerste was 'De directeur van het roomhuis verbreekt het stilzwijgen', in nummer vier van 1985.

Vandaag hernemen we dat gedicht.

De directeur van het roomhuis verbreekt het stilzwijgen

Niet mijn melkdistributie aan dit gebombardeerde plein
of de jonge ratten die hongerig naar de wrongel kruipen
bezorgen mij slapeloze nachten, maar dat puin erachter,
de meisjes tussen de wilde rozen, de jongens in de vlier.
Vroeger was hier het Bezuidenhout:
een krat van straten met namen
van mevrouwen van Oranje, van ons Indië meneren.
Maar de oorlog kwam. Laat ik zeggen: rennen in de zomer
voor de tram en in de winter wachten in de sneeuw op een perron
met niets om je blote billen en altijd oude zuurkool eten
en je kamer delen met een oom van kolossaal formaat;
je vader doorlopend een bloedneus. Of de wilde roos
verliest zijn bloemen en vouwt zijn doornige takken
onweerstaanbaar om jou heen en dringt naar binnen. Of lees
de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 18, vers 19.
Op drie maart zag de ochtendzon het Bezuidenhout in puin
en het duurde lang voor dat puin was opgeruimd.
Geen tijd voor de tuinen, geen tijd
voor de fundamenten en slordig metselde men
muurtjes glad op een meter bovengronds.
Het zijn degelijke waterdichte kelders die nu de basis vormen
voor die kleine rechthoekige poelen met ongezonde vochten.
Niets gaat er, niets, boven de geur van melk en room.

Ik heb deze buurt al eens bevrijd van ratten, lang geleden.
Hier, in deze bovenkamer, waar ik in het bed woon,
kan ik jullie zien spelen en het snijdt mij door de ziel.
Je fluit en fluit en let niet op het weer.
lk kijk en constateer dat jullie, kinderen,
de kelders gebruiken als verzamelplaats.
Met iets te grote voeten lopen jullie over de muurtjes.
Over de steentjes: beentjes rechts, beentjes links.
Op een dag zo heet als nu zie ik jullie stiekem,
de kleren uit en duizend in de drab.
Toen konden de mevrouwen kindermeiden huren.
 
In de Daendelsstraat bezocht men bordelen
die adverteerden in buitenlandse bladen.
Wat stad was deze groote stad gelijk?
Ook toen was een flodderbroek de ideale kleding
maar zoiets was niet bevorderlijk voor de melkverkoop.
De deuren van de melkinrichting heb ik uitnodigend geopend.
lk stuurde minnebrieven naar de ratten in het Bezuidenhout
en ik lokte ze met de kaaslucht van Het Roomhuis
en met een kushand en met een achteloos gebaar van kleding
en ik floot en ik maakte vrolijke muziek.
Nu schroef ik de prijzen op en van de melkbussen
zijn er enkele die alle veertig liters kunnen bergen,
maar dan slaan we onderin wel een paar deuken:
dat scheelt weer samen vele liters.

Gallilei, de meisjes bukken, Gallilei hallee hallo,
Gallilei, de hanen kraaien op het dak van tante Jo.
Trek maar wat uit. lk houd zolang je bloes vast.
Hier achter de fabriek laat ik kapotte flessen gooien,
tegen de muur moeten ze tot splinters.
Een beschadigd exemplaar kan beter helemaal kapot.
Voor geld doen jullie alles? Jullie graaien
tussen de scherven je handjes rood op zoek
naar gave exemplaren. Kom voortaan spelen in de fabriek.
Ik fluit wel op mijn vingers als jullie welkom zijn.
Ik zal zorgen dat het Bezuidenhout geasfalteerd wordt:
een deken van vergetelheid over jullie speelterrein.
Want als je heel goed kijkt,
hoeveel zijn er niet verkracht in dit stuk puin,
hoeveel zijn er niet verkracht achter mijn bedrijf,
mijn zoet en weeïg ruikend woonhuis?

twee reacties

Willem Groenewegen

Tomas Lieske was dit jaar een van de belangrijkste gasten bij het Poetry International festival. Graag verwijs ik u dan ook naar zijn pagina op hun website: http://netherlands.poetryinternationalwe..

Willem Groenewegen, - 15-12-’10 18:01
A. Bak

Bizar: heeeel lang geleden kwam mijn zus (ik praat over einde jaren 60) met een opzegversje naar huis, wat fonetisch zo klonk:

lammejeu, de meisjes bukken
lammesjeu ali alo!
lammesjeu de hanen kraaien
op het dak van tante Jo!

U snap het al: ik ‘googlende’ op een paar kreten…

Waar komt die strofe in dat gedicht dan vandaan, als het uit de jaren 80 stamt…?

A. Bak, - 25-09-’11 00:05
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog