Louis Stevens is de man (4): de vrijheid

Louis Stevens is de man

Louis Stevens is de man. Echt. Lees hier de delen van Ivo Victoria's feuilleton: 'De geboorte' (met toelichting), 'De vis', 'De jeugdliefde' en nu aflevering 4: de vrijheid.

*

Haar moeder zou die dag een operatie ondergaan. Een eenvoudige ingreep, weliswaar onder volledige narcose maar zoals de chirurg had gezegd: ‘Om deze operatie te laten mislukken, moest je echt je best doen.’

Toch sprong Louis Stevens die avond bij het eerste gerinkel onmiddellijk op en liep met kwieke pas van de ene zijde van de woonkamer naar de andere om de telefoon op te nemen terwijl hij zijn vrouw gebaarde rustig te blijven zitten. Alsof hij het wist. En in zijn herinnering zou dat inderdaad zo zijn: hij wist het, had het meteen geweten en zou altijd opgelucht blijven dat zijn intuïtie ervoor had gezorgd dat hij het was die de hoorn tegen zijn oor drukte en hoorde hoe de vader van zijn vrouw begon te giechelen en zei: ‘Ze is dood.’

En terwijl hij naar zijn vrouw keek die aan tafel zat, achter haar laptop en hem op haar beurt aankeek met vragende blik, hoorde hij hoe aan de andere kant van de lijn het gegiechel overging in de slappe lach, en hij dacht aan de vrijheid.

Hij heeft zich lang verbaasd over wat hij kan denken, zelfs in extreme omstandigheden. Ook wanneer hij of zijn geliefden overvallen worden door groot en diep verdriet, oprechte droefenis die hem daadwerkelijk treft. Zelfs dan, zoals nu, nauwelijks een week later, in de oude basiliek, gevuld met de geur van wierook en plechtige orgelmuziek, zijn vrouw in zijn armen, haar tranen in de stof van zijn overhemd, zijn hand op haar haren, zelfs dan vindt zijn blik instinctief een aantrekkelijke jonge vrouw tussen de andere rouwenden met lange, krullende, rode haren en een gaaf gezicht en het kost hem geen enkele moeite haar zich naakt voor te stellen. Noch is het lastig aan een goeie grap te denken. Of zich in te beelden dat hij plots op staat en een vrolijk dansje doet waarbij hij met zijn goeie schoenen driftig op de eeuwenoude tegels van het kerkgebouw stampt en luidkeels een lied zingt. Sterker nog, bij deze gedachten kan hij een glimlach ternauwernood onderdrukken. En toch is ook zijn verdriet waarachtig en zijn liefde voor de vrouw in zijn armen intens, en wanneer hij dit soort momenten later overdenkt, kan hij overvallen worden door enorme buien van neerslachtigheid omdat niemand dit ooit kan begrijpen en het onmogelijk uit te leggen valt, en misschien nog het meest van al: omdat hij het zelf ook niet begrijpt.

Het maakt niet uit, dacht Louis terwijl hij met zijn hand over de rug van zijn vrouw wreef en de kist bestudeerde waarin zijn schoonmoeder lag. Het maakte allemaal niks uit. Wat de mensen ook zouden zeggen, hij was een gewone man. Het was misschien wat overmoedig maar soms dacht hij: ik ben dé man. Het zou kunnen. Het zou alleszins geruststellend zijn.

En wanneer binnen enkele tientallen jaren zijn eigen vrouw overlijdt, als eerste, iets wat hij niét zal voorzien, zal hij terug denken aan dat telefoontje van zijn schoonvader, hun beider vergissingen, de ongewilde vrijheid die hem zal omsingelen en langzaam zal verstikken. De vrijheid die hem zal doden zoals ze zijn schoonvader had gedood, uiteindelijk.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog