Zekerheid

En de winnaar is... VIII

Op de dag van de uitreiking overheerste maar een gevoel: ik ga winnen. Zeker weten. Ik hoefde de prijs alleen maar op te gaan halen, die middag. En toch was ik nerveus. Misschien was ik wel nerveus door die zekerheid.
Bij eerdere gelegenheden wist ik zeker dat ik niet ging winnen, toen ging ik naar de uitreiking om de winnaar te feliciteren, om collega-schrijvers te spreken, om uitgevers, recensenten, journalisten even te spreken. En om een biertje te drinken na afloop. Nu ging ik winnen, en alles was anders.

Ik had nog nooit nagedacht over de kleren die ik bij zo'n uitreiking aan moest trekken, ik volgde gewoon het advies van mijn moeder: ‘Ge trekt toch wel een net pak aan hé.’ Nu wist ik dat ik ging winnen, en ik dacht na over de foto die na afloop gemaakt zou worden, met de cheque en de voorzitter van het bestuur van de sponsor.

Bijna zeker. Ik wist bijna zeker dat ik ging winnen. Bijna, want niemand had het me verteld, vooraf. Ik zag mijn roman tussen de andere genomineerde boeken staan en ik wist het weer volledig zeker. Ik las een beschouwing over de prijs op internet, waar een andere winnaar werd genoemd, en alle zekerheid viel weg.

Ik trok een zwart shirt aan, mijn beste broek. Ik poetste mijn schoenen. Ik wist wat ik zou gaan zeggen als ik gewonnen had. Natuurlijk bereid je iets voor. Winnaars die zeggen dat ze niks voorbereid hebben zijn amateurs of ze zijn heel erg naïef of ze willen graag heel erg naïef gevonden worden, daar zit nog een verschil in. Thuis oefende ik mijn dankvoord. Op de fiets oefende ik mijn dankvoord. In de supermarkt oefende ik mijn dankvoord.

Destijds woonde ik bij een vriend in huis. Hij trok een jasje aan en samen fietsten we naar de Stadsschouwburg aan het Leidseplein waar de uitreiking was. We waren vroeg. Er was koffie. Trillend hield ik het schoteltje vast, het kopje stootte ik uiteindelijk over het witte overhemd van mijn vriend, die de rest van de uitreiking met een enorme bruine vlek in zijn shirt rondliep.

Hij lachte: ‘Je bent zenuwachtig hè.’

Dat was ik zeker. De zekerheid van de winst bracht met zich mee dat de verslagenheid van een eventueel verlies veel groter zou zijn. Dat mocht niet gebeuren. Dat kon niet gebeuren. Ik had tegen iedereen gezegd dat ik ging winnen. Geen twijfel mogelijk. Net als bij de Libris was Miquel Bulnes genomineerd. Ik wist zeker dat ik van Miquel ging winnen, maar Jeroen Vullings dacht daar anders over en hij liet me weer twijfelen. Zekerheid duurt lang. Anne-Gine Goemans gaf me alvast een fles drank met daarop een etiket van het omslag van mijn roman. Ook zij wist het zeker.

We zaten op de eerste rij. Jelle Brandt Corstius sprak met de genomineerden. Hij had geen enkel boek gelezen en zijn vragen waren van een volstrekte desinteresse, maar dat maakte niet uit, dat was alleen grappig, want ik ging toch winnen. Het ging op alfabetische volgorde. Het duurde vreselijk lang. Ik was aan de beurt, na mij kwam er nog drie schrijvers. Brandt Corstius nam de tijd. Ik had dorst. Ik keek naar de leden van de jury, hun gezichten allemaal strak, ze lieten niks blijken. Ik wist het zeker.

Toen was het moment waarop de juryvoorzitter naar voren mocht komen en eindelijk eindelijk het woord nam. En de winnaar is... Ik hoorde mijn naam.

De zekerheid sloeg om. Ik hoefde niet meer te wachten tot de zekerheid waarheid was, ik kon nu de bluf van de zekerheid als zekerheid gaan zien.

Ik ademde uit. Ik hoorde alleen nog het gejuich in de zaal achter me en ik stond op en keek eerst naar de gezichten in de zaal, uitgevers van de andere schrijvers, recensenten, journalisten. Ze gunden me de prijs, dat zag ik wel. De andere schrijvers feliciteerden me, een paar schrijvers gunden me de prijs. Ik deed mijn dankwoord. Ik zong een carnavalsliedje. Ik kreeg allerlei felicitaties. Mijn uitgever, journalisten, recensenten, publiek. Ik dronk bier. Er kwam iemand van de organisatie naar me toe die zei dat er een taxi klaar stond om naar een radiouitzending gereden te worden in Hilversum. Ik wilde helemaal niet naar Hilversum, maar ik dronk nog een paar biertjes en ging toch en op de radio vertelde ik over de persoonlijke kant van mijn boek, iets wat ik tot dan zelden gedaan had.

Ik had een beeldje gekregen en een cheque en een bos bloemen. Die gaf ik mee aan de vriend bij wie ik in huis woonde. Ik ging weer terug naar Amsterdam. Ik dronk nog wat in de Doffer, die was nog open. Ik wist zeker dat ik nog niet naar huis zou gaan. Ik gaf rondjes. Ik deed nog een keer mijn carnavalsliedje, mijn dankwoord.

Ik kwam thuis en vond het beeldje op tafel, de cheque ook. Toen de moeder van mijn vriend een paar weken later bij hem in huis was vond zij de bloemen achter de bak, helemaal verdroogd.

*

Literatuur en prijzen; een combinatie die voor leespubliek, uitgevers, boekhandels en media heel vanzelfsprekend en gewenst is, maar hoe beweegt een schrijver zich in het prijzencircus? Jan van Mersbergen werd genomineerd voor literaire prijzen, won prijzen, werd vaak niet genomineerd en won ook vaak niet, zit in de jury van een prijs en volgt het nieuws over de prijzen. In deze serie vertelt hij over zijn ervaringen. Dit is aflevering acht. Lees hier afleveringen één, twee, drie, vier, vijf, zes en zeven.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog