Louis Stevens is de man (7): de verrijzenis

Louis Stevens is de man. Echt. Lees hier de delen van Ivo Victoria's feuilleton: 'De geboorte' (met toelichting), 'De vis', 'De jeugdliefde''De vrijheid', 'De geur', 'de voorspellingen' en nu aflevering 7: De verrijzenis.

*

Het is twee uur ’s nachts en Louis Stevens maakt een tosti. Hij rust met beide handen op het aanrecht. De hitte van het apparaat, verpakt in de geur van geroosterde ham en smeltende kaas, slaat in zijn gezicht. Opeens staat zijn moeder naast hem.
‘Mama, wat doe jij hier,’ vraagt hij.
‘Maar schat, ik heb jouw berichtjes toch gehad?’ zegt zijn moeder.

De laatste jaren spraken ze elke maandagavond. Zij belde. Over het algemeen was hij te moe om iets anders uit te brengen dan ‘Goed, goed’ en ‘Ja, met de meisjes ook’. Hij hoorde aan haar stem of ze gedronken had. Soms vertelde ze drie keer na elkaar hetzelfde verhaal. De enige keren dat die telefoontjes echt leuk waren, was als de kinderen aan de lijn kwamen en vroegen of ze wilde ophangen zodat ze haar voicemail konden bellen om de stem van opa te horen; die hadden ze nooit gekend. Liza en Lotte hadden enorm van die telefoontjes genoten. Het had dan ook een hoop moeite gekost om ervoor te zorgen dat zijn moeder begraven werd met haar mobiele telefoon in de linkerhand, en daarna een hoop extra geld en gesjoemel om de grafdelver zo ver te krijgen een stroomkabel naar het graf te trekken, netjes verstopt in een sleuf in de grond. Nadat de rouwenden de begraafplaats hadden verlaten, hadden ze daar de oplader in gestoken die ze middels een gaatje door de kist in de mobiele telefoon plugden. Bereik was een andere zaak, maar dat bleek mee te vallen. Uiteindelijk zouden vocht en ongedierte het toestel onklaar maken, een kwestie van maanden dacht de grafdelver, en dan zouden ze ook de stroomkabel weer verwijderen. Maar Louis hechtte aan die maanden, de luttele tijd die restte waarin de kinderen oma konden sms’en opa konden beluisteren in de wetenschap dat zijn moeder die berichtjes en telefoontjes ook echt persoonlijk kon ontvangen.

Nu staat ze naast hem in de keuken, geen haar veranderd, geen spoor van modder of vocht of wat dan ook.
‘Jongen, heb je er boter aan de buitenkanten op gesmeerd? Je weet, dan blijven ze lekker smeuïg.’ Ze wijst op het tosti-ijzer.
‘Mama, je bent dood,’ zegt Louis. ‘Je móét terug. Ik kan er niks aan doen.’
‘Ja, maar schattebout,’ antwoordt zijn moeder. ‘Mag ik niet nog één keer de meisjes zien? Je weet, dat zijn mijn engeltjes hè.’
Louis denkt aan de verwarring die zich meester zal maken van Liza en Lotte als blijkt dat oma uit het graf is opgestaan. En hoe gaat hij uitleggen dat ze ook weer terug moet? Alles spijt hem vreselijk. Ook de telefoontjes op maandagavond. Hij had meer aandacht moeten geven, wellicht had zijn moeder dan niet de behoefte gevoeld om te verrijzen. Het is zijn schuld. Alles. En dit zegt hij ook, luidop, terwijl hij voorovergebogen staat met zijn ogen dicht en zijn tranen sissend verdampen op het gloeiend hete tosti-ijzer. Hij durft haar niet aan te kijken. Zijn moeder kon van een volwassen man een angstig kind maken met één blik. Nu zegt ze niks. Louis voelt geen beweging. Ze moet begrijpen dat ze aan de kinderen moeten denken. Hij kijkt op, en dan opzij. Ze is weg.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog