Louis Stevens is de man (9): de nieuwe vijand

Louis Stevens is de man. Echt. Lees hier de delen van Ivo Victoria's feuilleton: 'De geboorte' (met toelichting), 'De vis', 'De jeugdliefde''De vrijheid', 'De geur', 'de voorspellingen', 'de verrijzenis', 'de oorlog'  en nu aflevering 9: De nieuw vijand.

*

‘Nou,’ zegt zijn vrouw. ‘Wiens beurt is het om de loopgraven in te gaan?’
‘Je weet best wiens beurt het is,’ zegt Louis Stevens. ‘Het lijstje ligt op de wijnkast.’
Zo noemen ze die kast nog steeds. Een exemplaar dat ze lang geleden hadden gekregen van de ouders van zijn vrouw, toen ze nog wijn dronken, toen er überhaupt wijn te verkrijgen viel.
‘Ik verwacht telefoon,’ zegt zijn vrouw.

‘Zeker,’ zegt Louis Stevens. ‘Jíj verwacht telefoon.’ Soms kan hij nóg boos zijn, en op een ongepaste, kinderachtige manier urenlang zitten mokken op een stoel in een hoek van de woonkamer met een kop koffie in de hand, omdat hij die hele oorlog destijds nota bene had voorspeld. Maar hém belt ze nooit.

Vanachter het raam op de eerste verdieping kijkt hij toe hoe zijn vrouw de loopgraven in gaat, zoals ze het doen van de wekelijkse boodschappen zijn gaan noemen, aanvankelijk ironisch bedoeld. Ze schuifelt over de stoep waar ze een groot deel van hun wijn hadden opgedronken samen met de mensen die Louis Stevens indertijd hadden weg gelachen en uitgespuwd. Nu liggen hun huizen in puin, zijn hun schaduwen opgelost. Niets staat nog recht in de wijk, behalve het huis van Louis Stevens en zijn vrouw, en zo zal het blijven tot aan hun dood. Het kleine schiereiland is ongeschikt voor wederopbouw verklaard. Het ligt te dicht bij het water. Dat is de nieuwe vijand.

Aan het eind van de straat snijdt zijn vrouw de hoek af, waar de school heeft gestaan. Moeizaam beweegt ze haar ledematen. Ze is nog steeds mooi wanneer ze stil zit, of slaapt. Zodra ze in beweging komt, verbrokkelt ze als een uitgedroogd kleipoppetje. Ze zijn oud geworden. Het is zomaar gebeurd. Hij denkt aan de zonnige dag, meer dan vijftig jaar geleden toen ze hier kwamen wonen, op deze opgespoten landtong, vijf straten breed. Louis is het altijd een schiereiland blijven noemen. Wij wonen op een schiereiland. Het klonk zo mooi, en dat was het ook. Na de overdracht van de sleutel waren ze van de notaris rechtstreeks naar het huis gefietst met een fles champagne. De ruimtes leeg, de muren blanco, alles stil, wachtend op geschiedenis. Kort na het ontkurken van die fles had hij haar tegen de muur in de keuken genomen, op de plek waar later het speelgoedkeukentje van de meisjes zou staan. Zijn broek op zijn enkels, haar frisse billen rustend in zijn handen. Hij glimlacht bij de gedachte aan de gulle geilheid waarmee ze neukten. Als hij dat nu zou proberen, als hij er de kracht nog voor had om haar nu zo op te tillen en tegen die muur te drukken, zou ze in twee, drie stukken breken. Hij kan ze zien liggen op de vloer, die mooie houten vloer, waardoor ze op dit huis verliefd waren geworden. Haar hoofd, haar romp, haar benen. De droge botten geknakt als dood hout. Geen bloed, geen vocht, geen leven.

De telefoon rinkelt. Louis Stevens loopt van het raam naar het toestel. Hij herkent het nummer op het display. Het liefst zou hij neervallen en niets meer weten. Dat is een van de weinige dingen die een mens niet zelf kan doen. Hij draait zich om, loopt terug naar het raam en staart naar buiten. De telefoon valt stil. Zijn vrouw is uit het zicht verdwenen. Over de ruïnes heen kan hij het water zien dat het schiereiland insluit. Donker, dreigend, schommelend, als om een gebeurtenis aan te kondigen. Dat uitzicht hadden ze vroeger niet.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog