, 24 November 2015

Sardienen

Koubaa vs. Koubaa 4

Wie we daar hebben! Koubaa, waar heb jij gezeten?
Da’s een lang verhaal, Koubaa.
Dat is toch jouw ding: verhalen vertellen, kom op!
Ik weet niet of ik er zin in heb.
Zin of niet, je hebt zelf gezegd dat alles bruikbaar is, dat je vijfentwintig uur per dag schrijft. Waar was je?
Hoofdzakelijk in mijn hoofd.
In je hoofd. Was het daar leuk? Was het zomer in je hoofd? Heb je gezwommen, met je kinderen op het strand gespeeld, heb je vis gegeten... gevliegerd… heeft je vrouw je haar geknipt? 
Ik heb voornamelijk geschreven.
Zo, dat is een begin, en wat heb je zoal geschreven?
Een roman.
Nou, een roman. Heeft hij een naam?
Hij heet Een goede vriend.

Zo, een goede vriend, Koubaa, zoals wij dus.
Yep.
Het gaat dus over vriendschap?
Ja, en over sardienen.
Sardienen?
Ja, ik was een maand in Portugal, ik was opgebrand en uitgeblust. Ik moest er even uit.
Dus trok je naar Portugal en schreef je een roman over vriendschap en sardienen.
Ik maakte aantekeningen voor de roman, in schriftjes en in mijn hoofd. Ik maakte ook foto’s om later plaatsen en de oceaan te kunnen beschrijven.
Zeg, Koubaa, het is toch geen statisch boek geworden, vol kunstzinnige beschrijvingen? Dan haak ik op voorhand al af.
Nee, Koubaa, ik heb het ruime sop gekozen. Alles beweegt in de roman, zoals de oceaan.
En de sardienen.
En de sardienen.
Maar als ik het goed begrijp, moet je de roman nog schrijven.
Nee, dat is gebeurd. Ik ben begin september begonnen, de schriftjes naast me, en zes weken later was ik klaar.
Zo, dat is snel. Geen gebrek aan inspiratie en urgentie.
Inspiratie, niet, nee, maar wat bedoel je met urgentie? Iedere redacteur, elke criticus heeft het steeds maar over urgentie. Wat is de urgentie van het boek?
Ja.
Nee, wat is urgentie?
Dringende noodzaak, noodzakelijkheid, belang. Dikwijls kun je zien dat de schrijver een constructie bedenkt die niet uit het verhaal zelf komt. Iets postmoderns, laat ons zeggen.
O, dan is mijn roman zeer urgent.
Je hebt dus niet gesjoield met metawaarheden en dwaasheden die ons willen tonen dat het personage geen mens van vlees en bloed is?
Heliaal niet, het is zuiver realisme.
Maar er komt wel een koffiekan in voor die verdwijnt en weer opduikt op andere plaatsen.
Dat kan zo’n kan, ja, daar is niets bijzonder aan. Maar hoe weet jij dat van die kan, Koubaa?
Hoe denk je? Ik weet ook dat je het boek ter nagedachtenis van je vader hebt geschreven.
Koubaa?
Ik was er bij toen hij stierf, weet je wel, we hebben samen zijn hand vastgehouden toen hij zijn laatste adi uitblies. ‘Ik heb geleerd wat sterven is,’ heb je in mijn oor gefluisterd; een laatste levensles van je vader: leer te sterven. Het heeft niets te betekenen.
Misschien is daar de urgentie van de roman ontstaan, Koubaa. Misschien lag de oerknal van het verhaal in die laatste aanraking tussen leven en dood besloten. En op mijn fiets naar huis na de dood is het heelal ontstaan. Op vier september zijn de duizenden zinnetjes die ik in Portugal heb neergekrabbeld, de ontelbare beelden die ik heb meegenomen, alle gesprekken en geuren rond elkaar gaan draaien — en daar was de zon, de maan en de getijden die de oceaan bespelen.
Mooi beeld, maar het klopt niet, Koubaa.
Hoezo?
Nou, in plaats van een Big Bang en een geleidelijke uitdijing is het heelal in één moment ontstaan, lichtschakelaar aan en hup: licht!
Oké, dan is mijn roman ook zo ontstaan, punt.
Het is een therapeutische roman.
Verre van.
Een goede vriend, heb je het omslag al?
Een man met tulband op een vliegende vis.Een zuiver realistisch verhaal?
Het kan niet realistischer zijn, Koubaa, elke roman die ik schrijf heeft een intrinsieke logica en het is mijn uitdaging om binnen die logica levendige personages te bedenken die nieuwsgierigheid opwekken; dat is schrijven.
Hoe maak je zo'n romanpersonage dan levendig?
Door hem op de eerste bladzijde te laten vloeken als zijn paraplu het begeeft tijdens een windstoot. Dat zegt iets over die man.
En over het weer en de paraplu.
Dat is meegenomen.
Komt er ook liefde in je roman?
Het gaat over vriendschap, dus.
Kun je niet een klein tipje van de sluier lichten, Koubaa?
Er komen ook sluiers in voor, ja.
En sardienen.
En sardienen en andere vissen waarvan ik de naam niet ken.
Zijn er al niet genoeg boeken over zeeën en oceanen geschreven?
De oceaan is nooit hetzelfde, Koubaa, we kunnen haar niet waarnien zonder haar te veranderen.
Dus de fotograaf in jou heeft naar de oceaan gekeken?
Kijken is inderdaad essentieel. Pessoa schreef het: ‘Kunnen zien, daar gaat het om!’ Je begint trouwens iets van een interviewer te krijgen, Koubaa, kunnen we niet gewoon een gesprek voeren zoals altijd?
Mis je hem ook niet?
Natuurlijk mis ik hem, maar ik blijf tegen hem praten. En zolang hij terugpraat is hij er; als zijn stem uitdooft zal hij in herinneringen veranderen, maar zolang mijn vader tegen me praat is hij er nog. Ik steel soms zijn zinnen.
Zoals?
‘Heb je alles in huis voor de soep?’
Heb je nu een tipje van de sluier gelicht, Koubaa?
Het staat letterlijk in mijn roman, als het dat is wat je bedoelt, ja, en het is een vraag die mijn vader heeft gesteld toen hij al dood was. En ik luister naar mijn vader, ik heb altijd naar hem geluisterd.
Maar je steelt van hem.
Onvolwassen dichters imiteren. Volwassen dichters stelen. T.S. Eliot.
Ben je nu een dichter ook?
Uiteraard, Koubaa, ik ben een fotograaf die muziek schildert.
Mijn god, kun je niets beter verzinnen?
De keien die ik in de oceaan slinger, komen in mijn hand tot leven.Al iets beter, en dan?
Dat is het voorlopig.
Waarom slingeren we keien in het water, Koubaa? Ik moet eerlijk toegeven dat ik er ook niet kan aan weerstaan; ik kan geen water voorbijlopen zonder er een steen of een kei in te gooien.
Het is urgent.
Ja, maar waarom, wat drijft ons ertoe het te doen?
Er zijn mensen die daar een boek over kunnen schrijven, of een essay of een gedicht, maar mij interesseert het niet waarom we geneigd zijn stenen in het water te gooien; ik doe het gewoon graag.
Keilen vind ik ook adembenemend. Wat is jouw record?
Zeuventien.
Echt?
Yep. Ik ben lid van de Koninklijke Nederlandsche Keilbond.
Ben jij Nederlander, Koubaa?
Voor een vierde.
Dus ik ook?
Ongeveer, ja. Je moet maar eens mee komen keilen, het is laagdripelig. Ons team heeft op Goeree-Overflakkee aan het Haringvliet in de Zuid-Hollandse delta zilver gewonnen.
Is dat in de haven van Middelharnis?
Ja, en op de wereldkampioenschappen haalden we gedeeld brons.
En de trofee was een kei.
Nee, een hand met een kei tussen duim en wijsvinger geklid. De Romeinen deden het al.
De Romeinen?
Als sport, daar zijn geschreven bronnen van, en ze deden het om dezelfde reden als wij.
En die is?
Dat staat er niet bij, Koubaa. Omdat ze het leuk vonden allicht. Het was urgent, ze konden het niet laten, de Romeinen hadden ook geen vrije wil. Ze raapten een kei van de grond van hun rijk en keilden de kei over de rivier waarin je geen tweiaal kon stappen.
Waren dat de Grieken niet?
Zij keilden ook, maar daarvan zijn geen geschreven bronnen.
Hoe kun je dan weten dat de Grieken keilden?
Als de Romeinen het deden, deden de Grieken het ook, Koubaa. Het heeft altijd bestaan.
We keilen dus sinds de Oerknal?
Wat denk je dat de Oerknal is, Koubaa?
En in Saoedi-Arabië, waar geen rivieren zijn?
Daar gebruiken ze de keien om de duivel of de ter dood veroordeelde mee te bekogelen, als er rivieren waren, zouden ze dat niet doen. Ze eten te weinig vis. Ze zouden gelukkiger zijn als ze meer vis zouden eten.
Sardienen.
Bijvoorbeeld.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog