Aantekeningen, antwoorden, aanvullingen en correcties

Het objectieve subject, eindejaarsoverzicht 2015

Niemand leest in kalenderjaren, al wekken sommige kranten en websites de indruk van wel. 2015 werd voor mij gedomineerd door boeken uit 2013 en 2014, misschien las ik vijf of zes Nederlandse romans uit dit jaar, nog zo'n stapel Engelse en vertaalde literatuur. Ik las weken aaneen niets, ik kwam niet verder in de volkoren leeslast die ik mezelf zonder doel en lust had opgelegd, en toen weer twee boeken in één week. Laat staan dat ik recensies, essays, blogposts schreef. Geen lijstje zou recht doen aan de boeken of het jaar. Maar boeken, oeuvres en auteurs krijgen hun waarde in samenhang met het ongeletterde leven. Dus: aantekeningen. Antwoorden. Aanvullingen en correcties. Analfabetisch. Stijl. Eindejaarslijstjes. Alleen het beste. Bekend en talent. Afscheid. Het beste van 2015, voor abonnees en gratis. A.F.Th. van der Heijden en Elsschot. Pijn. Kettinglezen. Vogels en betekenis.

  • Stijl. Jeroen Vullings besloot dit jaar Republiek der Letteren met een essay over het gebrek aan stijl in de Nederlandse literatuur.
    'Het verrassende is dat je die "visie" [die de basis is van stijl, niet techniek, betoogt Vullings met Proust] direct merkt als je gaat lezen. [...] Je kunt opveren, er kan een siddering door je heen trekken, je kunt [...] bij de lurven gegrepen worden.' Maar veel romans lijken 'wel in een mal gegoten [...] te worden: eenvormig, karakterloos, steriel. En dat met een uiterst elementaire woordenschat, waarin het gewone ontstellend regeert, hetgeen de infantilisering van dit massaproduct vervolmaakt'. Vullings verklaring: 'Het show don't tell en het uitbenen en schrappen is nu een maniertje geworden [...]. Show and tell zou een geschikter algemeen schrijfdevies zijn. En juist voor dat vertellen binnen die nevenschikking is talent nodig.'

    Ik denk dat ik het met hem eens ben, maar toch niet in die mate dat ik zijn devies niet nog geïllustreerd zou zien. Wat is het dan bij stilistisch virtuoze schrijvers als Peter Buwalda, Walter van den Berg, nabokovianen en Hemingway-verafgoders dat ze de lezer een fysieke ervaring bezorgen? En hoe ontbreekt het dan bij de gemiddelde debutant? Vraag aan Vullings voor 2016: uitgebreid citeren, vergelijken, analyseren. Zeg het ze én laat het zien.

  • Eindejaarslijstjes. Ik houd er wel van. Maar ik heb dit jaar amper recht van spreken. Bert Natters Remington mag 2016 in, en Annelies Verbekes Dertig dagen, en de romans van Sarah Hall en Claire Vaye Watkins. Maar wie zoals ik de nieuwste Thomése nog moet lezen, heeft eigenlijk geen recht van spreken.
  • Alleen het beste. Bekend en talent. Zoals elke slogan heeft de onze iets leegs en hoogmoedigs. Maar het verwoordt meer een ambitie dan een status. (Ik heb de vertaling van filosofie als 'streven naar wijsheid' altijd erg gewaardeerd, waarom kan zoiets niet ook voor literatuur?) Literatuur is in beweging, en de Revisor bestaat om die beweging te ondersteunen, het beste te halen uit schrijvers, en talenten een podium te bieden. Is dat gelukt? Ik geloof het wel. De drie talenten voor 2016 die de Volkskrant vandaag benoemt, publiceerden allemaal voor ons, met nieuwe collega Marieke Rijneveld op één. Van Bregje Hofstede en Naomi Rebekka Boekwijt publiceerden we verhalen op de site. We zijn trots en gaan verder. Lezen. Kiezen. Redigeren.
  • Afscheid. 2015 was een mooi jaar, met drie Revisors, en ook thuis genoeg positieve ontwikkelingen, maar de Revisor nam ook afscheid van drie redacteurs - Gustaaf Peek, Erik Lindner, Bart Koubaa -, die vrienden zijn geworden. Gelukkig lezen we nog van ze. En drinken we nog koffie met ze. En worden we een redactie die niet alleen meer over kinderen praat, maar ook over koeien en voetbal. En over literatuur. Dat is een verrijking.
  • Het beste van 2015, voor abonnees. Vijf verhalen achter de abonneemuur die het (her)lezen waard zijn.
  • Het beste van 2015, gratis. Vijf verhalen op Revisor.nl die naast die verhalen van Boekwijt en Hofstede het (her)lezen waard zijn.
  • A.F.Th. van der Heijden en Elsschot. Ik besprak Van der Heijdens nieuwste, De ochtendgave, voor mijn broodmeester Athenaeum.nl. Eén detail kon ik niet in mijn bespreking kwijt, en het is een van de schaarse gezinsscènes, halverwege het boek. Caspar, de secretaris van het Nederlandse vredesgezantschap, komt kort thuis bij zijn grootouders en zoon, en vertelt dat er vrede komt tussen 'de Leeuw en de Haan'.

    '"De leeuw en de haan," herhaalde Putto met een zucht. "Eet de leeuw de haan dan niet op?"
    "In de wijde, wilde wereld wel," zei mijn vader. "Maar in de wereld van de politiek en de krijgskunst... nee, Putto, dan kan het evengoed gebeuren dat de haan de leeuw de ogen uitpikt."
    "Dan is de leeuw blind," zei Putto, zijn kleine hoofd schuddend, "en kan hij de haan niet meer vinden."
    [...]
    "Caspa... Caspa, weet je wat?" riep hij me na. Ik draaide me om. Hij straalde. "Als de haan kukeleku zegt, weet de blinde leeuw waar de haan is, en... en dan eet de leeuw de haan op."'

    Lees ik te veel als ik in Putto's overwegingen die van Jan uit Elsschots De leeuwentemmer herken? 'Als Jan een leeuw bij de Duitschen zet, wat is het dan?' En: 'Als de leeuw met een paard vecht, wie wint er dan?' Bijna het gehele eerste hoofdstuk lang beproeft de jongen zijn grootvader met steeds groteskere scenario's met stoomwalsen en vaders en zonnesteken - bij nader inzien toch luchtiger, losser dan de dramatische woorden van Van der Heijdens Putto.

  • Pijn. Laura Broekhuysen schreef me over het essay dat nu in Bladspiegelvorm verscheen:

    'Geen van de bevallingsscènes die je geïsoleerd beschrijft, raken me, en in ieder geval in geen enkel opzicht aan de ervaring, voorzover ik me die kan herinneren. Maar het is niet per definitie dat zo'n bevallingsscène alleen geslaagd zou kunnen zijn als de lezer de pijn kan navoelen, vind ik. Stel je aan literatuur altijd de eis dat je je moet kunnen inleven, dat je het moet kunnen voelen?'

    Nee. Mijn vraag was een particuliere vraag, of literatuur me kon helpen pijn, specifiek bevallingspijn, in te voelen. Dat doet geen recht aan de feitelijke en zeer individuele ervaringen van moeders, en evenmin aan de bedoelingen die auteurs hebben met bevallingsscènes. Ik hoop wel dat ik zinnige opmerkingen heb gemaakt over stijl, perspectief, beeldspraak. Maar ik realiseer me dat ik mijn eigen vraag ook niet bevredigend heb beantwoord, en misschien moet er een derde essay aan te pas komen. Misschien met de bevallingsscène die Broekhuysen me belooft in het boek Winter-IJsland (april 2016, bij Querido!)?
  • Uitsluiting in de Nederlandse letteren. Stuk in De Groene Amsterdammer, 19 augustus, met Thomas Franssen. Reacties, blog met reacties daarop, en actiepunten. Actiepunten zijn doorgeschoven naar 2016. Fabian Takx reageerde verstandig: 'Raar probleem.' En: 'Het draait erom, dacht ik - een tijdje later - onder het strijken der overhemden, of de bejegening, de behandeling, de beoordeling van auteurs en hun werk juist en oprecht is. Als die onjuist is, zou dat de lage participatiecijfers kunnen verklaren. Maar andersom mag je niet redeneren.' Juist. Kimon Moerbeek heeft getuigenissen van schrijvers en theatermensen hierover opgenomen in zijn artikel 'Authors as Cultural Mediators: Writing Towards New Horizons'. Gekleurde kunstenaars ervaren uitsluiting. Of dat terecht is, en of die uitsluiting bewust is (ook een redacteur voelt zich meer thuis bij een gelijke dan een onbekende), is een tweede en derde punt. Dat is niet hard te maken. Maar als je als tijdschrift of uitgeverij niet zichtbaar bent voor vrouwelijke, gekleurde, oudere schrijvers - de inzendingen op info@revisor.nl suggereren dat -, dan moet je je dat aantrekken, en nadenken of je je op een andere manier kunt presenteren tegenover anderen. Literaire tijdschriften zijn er immers ook voor schrijvers.
  • Kettinglezen. Ik ben adviseur-af bij het Letterenfonds. De termijn, vier jaar, liep af. Tweemaal per jaar moest er een enorme stapel binnen anderhalve maand gelezen en beoordeeld. Ik mis het niet, de dwang. Ik mis het heel erg, de roes, het gesprek dat boeken met elkaar aangaan zonder dat je ze erop uitzocht. Ontdekkingen, herlezen: Ivo Victoria, Gilles van der Loo, Stijn van der Loo. Voornemen voor 2016: oeuvres lezen, deelnemen aan schaduwjury's.
  • Vogels en betekenis. Dieren zijn ook maar dieren, een vogel in de literatuur heeft niet per se betekenis, betoogde ik in nummer 10 in 'De vogels van proza'. Dat wil Peter van Straaten ook niet beweren in zijn column 'Gevederde vriend' (opgenomen in Over tekenen en over de natuur), maar de overeenkomst in kort bestek met de zielevogel in Annelies Verbekes Dertig dagen is treffend:

    'Toen landde een jong roodborstje aan mijn voeten. Hij was nog grauw van kleur, maar hier en daar schemerde al iets van oranje door de donsveertjes van zijn borst. Hij pikte wat in het gras, nam een sprongetje, vloog naar me toe en ging tevreden op mijn knie zitten. Ik hield me stil en begon tegen hem te praten zoals je dat tegen een hond of een kat doet.
    [...]
    Later, toen ik opnieuw bezig was de kamperfoelie in goede banen te leiden, kwam hij op mijn schouder zitten. Ik had er een vriendje bij.
    Een week later lag hij dood voor onze deur. Was dit een teken?'

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog