De eenzame kunstenaar 1.0

Het objectieve subject

De belofte zit hem in 2.0. 'Het literaire werk 2.0 is een onderzoek naar de schrijf- en bewaargewoontes van hedendaagse literaire schrijvers,' schrijft de redactie van Literatuurmuseum.nl. Niets ten nadele van typemachine-adepten als A.F.Th. van der Heijden, Peter Terrin, Dirk van Weelden en Gustaaf Peek, maar 2.0 is de Remington niet, en de nieuwe tijd biedt allerlei mogelijkheden om het schrijven makkelijker te maken. Je kunt in een tekstverwerker witregels toevoegen en weghalen, Walter van den Berg gebruikt programma's Evernote en Scrivener voor zijn aantekeningen en schema's. De vraag: verandert het schrijverschap daardoor ingrijpend? Het experiment: vier weken lang werken Van den Berg, Alma Mathijsen, Thomas Heerma van Voss en Bregje Hofstede aan een verhaal. Dan is het af. Eén stelling lijkt gegeven: schrijven is een solitaire bezigheid. Toch?

'Ik schrijf in mijn werkkamer en ik vertel niemand wat ik aan het maken ben. Niemand mag één zin lezen voor het verhaal of de roman klaar is, ook de uitgever niet. Het moet eerst helemaal af, zonder fouten,' vertelde Mensje van Keulen onlangs aan Maarten Moll in Het Parool, en het uitgangspunt van dit experiment is vergelijkbaar. Er zijn geen meelezers voorzien, geen redacteurs - althans, als ik de site goed begrijp. Misschien komen die ook pas na vier weken in beeld.

Gilles van der Loo gaf bij Tirade een mooi voorbeeld van een luisterende meelezer van zijn nieuwe roman, de nietsontziende bureauredactie van Gustaaf Peek is legendarisch in kleine kring, en ook op dit moment schrapt de redactie zinnen en alinea's en stelt vragen bij de toon van vertellers die over twee maanden in druk verschijnen. Dat meelezen kan een groot verschil maken, tot in de laatste fase (in de geweldige nieuwe roman van Walter van den Berg, Schuld, begint de verteller met een Nesciaans 'zegt ie', maar dat familiaire verdwijnt weer snel; in de persklaarmaakfase word je meestal op zo'n inconsequentie gewezen). Laten meelezen verbetert de kwaliteit. In bijna elke roman worden dan ook achterin redacteurs en meelezers en steun en toeverlaten bedankt. Passen die in het literaire werk 2.0?

Een tijd geleden stelde Jan van Mersbergen voor een reeks voor de site te schrijven over redactiewerk, waarin hij aan de hand van concrete gevallen liet zien hoe redactie een verhaal verder hielp. De auteurs die hij benaderden, wilden niet. Alleszins begrijpelijk, je geeft je bloot, dat is eng. Toen Jan zijn eigen Schrijfdagboek publiceerde, deed hij dat ook achteraf.

Eerste versies

Des te meer respect voor dit viertal dus, dat alles aan de wetenschap geeft. Het zijn jonge, maar ervaren schrijvers, dus de basiskwaliteit is goed. De eerste versies zijn veelbelovend. Thomas Heerma van Voss introduceert een zieke man die zijn paspoort moet verlengen, en een oude pasfoto meebrengt: 'Gewoonlijk raakt hij spullen meteen kwijt, zeker de laatste tijd, hij was er eigenlijk al vanuit gegaan dat hij voor dit nieuwe paspoort een nieuwe foto moest laten maken, maar toen zag hij hem, tussen de puntenslijpers en aantekeningenboekjes, de ansichtkaarten en condooms die bijna over datum waren: deze jarenjongere versie van zichzelf.' Maar: 'De vrouw houdt de foto omhoog alsof het een vals bankbiljet is.'

Bregje Hofstede zit ook op twee scènes, en een intrigerend gegeven. Grieks (met meneer Biermans, daar heb ik Nieuw-Grieks van gehad op het Marnixcollege!) en gym met een nerd en een babe, en een schimmelproject:

'Thuis haalt hij de appel tevoorschijn. Evelijns tanden staan in zijn huid: twee boogjes, waarvan de onderste naar hem lacht. Door de kracht waarmee ze beet, is een reepje van rode het vel mee naar binnen, het bleke vruchtvlees in gedrukt, zodat het lijkt alsof de appel bloedt. Hij neemt er een foto van.
De volgende dag weer. En zo verder, terwijl een bruine vlek zich uitbreidt rond elke beet en het vlees inzakt onder het strakgespannen vel.'

Walter van den Berg heeft in zijn tweede versie (gegeven: jongen met hond bewaakt podium, een nacht lang) een ware cliffhanger verwerkt, als was het een feuilleton. De ik heeft niet aan eten en drinken gedacht, maar hij kan natuurlijk niet weg bij het podium. 'Verderop was een vijver, en daar kon hij drinken als hij wilde. Ik liep ernaartoe, Rocky naast me, en ik keek af en toe om of er niemand bij het podium kwam. Bij de vijver dacht ik na. Er liepen genoeg mensen door het park, het was mooi weer, dus ik kon iemand aanspreken.'

En Alma Mathijsen heeft na twee weken alleen aantekeningen te hebben doorgegeven ('Waarom wilde de vrouw alleen naar IJsland? Waarom herkende niemand haar? Leek ze op teveel mensen? Was ze te normaal? Had ze met niemand gepraat? Was ze eenzaam? Waarom verwisselde ze haar kleren? Was ze zo hygienisch? Wat liet ze achter? Waar kwam ze vandaan?') in week drie een scène geschreven, die ook cliffhangerig eindigt: '"We moeten iemand zoeken," zegt het meisje. "Iemand is kwijt." "O."'

Wat is de kern van een kort verhaal?

De versies van drie weken zijn in weinig veranderd ten opzichte van die van drie weken. Het roept mij bij de vraag op: wat is een af verhaal? Hofstede lijkt het verst. Ze heeft twee scènes en een intrigerend, eigenaardig gegeven: haat, of is het liefde, leidt tot een schimmelcultuur. Bij Heerma van Voss lijkt alles in één scène te zitten, maar de ontluistering heeft nog niet het gewicht om verhaal en lezer uit het lood te trekken. Bij Van den Berg en Mathijsen zie je veelbelovende scènes, die een gekke twist kunnen krijgen. Maar op veel meer dan een ontknoping, een klein plot, durf ik niet te hopen in die laatste dagen.

Is dat erg? Ik vind van wel. Een sterk verhaal vertellen volstaat niet. De twist, de verrassing, de verwarring, ze moeten niet alleen over die jongen in het Vondelpark of de nerd tijdens de gymles gaan, maar in één lijn over jou, de wereld, taal. Literatuur moet over meer gaan. (Eerste versie, in dit experiment hoop ik nog een paar weken na te kunnen denken over deze hypothese.) Van den Bergs nieuwste roman Schuld lijkt lang op een flauw plotje te drijven maar toont geleidelijk de diepte en veelvormigheid van wat schuld is. Het slot in Hofstedes romandebuut doet makkelijk aan, maar de karaktertekening roept allerlei theorieën op, en de taal dwingt tot citeren. Dat kan ook met een kort verhaal. Zijn de vier weken genoeg om dat te bewerkstelligen?

Ik twijfel daaraan, vooral omdat dit niet het enige is wat de vier schrijvers doen, lees hun tweets maar (#4schrijvers). Maaar ook omdat de druk van de deadline wel tot productiviteit kan leiden, maar niet per se tot het beste product. Of, zoals Bregje Hofstede twitterde: 'Was ziek en moet nu eerst een deadline halen, nee twee, voor ik verder schrijf. Soms is vertragen vruchtbaar - ik hoop nu ook.'

Ik twijfel daar overigens niet aan omdat ik die stelling over het solitaire schrijven afkeur. Meelezers staan genoeg op afstand om knelpunten te zien, maar kunnen het verhaal niet zelf veranderen. Uiteindelijk is het verhaal van de schrijver zelf. En in hun twitterverslagen sijpelt de meelezer wel door. Zo schreef Walter van den Berg dat zijn vrouw heeft meegedacht over het ras van de hond in het verhaal, en is de maandagtweet van Thomas Heerma van Voss: 'Tijd om een vaste meelezer in te schakelen. Niet omdat ik het verhaal helemaal af vind, wel omdat ik het even niet meer weet.'

Niet weten. Ook dat kan zeer productief zijn.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog