De derde van rechts

Klein hoofd IV

We moesten binnengympen aan. Jona had een loopneus. Sorry, zei ze, en op haar binnengympen liep ze naar een hoek van de gymzaal om haar neus te snuiten. De rest van de groep zat op een bankje. Toen Jona klaar was gingen we op de grond liggen voor een ontspanningsoefening. Daarna liepen we een hindernisbaan af. De therapeutes liepen naast ons mee met een bordje wortels en crackers. Zo nu en dan namen ze een hap.

In de pauze dronken we thee in de kantine van het gekkenhuis, waar een hoek voor patiënten was ingericht. Er stond een schaal met koekjes op tafel. Alleen Brian pakte er een. Marleen zei dat ze niet alleen last van eetgeluiden had, maar ook van de aanblik van etende mensen. Vorig jaar, toen ze nog op de middelbare school zat, moest ze elke dag met de trein naar school. Aan een koptelefoon had ze toen niet genoeg.

Volgens John was ik een leerling met een rugzakje, zei ze. Weet je wel, John. Ze keek me aan.

O ja, zei ik, de psychiater.

Marleen wilde een half jaar door India trekken en daar een cursus vipassanameditatie doen.

Die heb ik ook gedaan, zei ik, maar dan in België, lang geleden. Het leek wel of iedereen die week verkouden was.

Het meditatiecentrum was een oud landhuis net over de Limburgse grens. Er golden regels. Je mocht tien dagen lang niet praten. Je moest lichaamsverhullende kleding aan. In mijn grote trui en wijde joggingbroek was ik het lichaamsverhullendst gekleed van iedereen. Ook het zwijgen ging me goed af. Ik deelde een kamer met twee andere vrouwen en als ik alleen in onze badkamer was, deed ik de deur op slot en danste op de liedjes in mijn hoofd.

Pas op de vierde dag werd ik kwaad. In de meditatiezaal had iedereen zijn eigen plaats. De mannen zaten links en de vrouwen rechts, in rijen van tien. Ik was de derde van rechts op rij twaalf. Voor me zat een vrouw die haar meditatiekussen bij elke zitting een stukje naar achteren legde. De vrouw achter me schoof haar kussen steeds verder naar voren. Op het dagelijkse spreekuur vroeg ik mijn lerares of het normaal was dat ik hoofdpijn had. Ze zei dat het erom ging de dingen te accepteren zoals ze kwamen.

Tussen de meditaties door pauzeerden we in een strook gras naast het landhuis. Sommige cursisten liepen heen en weer, anderen stonden stil en staarden naar de koeien in de aangrenzende weide. Ik dacht aan een vakantie in Barcelona, waar ik een benauwde hotelkamer deelde met mijn zus. Na een week werd ik in een steeg door een overvaller op mijn hoofd geslagen. Daarna kon ik eindelijk ontspannen.

 Vluchten helpt niet, zei mijn vipassanalerares op de zevende dag. Ik probeerde niet te huilen. Toen ik naar buiten liep begon het zachtjes te regenen. Ineens daalde een overweldigende kalmte op me neer. Aan de overkant van een brede sloot loeide een koe. Ze had een witte kop met bruine oren en op haar rug een grote vlek in de vorm van Afrika. 

We verwelkomen Jente Posthuma (1974) voor een nieuwe reeks op Revisor.nl. Eerder won ze de A.L. Snijdersprijs en publiceerde tweemaal in Revisor; in het najaar verschijnt haar romanMensen zonder uitstraling bij AtlasContact. Nu zal ze ons tien afleveringen lang meenemen in 'Klein hoofd'. Lees ook deel 1deel 2 en deel 3.

Foto: Bas Uterwijk

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog