Een pop met een kale kop

Klein hoofd deel 5

Het was kerst en ik hoefde niet naar het gekkenhuis. We gingen naar mijn ouders. Bas had uiensoep gemaakt, mijn moeder rollade. Ze zei: De rollade is mislukt. En: Let niet op mijn haar. Mijn vader vroeg hoe mijn therapie verliep. Mijn moeder zei dat hij niet met volle mond moest praten. Ik zei dat ze een kwade toon in haar stem had. Dat ontkende ze. Na een tijdje hadden we het over míjn kwade toon en viel die van haar niet meer zo op. Toen de rollade werd opgediend, begon Marius te huilen. Ik nam hem op schoot en wees naar de foto’s in de kast. Kijk, zei ik, dat ben jij. Hij keek. En dat is je moeder toen ze vijftien was.

Op mijn vijftiende werd ik op straat aangesproken door een scout van een modellenbureau. Een paar weken later werden in een studio foto’s van me gemaakt. Daar stond ik heel lelijk op. Omdat ik nerveus was, dacht ik achteraf, en omdat ze me een lange trui met brede horizontale strepen hadden aangetrokken. Maar toen ik de foto’s nog iets beter bekeek zag ik dat mijn hoofd te klein was. Echte fotomodellen hadden een groot hoofd. Daar had de scout geen rekening mee gehouden. Het was zijn eerste dag, zei hij.

Marius viel op mijn schoot in slaap. Mijn moeder zei: nu heb je eindelijk een pop met een kale kop. Toen ik vijf werd had ik mijn ouders om een pop met een kale kop gevraagd. Op de kleuterschool had ik er een die ik aan het eind van elke dag onder in de kist met verkleedkleren verstopte. Ik droomde van een kale pop die alleen van mij was, die ’s nachts in mijn armen sliep met haar gladde ronde hoofd tegen mijn wang. Maar toen ik jarig was kreeg ik een pop met haar. Ik legde haar in de kast. De volgende ochtend werd ik vroeg wakker. Misschien was het toch wel een mooie pop. Ik stapte uit bed en liep naar de kast. Daar lag ze. Er was niets veranderd.

Marius had bij zijn geboorte een mooi groot hoofd met een bult erop. Binnen een paar weken verdween de bult vanzelf. Intussen lette ik erop dat hij van het slapen geen plat achterhoofd kreeg. Ik keerde hem regelmatig om en tijdens het voeden checkte ik zijn hoofd op deuken. Dat grote hoofd had hij van zijn oma. Mijn moeder had met haar hoofd gemakkelijk een fotomodel kunnen zijn. Toen ze haar haren verloor tijdens een chemokuur, hield ze een mooie grote schedel over. Alleen was haar achterhoofd een beetje plat. Waarschijnlijk was ze als baby niet vaak genoeg omgekeerd.

Binnen tien jaar werd mijn moeder drie keer kaal en haar haren zijn niet allemaal teruggekomen. Dat kwam door de pillen die ze moest blijven slikken, een experimentele chemokuur in tabletvorm. Vroeger was mijn haar niet zo dun hoor, zei ze altijd tegen nieuwe mensen. Vroeger was mijn moeders haar ook niet wit. Volgens mij was mijn hoofd groter toen ik kleiner was. Ik moest zorgen dat ik mijn haren niet verloor.

We verwelkomen Jente Posthuma (1974) voor een nieuwe reeks op Revisor.nl. Eerder won ze de A.L. Snijdersprijs en publiceerde tweemaal in Revisor; in het najaar verschijnt haar romanMensen zonder uitstraling bij AtlasContact. Nu zal ze ons tien afleveringen lang meenemen in 'Klein hoofd'. Lees ook deel 1deel 2 , deel 3 en deel 4. 

Foto: Bas Uterwijk 

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog