Kunstkritiek na Brussel?

Het objectieve subject

Het was de avond van 22 maart, de avond na Brussel. Drie deskundigen en een moderator zaten voor de zaal, we zouden het over kunstkritiek hebben. Daar ging het over, opeenvolgend onbegrijpelijk theoretisch, toegankelijk innovatief en chaotisch cultuur-relativistisch. Maar de eerste spreker zei het wel: we moeten ons niet vergissen. Kunstkritiek kan een rol spelen na Brussel. Een maatschappelijke rol.
Maar hoe dan? Moeten we dan niet toch een maand lang in bibliotheken en boekhandels over Democratie praten? Kan een recensie kloven dichten? Kan een Boekenweekgeschenk meer zijn dan 'een maatschappelijk en cultureel sedatief'? Een stap op de plaats, en vragen, aan u, aan mij, aan Gijsbert Pols en Abdelkader Benali.

N.B. Dit is het tweede (en laatste) naschrift bij 'Negatieve recensies ontbreken - dat is het probleem'. Toen schreef ik: 'Maar de kennis dat NederlandLeest afstapt van het één-boek-één-natiemodel ten gunste van een vaag discussiethema als 'Democratie' vind ik bijna erger dan dat een bekende boekverkoopster de negatieve recensie ten grave draagt.' Ik schreef er al een eerste naschrift bij, over de rol van de criticus: 'Ontdekken en eerlijk zijn en gesprekken voeren'.

Een maatschappelijk en cultureel sedatief

Zoals gebruikelijk is De Reactor wat trager dan de papieren, en veel van de online media. Dat heeft vaak een lovenswaardig resultaat: er is ruimte voor close reading en tijd om een academischer blik in te zetten voor literatuur. Toch is de toon van Gijsbert Pols' verlate bijdrage aan de discussie over Esther Gerritsens Broer verhit alsof hij direct geschreven is. Deftig verhit, dat wel, want hij mist in het Boekenweekgeschenk epidemieën, aanslagen, klimaatverandering, 'fabrieken, banken, kantoren, kerken, buurthuizen, garages, universiteiten, politiebureaus, moskeeën, clubs, gevangenissen, arbeidsbureaus, bordelen, cafés – kortom, al die plekken waarin onze maatschappelijke realiteit zich evengoed afspeelt'.

Ik heb nooit het gevoel gehad in een 'maatschappelijke realiteit' te leven, maar Pols schrijft denk ik gewoon anders: 'Maar de reductie is ideologisch: de luxe flat, de winkelstraat en de werkplek vormen samen namelijk een bij uitstek burgerlijk decor. Want leven, dat is voor de burger in onze laatkapitalistische maatschappij: wonen, werken en consumeren.'

Pols' kritiek is niet onterecht. Broer is technisch sterk, maar blijft binnen de lijnen van familiale verhoudingen, rond de psychologie van één niet al te afwijkende vrouw. Een ander decor en een uithuiziger confrontatie zou meer wereld in de novelle gebracht hebben. Pols stelt 'niet tot het soort neerlandici [te behoren] dat sinds een paar jaar bij de literaire verwerking van eender welk politiek of maatschappelijk thema juichend gaat verkondigen hoe relevant de literatuur wel niet is', maar bekritiseert Broer nogal geïsoleerd. Pols heeft gelijk, ze is geen Sarah Kane (wie?) of Elfriede Jelinek (Nobelprijs 2004), maar is zo'n vergelijking wel chic? Je kunt een debuterend romancier met Proust vergelijken, een vertalenschrijver met Tsjechov, maar daarmee zeg je weinig over het besproken werk. De regels van het Boekenweekspel zijn anders, en ja, in dat spel was het ook mogelijk dat Tommy Wieringa, Tom Lanoye en Joost Zwagerman ethische kwesties, geopolitieke drama's en kunsthandel verwerkten in hun boeken.

Oh, maar Wieringa's Een mooie jonge vrouw was ook al zo'n braaf boek! 'Ik zie eerlijk gezegd niet in waarom ik, in een tijd waarin de globale oligarchie haar hegemonie ook in Europa veilig probeert te stellen, de Eerste Kamer over de invoering van apartheid debatteert en de Koude Oorlog een doorstart maakt, me zou moeten laten sensibiliseren voor het lot van een veertiger die voor een veel jongere vrouw valt.' Pols, twee jaar geleden.

De enige goede criticus is een dode consequente. En dus ja: Pols' kritiek is veel breder te trekken: onze schrijvers schrijven over ziekte en dood en liefde, maar niet over hoe de stad verandert, hoe de bommen steeds dichter bij huis ontploffen en het water stijgt. Niet allemaal tenminste.

De criticus als bewuste curator of met maatschappelijke criteria?

Hoe dan? Als we het erover eens zijn dat de recensent eerst kiest, en dan pas leest, analyseert en oordeelt, dan zou in die eerste fase een verschil te maken zijn. Kies diverser. Gijsbert Pols las bijvoorbeeld ook werk van Melinda Nadj Abonji, Naima El Bezaz en Abelkader Benali. Lees de literatuur van de ander. Lees wereldliteratuur, zoals Annemarié van Niekerk in Trouw en Toef Jaeger in NRC - niet uitsluitend, maar vaak. Lees over vluchtelingen, migranten: Christine Otten, Lammert Voos, Dimitri Verhulst, Hafid Bouazza, Kader Abdolah, Tommy Wieringa, Khaled Hosseini, Dave Eggers. Lees over terroristen, zoals Joost de Vries eerder dit jaar deed in een zeer interessant stuk in De Groene Amsterdammer, en Menno Wigman en Joseph Conrad omhoog stak (ten koste van auteurs als Moshin Hamid, Dostojevski, Ilja Leonard Pfeijffer en John Updike).

Maar ja, dat kun je na Parijs doen, en dan na Brussel, telkens weer doen: via personages en plots proberen te reiken naar het onbegrijpelijke, maar overbrug je daar iets mee? Kan kunstkritiek verschillen opheffen door ze te beschrijven?

Of moet je, Pols' criteria om Gerritsens novelle af te schieten indachtig, boeken anders analyseren en beoordelen? Bourgeois of niet? Het gaat er bij mij niet in. Een proefschrift over de banlieus is waardevol en interessant - Pieter van den Blink toonde het onlangs aan in De Nederlandse Boekengids -, maar is het lezenswaardige literatuur?

(Wat is het verschil dan tussen zulke non-fictie en literatuur? Andere discussie.) Kom, we gaan naar de praktijk, we proberen eens:

  • We kiezen anders: een auteur met een niet-westerse achtergrond die over de maatschappelijke realiteit schrijft.
    (Ik heb net mooie boeken van witte vrouwen (Marja Pruis, KJ Orr) gelezen, en heb twee mooie boeken van witte mannen (S.J. Naudé, Max Porter) onder handen: ziekte, dood, de wereld, maar geen moskeeën en cafés. Dat is voor later.)
  • We kiezen een andere manier van analyse en beoordeling: we kijken naar wat een auteur over de wereld te melden heeft.
    (Ook. Ik kan toch niet om de taal, de opbouw, de perspectiefkeuze heen?)

Benali's Brief als bruggenbouwer

Ik geloof dat Jan van Mersbergens onderscheid tussen auteur en schrijver hier van pas komt: ik waardeer Abdelkader Benali als deelnemer aan de discussie over die onderwerpen die missen in het Boekenweekgeschenk, en als podium- en mediamens. Een vriendelijke, verstandige man, volgens mij ook in de omgang. Een goede auteur, voor de buitenwereld. Ik vind hem een minder goede schrijver, zijn boeken lees ik niet graag, ik geloof dat dat met uiteenlopende poëtica's te maken heeft. Gijsbert Pols verwoordt dat wat scherper: 'Benali kan niet schrijven. Ik bedoel dat heel letterlijk: een schrijver, of althans een literaire schrijver, kan in de taal zijn verbeelding aan de werkelijkheid opleggen. Maar Benali’s taal loopt op de werkelijkheid spaak.' Dat zijn zinnen waar de werkelijkheid niet bepaald uitsijpelt. Evenmin als uit de beeldspraak van Abdelkader Benali op de eerste pagina van zijn Brief aan mijn dochter:

‘Ik wachtte op regen. En toen het, vlak voor je geboorte, vervelend begon te donderden boven de grachtenstad, zag ik dat als een aansporing werk te maken van wat ik geen werk kan noemen: jou tot kompas van ons leven maken, en dat kompas neerschrijven op papier. De verspringende naald volgen.’

Het begint goed, die regen is veelbelovend. Maar hoe donderde het precies? Waarom staat er niet gewoon Amsterdam? Moet je wel die twee uitdrukkingen met 'werk' combineren? Maar vooral: als je dochter je kompas is (mooi beeld, heel juist ook volgens mij, al zou ik in zeevaartsmetaforiek liever kiezen voor de storm die je door elkaar schudt en van elke koers afhoudt), hoe kun je haar dan neerschrijven? En volg je de naald van haar als kompas, dan zal je voorlopig weinig anders kunnen beschrijven dan Melk! Melk! Mama! Mama! Moe! Moe! Nee, Benali wil eerder een kaart schetsen om op te navigeren. Dit is de wereld waarin je geboren wordt, Amber. Een slechte wereld, en ik ken hem.

Dit is waarom Brief aan mijn dochter wel in het nieuwsdeel van de krant hoort, of toch tenminste bij Opinie. Als Benali niet de overtuigingskracht van heldere retoriek heeft, hij heeft tenminste de autoriteit van ervaringsdeskundigheid. En als het gaat over actuele zaken, wint zijn taal aan helderheid. Ja: 'Er is een groot verschil tussen iemand die spreekt over de plek waar hij affiniteit mee heeft, en iemand die over een plek spreekt zonder die echt te kennen.' Maar hoe dat te overbruggen? Vriendschappen? De wijk in? Bijlmer Boekt bezoeken, en Revue de Paré? Dat, en literatuur.

‘Om te weten wat een privilege is, moet je gaan kijken op die plekken waar men het ontbeert, in de buitenwijken [...] Voorbij die plekken gaan waar men zich onbekommerd kan overgeven aan de weelde van zoiets lichts en ongrijpbaars als kunst, amusement en vrije tijd. [...] De kracht van schrijven is dat er woorden worden gegeven aan dromen waarvan we niet wisten dat we ze hadden. [...] De volgende stap is om het in de werkelijkheid waar te maken. Literatuur helpt daarbij, biedt instructies voor een beter leven.’

Benali presenteert een alternatieve lezing van de vijf zuilen van de islam, brengt de wereld van gastarbeiders met die van vluchtelingen in verband ('De term illegale migrant is een contradictio in terminis; de migrant is omdat hij zich verplaatst het beste bewijs dat de mens van nature niet statisch is. Hoe kan zoiets natuurlijks als bewegen, je verplaatsen, illegaal zijn?' - Ja! Maar je ergens vestigen, meedoen, dat is natuurlijk de ingewikkelde volgende stap - DS.), en komt alsnog met anekdotes:

‘Er is achtervolgingswaan en er is vervolgingswaan: de gedachte dat ik iemand op het spoor ben, al weet ik niet wie dat is. Wie kan ik vertrouwen? Vanwaar die vorsende blik? Kort na de aanslagen kwam de buurvrouw naar me toe, die door het motorgeluid van een laagvliegend transportvliegtuig naar buiten was gekomen. Ze vroeg me of wij geen naastenliefde kenden.’

Geen directe rede - Benali's keuze voor een vertellende, beschrijvende vorm geeft al die pijnlijke ervaringen iets oppervlakkigs. Dat zij Amber gegund, wij hebben een scherpere prikkel nodig.

Operatie geslaagd?

De regels van het Boekenweekspel zijn anders. De regels van het recenseren zijn nog weer anders: beoordeel een boek op wat het beoogt. Wat is de potentie van een boek, komt het eruit? Je zou ook kunnen betogen dat Broer juist wel maatschappijkritisch is, door de buitenstaander te introduceren en de burgerlijke eenheid los te wrikken. Auteursintentie? Geen idee. Maar het zit er ook in. In Benali's Brief aan mijn dochter zit veel, heel veel, en slaagt er vooral in zelf een statement te zijn. Dat statement vertaal ik als: Lees, ervaar, oordeel niet direct. Heb naastenliefde voor mijn dochter, voor mijn ouders en grootouders, voor de vluchteling, voor de ander.

Literair vind ik het minder sterk: Benali's stijl verwart nogal eens, zijn perspectief vlakt af, terwijl zijn verhaal authentiek en urgent is. Annelies Verbekes roman Dertig dagen, ik schreef er hier al eens over, slaagde er - zonder dat ze de discriminatie aan de lijve ondervonden heeft - beter in de zwart-wittegenstellingen op te heffen, te tonen, en in verbinding te brengen met de vluchtelingenproblematiek. Juist door die naastenliefde centraal te stellen. Dat kan de roman doen, of de column (is het toeval dat Dimitri Verhulst en Kader Abdolah in Problemski Hotel en De reis van de lege flessen effectievere en interessantere literatuur schreven dan in hun recente oeuvre?) - Benali's gemengde vorm slaagt er minder in.

Dat is frustrerend. Je zou wensen dat literatuur zelfstandig (l'art pour l'art) én in zijn maatschappelijke context zijn kracht behoudt. Dat het één het ander verdieping en duurzame waarde geeft, het ander het één actualiteit en urgentie.

Maar is het experiment nu geslaagd? Doe ik dit boek nu meer recht door ook andere argumenten te wegen? Moet ik de analyse van literaire elementen achterwege laten en me openstellen voor Benali's aanzet tot een dialoog? Zal dat dan Parijs en Brussel begrijpelijk maken? Ik twijfel. Ik twijfel ook over Benali's minder kunstkritische pad - de buitenwijken in, verhalen beluisteren, boeken lezen -, omdat het mij helpt, en niet de ander. Ik begrijp meer. Ik zal, met Joost de Vries' interpretatie van Joseph Conrad, die naastenliefde niet meer zoeken bij de bommenleggers zelf. In de donkere kamers van Molenbeek is overtuiging, geen compassie. Ik zal evenmin zeggen tegen de niet-bommenleggers: 'Kennen jullie dan geen naastenliefde?' Ik begrijp meer, kan ik met dat begrip het gesprek anders aangaan? Nee.

Als er een daadwerkelijke dialoog mogelijk is via de literatuur, dan is dat hoogstens de de voorleesexpres, waarmee je al jeugdboeken voorlezend bij de ander binnenkomt. (Als ik mijn eigen kinderen mee mag nemen, doe ik mee.) Of gemengde leesclubs bij de moskee? Vaker naar een SLAA-evenement buiten de ring? (Ik kan meestal op dinsdagavond, maar anders vraag ik de oppas.) 

(En ik lees.)

twee reacties

Daan Stoffelsen

Ook relevant: de dichter Lotte Dodion bij Meander: ‘Zo bekeken is er een duidelijke link tussen kunst en vrede: kunst kan de waakhond voor vrede zijn, kan wantoestanden en onrechtvaardigheid aankaarten, kan bespreekbaar maken, aandacht vestigen op mensen die door systemen worden vergeten. Kunst heeft de kracht om te laten nadenken en stilstaan. Een prachtig voorbeeld is de street-art die in Syrië werd gemaakt in de eerste dagen en weken van de Arabische Lente. Kunst was een middel, een manier om vreedzaam uiting te geven aan frustraties over onderdrukking. Daar waar er geen forum voor was.’
http://meandermagazine.net/wp/2016/04/we..

Daan Stoffelsen, (URL) - 19-04-’16 09:54
Daan Stoffelsen

En in De Gids van deze maand: het essay van Fiep Bodegom (over hoe taal en emancipatie) en de column van Nina Polak (die dezelfde aandrift bleek te hebben als ik). Zeer aanbevelenswaardig. http://www.de-gids.nl/2016/2

Daan Stoffelsen, (URL) - 19-04-’16 09:56
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog