, 29 April 2016

Niets van dit alles

Voorpublicatie nummer 11

Samanta Schweblin (Buenos Aires, 1978) is een verhalenschrijfster pur sang. Met haar drie verhalenbundels won ze de Premio Casa de las Américas, de Premio Juan Rulfo en de Premio Ribero del Duero. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van haar eerste roman, Gif, waarmee ze genomineerd is voor de Premio Mario Vargas Llosa. Schweblin woont en werkt in Berlijn.

In Revisor 11 publiceren we het verhaal 'Niets van dit alles' in de vertaling van Luc de Rooy. Dit is een voorproefje. Nieuwsgierig naar de rest? Neem een abonnement (dan kun je het hele verhaal ook online lezen), of koop een exemplaar bij uw boekhandel, bijvoorbeeld bij DonnerAthenaeumBroeseVan der VeldeDe Kler of De Omslag.

*

‘We zijn verdwaald,’ zegt mijn moeder.
Ze remt en buigt zich over het stuur. Haar oude, dunne vingers houden krachtig het plastic vast. We bevinden ons op meer dan een halfuur van huis, in een van onze meest geliefde villawijken. Er staan prachtige, uitgestrekte landhuizen, maar de straten zijn er onverhard – en nu modderig omdat het de hele nacht heeft geregend.
‘Moest je zo nodig midden in de modder stoppen? Hoe komen we hier nu weer uit?’

Ik open het portier om te zien hoe diep de wielen in de grond zijn vastgelopen. Erg diep, heel erg diep. Met een klap sluit ik het portier.
‘Waar ben je eigenlijk mee bezig, mam?’
‘Hoezo waar ben ik mee bezig?’ Haar verbazing klinkt oprecht.
Ik weet precies wat we aan het doen zijn, maar het dringt nu pas tot me door hoe vreemd het is. Mijn moeder lijkt het niet te begrijpen, maar ze reageert, ze weet dus waaraan ik refereer.
‘We bezichtigen huizen,’ zegt ze.
Ze knippert een paar keer met haar ogen, er zit te veel mascara op haar wimpers.
‘We bezichtigen huizen?’
‘We bezichtigen huizen.’ Ze wijst naar de huizen om ons heen.
Ze zijn immens. Ze verheffen zich boven hun pasgemaaide gazons, ze schitteren in het felle namiddaglicht. Mijn moeder zucht en zonder het stuur los te laten laat ze zich achterover in haar zetel zakken. Meer uitleg volgt er niet. Misschien weet ze wel niet wat ze moet zeggen. Maar dit is precies wat we doen. We gaan op pad om huizen te bezichtigen. Op pad om andermans huizen te bezichtigen. Daar een verdere analyse op loslaten zou kunnen zorgen voor de druppel die de emmer doet overlopen, voor de bevestiging dat mijn moeder al sinds ik me kan herinneren mijn tijd heeft lopen verdoen. Mijn moeder schakelt in z’n één, en tot mijn verbazing slippen de wielen wel even maar lukt het haar gewoon de wagen in beweging te krijgen. Ik kijk achteruit naar de overweg, naar de ramp die we hebben veroorzaakt in de onverharde weg, en doe een schietgebedje dat geen opzichter zich zal herinneren dat we gisteren hetzelfde hebben achtergelaten, twee kruispunten verderop, en dicht bij de uitrit hetzelfde verhaal. We zijn nog altijd in beweging. Mijn moeder rijdt rechtdoor, zonder voor een van de landhuizen halt te houden. Ze laat het commentaar op de omheiningen, de ligstoelen of de partytenten achterwege. Ze slaakt geen zuchten en neuriet geen deuntje. Ze let niet op de adressen. Ze kijkt niet naar me. Per blok worden de huizen groter en de oplopende grasvelden zijn er niet meer zo hoog maar piekfijn door een tuinman gemaaid en lopen – er is geen stoep – direct vanaf het onverharde pad, strekken zich perfect uit over het afgevlakte terrein, als een spiegel van een dun laagje groen water. Ze slaat linksaf, rijdt nog een paar meter door en zegt hardop in zichzelf: ‘Dit loopt dood.’

[...]

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog