Iets voor een clown

Klein hoofd deel 7

Er hing een haar in de plant. Hij stond in de hoek van de kleine kamer in het gekkenhuis. Jona zat ertegenaan. Ze zei dat ze geen positief stemmende beelden had kunnen vinden voor haar filmpje. Eigenlijk kon ze zich nergens positief over voelen. Ze was vijfenveertig en had nog nooit een relatie gehad. Het voelde alsof ze niet meedeed, zei ze. Ze huilde.
De therapeute aarzelde. Dat is niet zo mooi, zei ze uiteindelijk.

Ik had een fragment uit een natuurfilm van David Attenborough gekozen: een helikoptershot van een bergbeek die uitliep in een enorme waterval. De soundtrack begon met smakgeluiden van Bas, veranderde langzaam in het gekabbel van water en eindigde met een overweldigende ruis.
Die ruis is wel erg hard, zei Kees.
Dat klopt, zei ik.
Vind je dat vervelend, vroeg de therapeute.
Niet echt, zei ik. Zo klinkt een waterval nu eenmaal.
Ik vertelde over een ruzie met Bas, hoe hij schreeuwde dat hij nooit meer rustig op een houten tandenstoker kon kauwen. Hij moet zich altijd inhouden, zei ik. Soms explodeert hij even. De therapeute knikte. Tegen Jona wilde ik zeggen dat ik alleen maar korte relaties had voordat ik Bas ontmoette, dat je leven soms ineens een andere wending neemt, maar ik vond dat ik lang genoeg over mezelf had gepraat.

Toen ik thuiskwam waren mijn schoonouders er. Marius lag op een kleed naast twee grote plastic tassen met babykleertjes die Bas’ moeder had meegenomen.
Dit vind ik meer iets voor een clown, zei Bas toen hij een geel met rood gestreept pakje uit een van de tassen viste. Tegen mijn moeder moet je altijd duidelijk zijn, had hij een keer gezegd, anders blijft ze spullen aanslepen. Elke zaterdag ging ze verschillende rommelmarkten af. In hun huis stapelden de spullen zich op. We zitten als ratten in de val, zei zijn vader wel eens en dan haalde hij een paar volle dozen van zolder en stak ze in de fik.

Bas liep naar de keuken om brood te smeren. Even later kwam hij terug met een stuk kaas. Je lijkt wel een student, zei hij tegen mij, zoals je in de kaas hakt. Zijn ouders keken me aan.
Hij vindt dat ik ook boodschappen doe als een student, zei ik.
Ze koopt nooit meer dan in haar gele schoudertas past, zei Bas.
Bij de Lidl zijn de luiers in de aanbieding, zei de moeder van Bas.
De volgende ochtend zat ik al vroeg met Marius op de bank en dacht ik aan de laatste keer dat Bas explodeerde. Ik ben het gewoon niet gewend om voorraden in te slaan, had ik gezegd toen Bas over mijn gele schoudertas was begonnen. Ik leefde altijd alleen. Maar je bent allang niet meer alleen, riep Bas. Hoe lang moet je nog wennen?
Toen Marius klaar was met drinken legde ik hem bij Bas in bed en deed ik de gordijnen open. Het was de eerste zonnige dag van het jaar.
Het is zaterdag, zei Bas. We kunnen straks wel even naar de markt.
Marius wapperde met zijn armen, Bas gaf hem een high five. Sinds ik Bas ken voel ik me niet meer misplaatst, dacht ik. Het was gek hoe gemakkelijk dat wende.

*

We verwelkomen Jente Posthuma (1974) voor een nieuwe reeks op Revisor.nl. Eerder won ze de A.L. Snijdersprijs en publiceerde tweemaal in Revisor; in het najaar verschijnt haar roman Mensen zonder uitstraling bij AtlasContact. Nu zal ze ons tien afleveringen lang meenemen in 'Klein hoofd'. Lees ook deel 1deel 2 , deel 3deel 4, deel 5 en deel 6.

Foto: Bas Uterwijk

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog