Bootje

Speelgoed wordt in massaproductie vervaardigd, maar krijgt een persoonlijkheid zodra een kind het krijgt. Dat is de eerste paradox. En dan is het nog zo dat als je het treft zónder het kind, in een opzij gegooide schooltas, een lege kinderkamer, het iets moois en droevigs tegelijk krijgt. Valeria Luiselli doet het er niet om, maar speelgoed keert regelmatig terug in haar oeuvre, als vergelijkingsmateriaal, als obstakel voor het schrijven, als onderdeel van de fantasieën van de kinderen. Ze doet het er niet om, maar ze kan à l'improvise beargumenteren waarom speelgoed die rol speelt. En dan zijn er de fragmenten uit haar Gidslezing, uit een roman in wording over kinderen en vluchtelingen, waarin tot driemaal toe de woorden 'no toys' vallen. Is het uit met het spel? En wat heeft onze logée deze week, van vijftien maanden, al moeten achterlaten, op weg naar Nederland?

‘In dit grote huis heb ik geen vaste plek om te schrijven. Op mijn werktafel liggen luiers, autootjes, transformers, babyflesjes, rammelaars, spullen die ik nog niet heb kunnen thuisbrengen. De ruimte wordt ingenomen door minuscule dingen.’

Het is niet Luiselli's eigen werktafel, in haar romandebuut De gewichtlozen, dat weten we sinds een artikel in The New York Times ('Since we moved to Harlem five years ago, my husband and I have shared this room. [...] He writes fast, pounding noisily on his black computer. I type with a single, slow index finger on my silver laptop. His narrow desk is full of little relics and props. Mine is spare and wide.'), maar haar werk is wel gevuld met speelgoed. Het vult de kamers in De gewichtlozen, het ligt op de trap, het figureert in de verhalen van de kinderen.

Ze doet het er niet om, beweert ze zelf, maar het lijkt onderdeel van haar poëtica, een literatuur die speels is en met minuscule dingen grote verhalen bouwt. Die kunst wil zijn, die literatuur en filosofie exploreert, en de wereld laat voor wat hij/zij is.

In het interview waarin ze over massaproductie, schoonheid en droevigheid begon, vervolgde ze dat wat voor speelgoed geldt, voor meer objecten geldt. Zonder eigenaar stralen ze iets triests uit, de dingen in de handtas van je moeder als ze je gevraagd heeft iets voor haar te pakken. (De lezer van De geschiedenis van mijn tanden denkt ook aan iets als tanden.) En dat zij in haar roman-in-wording de staande praktijk beschrijft dat Mexicaanse militairen de spullen afpakken van de vanuit Midden-Amerika naar de Verenigde Staten reizende kinderen. In groepjes zitten die kinderen op traag rijdende treinen, soldaten pakken hun tassen en gooien alles eruit. Een berm vult zich met duizenden, miljoenen eenzame objecten.

(De Gids zendt (een groot deel van) het interview uit in de nieuwste Gidscast...

... en de gehele Gidslezing.)

Dat verhaal raakt me, het raakte me tijdens de Gidslezing, en weer tijdens dit gesprek de dag erna. Luiselli is geen fan van direct engagement - haar romans blijven binnen, in het hoofd, in huis, in steden. Ik voer evenmin actie, ik lees, mijn literatuur is op zijn hoogst secundair - van mijn voornemens in het zwart-witblog en het engagementsblog kwam nog weinig. Luiselli zag na de Undocumented Children Crisis een oproep om vrijwillig als vertaler de verhalen van die kinderen op te tekenen bij de gerechtshoven. Mijn vriendin en ik zagen een tweet voorbijkomen.

‘Een kaart is, net als speelgoed, een portie van de wereld, op maat gemaakt voor het oog en de hand.’

  1. Dat is het: speelgoed is handzaam, je moet het niet groter of interactiever maken, dan wordt het iets anders. 'Speelgoed is zelden onschuldig,' merkt Arjen van Veelen op in zijn essay 'Speelgoedhelikopter', en dat is mooi tegendraads gezegd want juist speelgoed heeft op zich niets slechts. En ja, zijn spel met dat apparaat heeft iets gewelddadigs, maar dat ligt vooral aan de essayist die oorlogje speelt. Speelgoed is geen moordwapen tenzij iemand het zo gebruikt, en het omgekeerde valt even goed te onderbouwen: wat een ander pijn kan doen, is moeilijk speelgoed te noemen.
  2. En als we dan toch doordenken: Luiselli's observatie dat een fabrieksproduct mooi en droevig kan zijn, klinkt vanzelfsprekend. Net zoals Aleid Truijens' stelling dat de dingen 'sponzen van liefde' zijn. En kinderspeelgoed (een tautologie?)? 'Wie kinderen krijgt schaft zich ongemerkt een lawine van toekomstige weemoed aan.' En: 'Wie er niet meer mee speelt, verliest automatisch het recht op troost en geluk.' Hyperbolen zijn het speelgoed van schrijvers, grote woorden hun werktafels. De nuance is dat zonder de gedeelde geschiedenis - Truijens laat het uitstekend zien aan de hand van Poefie, de knuffel van de zieke zoon in Geen nacht zonder - speelgoed geen enkele betekenis of emotie heeft. Je hebt een geschiedenis, een verhaal nodig, een oog en een hand.
  3. Misschien is 'speelgoed' wel een van die grote woorden, tussen liefde, weemoed, troost en geluk in, concreter maar toch een woord dat te veel omvat om daadwerkelijk aanraakbaar te zijn. Ik houd niet van grote woorden, ze verhullen meer dan ze tonen, maar meer schrijvers dan ik dacht kunnen er niet omheen.
  4. Ik verwacht een laatste woord over speelgoed in Maarten Asschers Dingenliefde, maar in zijn essays exploreert hij amper het échte speelgoed. Geen transformers of rammelaars, geen knuffels, het enige speelgoed is een poppenbordje dat een levensgrote geschiedenis oproept van een diplomaat, edelman en paleisbouwer vlak voor de Franse Revolutie. Dingen zijn dingen door de verhalen die ze oproepen, speelgoed lijkt daarin geen uitzondering. (Maar hoeveel speelgoed heb jij dan bewaard, waar heb jij herinneringen aan, riposteerde mijn vriendin, moeder van mijn kinderen en groot-eigenaar van dingen. Twee knuffels met de naam Boris, de aardbeienkistjes van de lego, punt. Misschien is er inderdaad een scherpe grens tussen het speelgoed, spel, jeugd, geluk enerzijds en dingen, geschiedenis, ernst, bitterheid anderzijds. Misschien heb ik, als zeer bescheiden verzamelaar, in deze weinig recht van denken. Misschien ook bepaalt mijn beperkte verzameldrift onbewust en onverklaarbaar ook mijn hiërarchische positie ten opzichte van de directeur van Athenaeum Boekhandel en die van dit huis - en schuilt er zelfs een waarheid in de stellingname van onze tweejarige stenenverzamelaar: 'Ík ben de baas.')

Ik sta voor mijn boekenkast, en pak de dingen eruit. Deze schrijver herkent u aan zijn gebruik van 'ook', en het goede aan de passage is dat het abstracte verzamelwoord pas laat komt, na het zand dat ergens naar voelt, na de gieter en de bekers, na de klep en de bak en de waterkant. In die lange, denkende zin waarin Jan van Mersbergen het werk op de boot vergelijkt met het eenvoudige plezier van kinderen wordt het grote klein gemaakt.

‘Ik hielp de meisjes naar het water en daar, in het koude stevige zand, speelden ze met een gietertje en plastic bekertjes waar appelsap in gezeten had. Ik deed mijn slippers uit en ging bij ze zitten.
Het water van de rivier stroomde en bood weerstand tegen het schip en wij bewogen altijd mee en ook kende ik het zand dat in gelijkvormige kegels het schip diep deed liggen, en het zand dat uit een vrachtwagen kwam bij een klus en het geluid van de laadklep die een paar keer tegen de bak klapt, klap, klap, en ik weet nog hoe ik het zand met een kruiwagen op z’n plek reed, aanstampte en gladstreek, maar daar aan de waterkant zijn zand en water voor kinderen het eenvoudigste speelgoed.’

Speelgoed is spel, iets zuivers, iets eenvoudigs, iets naar believen bruikbaars. Dus kan James Joyce zeggen: 'Opgeborgen in de herinnering van de natuur samen met haar speelgoed.' Grote woorden, aangenaam onbegrijpelijk. Of K. Schippers, die het spel in kleine dingen vindt: 'Ze laat de munt liggen, speelgoed in het echt, schuift ’t iets naar de dienster toe.'

Speelgoed verliest vooral zijn onschuld als het afgepakt wordt, de combinatie van die woorden kom je het meest tegen in recente romans. Tommy Wieringa's hoofdpersoon in zijn Boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw 'speelde' al 'pijn die echt is', toch net iets anders dan het spel dat Schippers beschrijft, en kiest verderop de kant van de dader - omdat of ondanks dat het een kind is? 'Hij is over het algemeen teruggetrokken maar heeft soms kleine woede-uitbarstingen waarin hij schepjes en emmers van anderen afpakt. [...] Edward moedigt de jongen in stilte aan, even later bezorgt hij het speelgoed zelf terug.'

‘No toys’

Luiselli moest als vertaalster een intakeformulier invullen met de kinderen, op basis waarvan een advocaat kan besluiten of er kansen zijn op een succesvolle procedure. Uit haar indrukwekkende essay in De Gids, ‘Vertel me het einde’:

‘Maar de dingen zijn nooit zo simpel. Ik hoor de woorden, uit de monden van kinderen, die onderdeel zijn van een complex weefsel van verhaallijnen. Ze worden uitgesproken met aarzeling, soms met wantrouwen, altijd met angst. Ik transformeer ze tot geschreven woorden, beknopte zinnen en kale termen. De kinderverhalen zijn altijd te veel verhaspeld, gestameld en versplinterd om er nog een lopend verhaal van te maken.’

Dat gegeven staat, vertelde ze tijdens ons gesprek, aan de basis van haar nieuwe roman, die dus de kinderen - eigen of op de vlucht - centraal stelt, én hun verhalen. Hun dingen blijken een praktisch instrument in die geschiedenissen. Als Luiselli 'No toys' schrijft, dan doelt ze eerst op de bagage van de kinderen van de ik, die niet op vakantie gaan, maar zullen verhuizen, dan op de cadeauwensen van een tienjarige, en ten slotte op de vluchtelingen, die het hoogstnoodzakelijke meenemen. Hoe dan ook: die twee woorden drukken iets definitiefs uit. Het spel is teneinde, de heimwee kan beginnen.

De zaterdag na het gesprek met Luiselli zagen we de tweet, reageerden in een opwelling, en hadden we na drie telefoongesprekken met drie verschillende helpers een afspraak. Toen pas begon de twijfel: hoe doen we dat praktisch? Waar slapen ze? Hoe garanderen we hun privacy? (Naïeve vraag, deze mensen zullen pas voor het eerst op zichzelf wonen als ze een woning aangeboden krijgen: ze woonden in bij familie, bij medevluchtelingen, in AZC's, bij ons.) En bij mij ontstond - hyperbolen, schrijvers - de verwachting dat ik de woorden van de schrijfster aan de wereld van dit gezin kon koppelen. Zes handen, zes ogen, een verhaal. Maar dingen zijn zelden schuldig, en pas ingewikkeld als je er een verhaal bij gaat verzinnen.

De moeder van het gezin, Mariam van 18, moest deze week haar vier dagen asielprocedure doorlopen: eerste gehoor (wie, hoe, waar), gesprek met advocaat, nader gehoor (waarom, de doorslaggevende vraag), gesprek met advocaat. Hopelijk weet ze bij verschijning van dit blog of ze, net als haar man Ahmad (22), mag blijven. Hun dochter Hamida blijft dan ook.

Zij is 15 maanden oud, waarvan 6 in Syrië, 8 in Nederland. Ze bleek een heel vrolijk vogeltje dat zich stortte op de duploblokjes en de Fisherprice-autootjes - om ze aan een van de volwassenen te geven en meteen weer terug te vragen. Om het spel, niet om het bezit. Ze keek naar de filmpjes met kinderliedjes die haar moeder al mee kon zingen, alleen 'puntje van je neus' vond ze moeilijk uit te spreken. Ze speelde in bad met de playmobilbootjes, we vroegen: zijn jullie ook met de boot gekomen? Dat wisten we natuurlijk wel, we wilden een gesprek, maar onze feitenkennis werd met even droge feiten aangevuld. Niet met zo'n boot, gebaarde de moeder, rond, rond. Een rubberboot? Ja, en de mannen zaten aan de rand, en de vrouwen in het midden. Mariam zat met Hamida achteraan, vanwege het opspattende water.

Geen angst, geen dodentallen: een boot en een procedure.

Hamida kan spelen met de dingen en de mensen om haar heen, ze woont waar haar moeder woont. Geen speelgoed - dat is niets definitiefs. Het kan ook een begin zijn.

Eén reactie

Daan Stoffelsen

Update: Mariam mag blijven, dat kreeg de familie gisteren te horen.

Daan Stoffelsen, (URL) - 27-06-’16 12:53
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog