Volle bak

Boekhandel van de Maand

De positie van boekhandelaren is de laatste tien jaar erg veranderd. Boekhandelaren zijn steeds belangrijker in het boekenvak: ze geven quotes achterop boeken, ze verschijnen op feestjes, ze kopen boeken in die getipt zijn door de collega’s van het boekenpanel van DWDD. Boekhandelaren spreken zich uit over boeken, Jan van Mersbergen spreekt zich uit over boekhandels in de rubriek Boekhandel van de maand. Iedere laatste dinsdag van de maand.

Vandaag de elfde aflevering: Post Scriptum in Schiedam.

Die zaterdag stuurde Herman Koch me een foto: twee poster tegen aan raam geplakt: op de een mijn naam, op de ander zijn naam. Hij signeerde die middag bij boekhandel Post Scriptum, en ik zou daar de volgende dag een lezing geven. We bestrijken ongeveer hetzelfde gebied, deze maand.

De volgende dag reisde ik af naar Schiedam, werd van het station gehaald door boekhandelaar Ruud Aret die me via de achterdeur de winkel binnenliet en me koffie inschonk. In de winkel was een van de lage boekenkasten opzij geschoven en op de vrijgekomen plaats stonden rijen stoelen opgesteld. Ik stuurde Herman een foto terug van de nog lege stoelen en schreef eronder: ‘Volle bak in Schiedam.’

Een half uurtje later zat het zaaltje vol. Het was mijn laatste lezing dit jaar. Het bleek een van de prettigste van het jaar.

Omdat de ontvangst in de pers goed was kon ik ontspannen praten over die roman, veel van de aanwezigen hadden recensies gelezen en wat vooral belangrijk was: die recensies hadden de interesse gewekt. Het praat toch moeilijker wanneer een roman overal afgekraakt wordt en de schrijver zijn boek moet gaan verdedigen. Ook scheelde het dat er veel vragen uit de zaal kwamen. Ik kan gemakkelijk anderhalf uur over deze roman praten, vooral technische aspecten komen dan aan het licht, en wat anekdotes, maar praten voor een zaal is leuker als het praten met een zaal wordt, als ik in kan haken op wat er leeft in de zaal. Dat gebeurde in Schiedam op een erg fijne manier.

Een enkeling had het boek al gelezen. Deze man stelde vragen over wat een paard kan weten en hoe dat in werkelijkheid allemaal is, en dat waren vragen die lastig te pareren waren, vooral omdat er een ondertoon in die vragen zat die duidelijk wilde maken dat hij wel verstand van paarden had. Later zei de boekhandelaar dat ik dat goed deed, ik bleef vriendelijk en stelde scherpe tegenvragen, vooral om geen tweegesprek tussen kritische luisteraar en schrijver te krijgen maar een gesprek tussen alle aanwezigen. De andere aanwezigen die het boek nog niet gelezen hadden stelden meer open vragen, werkelijk vanuit interesse. Zij hielden het gesprek gaande.

De middag heette ‘Lunchlezen’, dus er was een lunch. Soep met een tosti. Smaakte me uitstekend. Vaak zijn pauzes bij lezingen momenten waarop het publiek de schrijver aanklampt om boeken te signeren. Sommige mensen willen na afloop meteen weg, dan is een pauze het moment om even die krabbel te scoren. Als daar een kopje soep en een broodje bij is wordt dat moment een stuk relaxter.

De boekhandelaar vertelde me dat hij eigenlijk de lezing op een andere tijd wilde, omdat veel mensen hier nog naar de kerk gaan. Vind ik een goed argument.

In de tijd dat ik bij een klein theater in Amsterdam werkte wilden theatergroepen de zaal huren ergens in juni of juli en het eerste wat ik deed was kijken of er op die dagen geen wedstrijd van het Nederlands elftal was. In die periode worden de WK’s en EK’s gespeeld. Ik meldde die wedstrijden altijd en zei erbij dat er geen hond naar het theater komt als Oranje speelt. Dus jullie mogen de zaal huren, maar klaag later niet dat ik je niet gewaarschuwd heb. Theatergroepen huurden meestal gewoon de zaal, ze overschatten de impact van hun voorstelling en ze onderschatten de impact van een voetbalwedstrijd op een eindtoernooi. Ze speelden voor twee of drie werkelijk trouwe vrienden en een technicus.

In Schiedam weet de boekhandel dat de kerk bezocht wordt op die en die tijd, dus hou je daar rekening mee. Het scheelt simpelweg publiek.

Na de pauze vertelde ik verder over mijn paardje, de verteller van De ruiter, en ook over Naar de overkant van de nacht. Het was 11 december en een maand geleden was het vastelaovesseizoen weer begonnen, en verrassend genoeg waren de mensen in Schiedam goed op de hoogte, ook al wordt daar geen carnaval gevierd. Een paar vrouwen hadden mijn lezing van een aantal jaar terug bij Donner bezocht, de Boekhandel van de maand in november. Ik schreef in deze rubriek over die winkel en over die avond met Pieter Steinz. Aan het einde van de pauze kwamen de vrouwen me zeggen dat die middag toen ze mooi was geweest en dat ze daaraan moesten denken toen ze hoorden dat Pieter overleden was.
‘Steinz, ja ach,’ verzuchtten ze in koor.
Dat is nog steeds het gemis dat Pieter Steinz achter zich heeft gelaten, en iedere keer als ik dat merk is het een mix soort eerbetoon, waardering, medelijden, herinneringen. In dit geval vooral herinneringen.

De boekhandelaar bracht me weer terug naar station Schiedam. ik wist hoe laat de eerstvolgende trein zou vertrekken en we konden rustig aan doen, die haalde ik makkelijk. ‘Eerste spoor,’ zei de boekhandelaar. Dat klopte, maar toen ik de trap naar het perron opgeklommen was reed de trein net weg. De klok in de auto van de boekhandelaar liep een paar minuten achter.

Op 8 januari aanstaande is Lize Spit te gast in Schiedam en later die maand Auke Hulst. Zij gaan het ook leuk hebben in Schiedam.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog