Deze week gelezen (12): Weir en Crace

Science fiction op Mars die teruggrijpt op de nerds van nu en een Engelse plattelands roman die eeuwen terug lijkt te spelen en toch ook actueel is. De boeken die de redactie deze week las: Andy Weir en Jim Crace.

Thomas Heerma van Voss: Andy Weir - The Martian

Mooi uitgangspunt: een man wordt tijdens een ruimtereis alleen achtergelaten op Mars, omdat de overige bemanning ervan overtuigd is dat hij is overleden door een zandstorm. Vervolgens moet hij zich in zijn eentje zien te redden. Een psychologische en fysieke beproeving, die voortdurend kleine raadsels met zich meebrengt: hoe bijvoorbeeld, op de grond van Mars, eten verbouwd kan worden. Of nog eentje, wanneer het ruimtepak van de overlever een heel klein beetje lucht begint door te laten en zijn zuurstofniveau omlaag gaat: hoe valt te achterhalen waar die lekkage precies zit, aangezien het pak beslist niet uitgetrokken mag worden?
Het antwoord: het gaat hier om een zuurstofvrije omgeving, dus als er een klein vlammetje bij het pak gehouden wordt, kun je aan de richting van het vuur zien waar de zuurstof vandaan komt en dus waar het pak lekt. Volgende stap: hoe maak je vuur op Mars, aangezien een ruimtereis wordt ondernomen met uitsluitend onbrandbaar materiaal?
Met zulke raadsels houdt Mark Watney zichzelf bezig, dag in dag uit. Dit hoofdpersonage van The Martian is intelligent, speels en zeker gezien zijn omstandigheden bijzonder goedgemutst. Dat geeft deze roman een aangename levenslust (met veel spreektaal, voortdurend zegt hij wanneer iets misgaat: 'I'm fucked', om later weer te zeggen: 'Yaay!'), al had ikzelf uiteindelijk iets minder praktische raadsels en handelingen gewild, en iets meer psychologische diepgang gezien deze buitengewone, in en in eenzame omstandigheden. Misschien is dat ook het verschil tussen Weir en mij: hij is uiteindelijk overduidelijk iemand die wij op de middelbare school een 'nerd' zouden noemen, met heel veel aandacht voor natuurkundige frutsels en vragen. Ik ben dat geenszins en zou het nog geen dag alleen op Mars volhouden.
Het perspectief van The Martian is wel weer goed gekozen, trouwens: het grootste gedeelte van deze roman wordt verteld aan de hand van zogenaamde Logs, dus mondelinge opnames die hij tijdens zijn vele dode uurtjes op Mars maakt. Dat maakt het heel plausibel dat hij dit verhaal vertelt. En ook hoe hij het vertelt, met al die spreektaal en korte zinnetjes. En het deed me de auteur het nogal voorspelbare, te lang gerekte einde vergeven - althans, hij had me al zover meegekregen dat ik zelfs toen nog geboeid bleef doorlezen.  

Jan van Mersbergen: Jim Crace – Oogst

Vorige week had ik het al over Oogst, van Jim Crace. Ik bestelde het bij de Boekenkraam, een prima site met enorm veel boeken die inmiddels niet meer in de winkel liggen maar nog wel ergens moeten zijn natuurlijk, en waar vraag naar is. Ik las al een flink stuk in dit mooi boek met ruim opgezette bladspiegel, nog niet voor slechtzienden. Bijna 350 pagina’s hebben ze er bij de Geus van weten te maken, van de (naar schatting) tachtig duizend woorden. Leest wel makkelijk, deze pagina’s. En het voelt als een dik boek.
En Oogst stelt niet teleur. Het is een mooie, op het eerste gezicht eenvoudige vertelling, over een kleine plattelandsgemeenschap waar buitenstaanders komen – de link met de actualiteit die zorgde voor de DWDD-quote op de cover: ‘Echt een heel mooi, urgent boek.’ Dat eerste klopt; Oogst is een heel mooi, beetje ouderwets ogend boek, maar die taal past bij de tijd waarin het verhaal speelt. Of het urgent is weet ik niet. In ieder geval vind ik de vertelling door ene Walter Thorsk, die grotendeels namens de gemeenschap spreekt en toch af en toe zichzelf in zijn eigen verhaal mengt, heel geslaagd, op een paar bladzijden na waarin Walter veel te expliciet vertelt over zijn gevoelens voor de vrouw onder de indringers die kaalgeschoren worden en waarvan de mannen aan de schandpaal gezet. Ze noemen haar mevrouw Beldam (pagina 74):
‘Maar die eerste blik op mevrouw Beldam heeft me uit mijn doen gebracht. Sinds ik haar geschoren silhouet heb gezien, heb ik het gevoel alsof ik Brooker Higgs’ elfenmutsjes heb gesnoept. En nu ik op het punt sta haar te vinden, nu ik dichter bij de plek kom waar ze zich moet schuilhouden, beginnen er in mijn hoofd donkere, spookachtige lichtjes rond te dansen; mijn hart lijkt te deinen; ik voel me opeens heel onverschrokken en meteen daarop doodsbang.’
In dit soort stukken wreekt de tegenwoordige tijd zich. Die arme verteller is ook gewoon een vrouw aan het zoeken en in welke tijd het verhaal ook speelt, dit soort bespiegelingen over de gevoelens die ronddansen en deinen in zijn zoekende lijf zijn veel te bewust. Laat die man zoeken. Beschrijf desnoods hoe hij zich voelt en wat er in zijn lijf omgaat, maar laat hem dat alsjeblieft niet zelf vertellen, dan wordt het een personage dat een schrijver in zich meedraagt, en dat zijn vreselijke personages. Bijna zo vreselijk dat je voor die vrouw hoopt dat hij haar nooit zal vinden.
Buiten dat staat Oogst vol met slimme en goedlopende zinnen die een vrijwel achterlijke boerengemeenschap tot leven wekken en invoelbaar maken, en die ook de buitenstaanders tot leven wekken. Dat is echt goed gedaan, en geeft maar weer eens aan dat het beroemde Boekenpanel van DWDD niet alleen een marketingtruc is voor fanatieke dozenschuivers, soms brengt het panel je bij een roman die je zonder het panel zeker gemist had. Dank daarvoor.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog