Deze week gelezen (13): Lehane, Godijn

Een boek dat overeind blijft terwijl je de filmpersonages al in je hoofd hebt - dat moet wel de moeite waard zijn. Daarnaast: een prettig warrige vertelling over liefde, en ...?

Jan van Mersbergen: Dennis Lehane – Shutter Island / Gesloten kamer

In maart vertelde ik in deze rubriek over schrijvers die zo goed zijn dat ik meteen al hun boeken bestel. Het ging over Dennis Lehane en de verfilming van Shutter Island, de thriller die ik inmiddels in vertaling lees. Van de film zag ik alleen het laatste uur, ik zappte er per ongeluk langs en bleef hangen, maar dat laatste stukje was voldoende om erg onder de indruk te zijn van het idee achter het verhaal en de uitwerking daarvan, en dus lees ik nu het boek met de wetenschap van hoe het afloopt. Meestal is dat bij een thriller vervelend, in dit geval is het geweldig. Ik ken de kronkels en details van het verhaal, en ook heb ik een beeld van de hoofdpersoon; Leonardo diCaprio. Daardoor lees ik Shutter Island anders. Als in de eerste scène U.S. marshal Teddy Daniels met de boot naar het eiland vaart waar het complete verhaal zich af zal spelen, zie ik DiCaprio voor me in de scène die ik in de film dus miste. Ik maak dat deel van de film zelf. Ook herken ik in die passage de angst voor water bij Teddy, die uitvoerig beschreven wordt en die de lezer op een bepaald spoor brengt, terwijl ik weet welke linken er gelegd zullen gaan worden. Dat is niet vervelend, het geeft diepte aan de beschijvingen. De ontknoping moet eigenlijk een verrassing zijn, maar nu ik weet hoe het zit, lees ik met meer oog voor deze details. Die zijn hier moeilijk te benoemen, omdat ik dan de clou van deze magnifieke literaire thriller verklap, maar ik kan iedereen aanraden de film rustig nog een keer te bekijken en dan het boek te lezen. De film is op die manier een meerwaarde.

Thomas Heerma van Voss: Wouter Godijn - De liefdesmachine

Een merkwaardig, innemend boek. In De liefdesmachine volgen we psychotherapeut Alexander Lodewijk van Putten: een nogal onrustige man met twee dochters (een tweeling), een vrouw en een prima lopende praktijk. Deze roman is een springerige vertelling waarin Van Putten meer en meer in de war raakt. Eerst komt hij een vroegere liefde tegen, wat een stroom van jeugdherinneringen oproept waar hij zich ook met enig genoegen door laat meeslepen. In het tweede deel van de roman staat Van Puttens aftakelende vader centraal, waardoor zijn bestaan er nog chaotischer op wordt. Het leidt tot talloze overpeinzingen over het verstrijken van de tijd, over jeugdigheid, over verval - soms goed, soms aardig, soms vooral warrig.

Wat me vooral bevalt aan deze roman is de taal van Godijn: hij loopt niet te pronken met mooie taalvondsten, nee, zijn woorden geven zijn personage werkelijk vorm; de zinnen zijn vet aangezet, vol (zintuiglijke) hyperbolen en langgerekte terzijdes, en dat past precies bij deze Van Putten. Wanneer die onrustig wordt, heeft hij het bijvoorbeeld over 'de gonzende paukenslag van mijn hart', om niet veel later verder te gaan met: 'Ik kan nog altijd in scherpe beelden voor me zien hoe ze, mijn lul in haar kut, boven op me zit, beschenen door bevend kaarslicht, terwijl ze triomfantelijk met een gebalde vuist op haar schaambeen trommelt - en bijvoorbeeld - zegt: 'Nou heb ik je!'' Dat associatieve, dat door elkaar gebruiken van plat en poëtisch: ikzelf zou het niet snel doen, maar het werkt hier. Dit hoofdpersonage komt in al zijn rariteiten en onhebbelijkheden echt tot leven.

De Liefdesmachine wekt de indruk dat Godijn zonder vooropgezet plot of uitgedacht schema te werk is gegaan, alsof hij zich gewoon liet leiden door wat achter zijn toetsenbord bij hem opkwam. Realisme of geloofwaardigheid lijkt daarbij niet het voornaamste criterium te zijn geweest: De liefdesmachine is een tamelijk absurdistische vertelling, waarin het aan het begin van een hoofdstuk vaak volkomen onduidelijk is waar het nu precies heen gaat, regelmatig zelfs aan het begin van een zin. Natuurlijk deed dat me af en toe verlangen maar meer houvast. Natuurlijk dacht ik ook: wanneer komt er nou een meer afgebakende plot, waar draait het vooral om? Maar die springerigheid is het hoofdonderwerp. Van de taal, van Van Putten zelf - die zich meteen laat meeslepen en zich daar amper tegen verzet. 'Roesachtig', misschien is dat een nog beter woord dan 'springerig'. Ja, De Liefdesmachine is een vreemde, roesachtige vertelling, waar ik moeiteloos tot aan het einde in meeging.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.

Archief

Omhoog