Twee gedichten: Maarten van der Graaff

Maarten van der Graaff (1987) debuteerde met gedichten in het tijdschrift nY. Hij exposeerde gedichten samen met de beeldend kunstenaar Daniel Labruyere in de Rotterdamse Singersweatshop. Hij studeert religie en kunst aan de Universiteit van Utrecht en is verbonden aan Vooys.

Kanaal

Deze zacht
toegeschroeide kras
is een kanaal.

De wil tot vooruitgang een
Hunebed, bestand tegen de terreur
van smeekbedes.

Uit het landgraf aan het kanaal
klauteren kinderen die moeten worden
beschreven.

Zo staat de wind.

Niets is eenvoudiger dan inzicht
in dit geval te verkrijgen.

Niets gemakkelijker dan met alle
nagels in de zwerfstenen wil
geslagen te wachten,
reikhalzend,

op de volle tiet
van de slaap.

Ruis

Zij is zo bloedstollend
dichtbij
dat zijn longen knerpen als verse,
ingetrapte sneeuw.

In de kamer bepalen ze telkens weer
de stand van hun lijven.
Ze staan en beluisteren.                       De ruis is die van een

schelp, een foetus.

Tijdens het zwart spelen ze schaak
met de lijven,
rekenen in de ruis
op iets anders dan zichzelf.

Eén reactie

thomas

dat is mijn studie broer

thomas, - 09-11-’11 11:58
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog