Schrijfdagboek: Leedjesavond

Op 11 november 2011 verschijnt de nieuwe roman van Jan van Mersbergen. Voor De Revisor heeft hij een schrijfdagboek bijgehouden. Vanaf het eerste kleine idee is te volgen hoe dit zich langzaam ontwikkelt tot een roman en ook is te zien tegen welke dilemma’s de schrijver aanloopt. Vandaag: Leedjesavond.

Op 11 november begint het nieuwe Vastelaovesseizoen, dan mogen de pekskes weer uit de kast, dan mag de muziek weer gedraaid worden. Kort voor deze datum worden in Venlo de nieuwe Vastelaovesleedjes gepresenteerd, tijdens de Leedjesavond in theater de Maaspoort. In 2010 was ik daar voor het eerst bij.

Ik kende de beelden van de Schlagerfestivals die vroeger op de Duitse zender ARD te zien waren: een relatief klein podium met lieflijk decor (boompjes, riviertje, brug, romantisch paadje, lantaarn, veel bloemen) en het publiek in een grote zaal aan lange tafels, en op die tafels glazen bier. Ik wist niet dat de setting in de Maaspoort hetzelfde zou zijn, op het romantische decor en de bloemen na. Er werden elf nieuwe liedjes gezongen. Het publiek kon stemmen. In het programmaboekje stonden de teksten. Wie de liedjes geschreven hadden was geheim, dat zou de stemming kunnen beïnvloeden.

Ik zat aan zo’n enorme tafel, in het midden, mijn vriend tegenover me. Naast ons aan de ene kant zat een echtpaar in de leeftijd van onze ouders, aan de andere kant twee meisjes van begin twintig. Iedereen dronk bier, iedereen dronk in hetzelfde tempo. De man bleek vroeger Prins te zijn geweest. In de pauze vertelde hij over Vastelaovend. Hij was benieuwd naar mijn roman. Volgend jaar moesten we weer komen, hij zou via zijn dochter backstagepasjes regelen.

De liedjes waren bijzonder sterk. Nu ken ik de oude Venlose liedjes en weet ik dat er ieder jaar twee of drie liedjes bij komen die blijven hangen en jaar na jaar gedraaid zullen worden, ik wist niet dat de vijver waaruit die liedjes gevist worden zo groot is. Ik wist ook niet dat er zo veel zangers en zangeressen zijn. Ik wist ook niet dat een uitverkochte Maaspoort zo’n goeie sfeer kan hebben, want op het eerste oog is het een lelijke betonnen bak. Wat vooral opviel: het contact dat de mensen onderling maken.

Het is eigenlijk een vooravond van de Vastelaovend, een opwarmer, en het contact tussen de mensen is daarin de bindende factor. Door de muziek, het bier en het samenzijn heerst er een open sfeer. Ik heb tientallen Venlonaren gesproken, over de muziek, over mijn roman, en over het feest, en iedereen had een open houding, ook naar mijn vriend en mij toe, de buitenstaanders. We werden aan mensen voorgesteld, kregen een plekje aan een andere tafel en bier aangeboden. 'Hoe komen jullie hier terecht?' Niemand vroeg me waarom een Amsterdammer een roman over hun feest moest schrijven. Ik kreeg een hand op mijn schouder, een vrouw van zeker zeventig die zei: 'Ik wacht op jouw boek.'

Iedereen voelde aan: dit is Vastelaovend, dit is serieus omgaan met onzinnigheid. Dit is een feest van alle mensen samen, iedereen kijkt dezelfde kant op, iedereen draagt bij en heeft goeie zin, en vooral het fysieke aspect was ook op deze avond opvallend: armen in elkaar gehaakt, armen over schouders van anderen, twee vrouwen die samen zongen, de hoofden iets scheef, hun slapen tegen elkaar.

Ik ben opgegroeid in een gebied dat ingeklemd is tussen de Bergsche Maas, de Afgedamde Maas en de Merwede; een protestants stukje polder, waar de eerste reactie op feestelijke uitspattingen is: ‘Doe nie zo achtelijk.’ Ik heb het geluk gehad dat zowel mijn vaderskant als mijn moederskant van de familie gematigd was, dat ik de houten banken van de Gereformeerde Kerk zelden zag. Geen blijvende schade. Er wordt in die streek slechts in een paar dorpjes Carnaval gevierd, voorzichtig. Grote bijeenkomsten met een thema als de liedjesavond bestaan daar niet. Fysiek contact komt in die streek zelden voor. Een hand op het bovenbeen van iemand anders is intimiderend.

Venlo leeft met dat contact, met het samenzijn. Dat is de basis van de traditie. Tijdens zo'n Leedjesavond wordt deze traditie levend gehouden. Door de mensen die naar de liedjes komen luisteren, de componisten, de uitvoerende muzikanten en zangers. De open sfeer kan het best verduidelijkt worden met een leedje. In ’t Mooiste maedje van de waereld, de winnaar van de avond, wordt een vrouw verteld hoe mooi ze is. Het lied maakte mensen aan het lachen en bood relativering. Het lied was de winnaar van deze avond:
Dich bis ’t moeiste maedje van de waereld
’t Allerschoënste op dees aerd
En idder ander maedje op de waereld
Haet veur mich gen ink’le waerd
Maar wetse waat det mit mich is?
‘k-Weit neet precies wie groët dette waereld is
Dich bis ’t moëiste maedje van de waereld
Ik vind allein, de waereld waal waat klein

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog