Schrijfdagboek: Laten lezen

Op 11 november 2011 verschijnt Naar de overkant van de nacht, de nieuwe roman van Jan van Mersbergen. Voor De Revisor hield hij een schrijfdagboek bij. Vanaf het eerste kleine idee is te volgen hoe dit zich langzaam ontwikkelt tot een roman en ook is te zien tegen welke dilemma’s de schrijver aanloopt. Vandaag: Laten lezen.

Mijn plan was: op een goed moment tussen november 2010 en de Vastelaovend van 2011 een eerste versie van mijn roman opsturen aan uitgeefster Eva Cossee. Dat is gelukt. Ik heb die eerste versie gemaild en kreeg een mailtje terug. Dank je wel, Ga het lezen en Tot snel. Vervolgens begon het wachten. Dat is verschrikkelijk.

Via twitter en facebook heb ik laten weten dat ik de roman opgestuurd had. De reacties daarop waren een flinke hoeveelheid Ik-vind-dit-leuk-duimpjes en geschreven reacties waarin ik gefeliciteerd werd, alsof ik jarig was. Dat voelde niet zo. Ik denk dat het een felicitatie waard is, ik kan andere schrijvers moeiteloos feliciteren, maar op dat moment voelde het dreigend, vooral dreigend. Dit manuscript was ruim een jaar werk. En nu was er de (kleine) kans dat de uitgeefster zou zeggen: ‘Jan, dit is niks.’

Ik stuur nooit losse hoofdstukken of passages naar de uitgever. Dat is waarschijnlijk nog moeilijker, na ieder hoofdstuk op SEND drukken. Ik ken schrijvers die hoofdstuk voor hoofdstuk opsturen, dapper. In mijn geval wilde ik een manuscript laten lezen waar zeker nog een en ander aan moest gebeuren, maar dat in ieder geval een beeld zou geven van waar ik naartoe wilde, een idee dat ik helder voor ogen had en absoluut niet mocht veranderen. Nu was het wachten op commentaar van de uitgeefster en wat de roman zou moeten vertellen moest nu al bij haar aankomen. Met serieus schaven zou dit manuscript binnen driekwart jaar een echte roman moeten worden.

Als ik vroeger een stukje bestrating maakte wist ik op een gegeven moment: het is af. Als ik eten kook dan kan ik zien dat alles gaar is en de kookwekker geeft een seintje als de pasta of rijst lang genoeg gekookt heeft. Het is af. Van zo’n manuscript is na een paar maanden niet meer te zeggen wat het is, of het wel iets is, of het ooit nog iets gaat worden. In de weken voor het toesturen aan Eva Cossee opende ik dagelijks het word-document, staarde naar de zinnen, veranderde een paar woordjes en sloot het document weer. Een paar keer per dag.

Ik meldde via twitter en facebook dat ik de felicitaties op mijn beurt ook leuk vond, maar dat is gelogen. Tot snel, schreef Eva Cossee in haar mailtje. Dat was niet gelogen, want ik zag haar snel weer, maar ze had het nog niet gelezen. Dat duurt maanden, wist ik. Ze heeft wel iets anders aan haar hoofd, boeken die eerder verschijnen, de nieuwe aanbieding. Ik vroeg haar niet naar mijn manuscript. Zij zei er niets over.

Vloekend en scheldend fietste ik naar het huis. Vloekend en scheldend liep ik door mijn huis. De hond moest niet voor mijn voeten komen, hij had dit snel door. Kritiek op mijn eten kon ik niet hebben. In voetbalwedstrijden raakte ik verzeild in opstootjes. Tegen sluitingstijd zat ik in een nachtkroeg. ’s Ochtends weer staren naar dat word-document, proberen vertrouwen te putten uit mijn eigen woorden.

Mijn geluk was: het was bijna weer Vastelaovend. Het onderwerp van de roman haalde het manuscript in. Samen met mijn vastelaovesvrienden uit Amsterdam scharrelde ik een pekske bij elkaar. Die jongens hadden de roman ook nog niet gelezen maar wisten waar het over ging. Dat was veilig.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog