Mails aan een jonge fotografe II

onderwerp: stijl is wie je bent

Beste Juffrouw Fisher,

Uw foto's van de hond deden me denken aan de Franse schrijver Raymond Queneau; heeft u daar al van gehoord? In de inleiding bij de vertaling van zijn onnavolgbare Exercises de style, schrijft Rudy Kousbroek: ‘Het spreekt van zelf - of dat zou het moeten spreken - dat een schrijver er een min of meer eigen wereldbeschouwing op na houdt. Helaas zijn ook die zelden eigentijds. Het wereldbeeld van veel schrijvers staat op voet van oorlog met de exacte vakken; zulke mensen leven eigenlijk in een soort geestelijke middeleeuwen en hebben geen flauw benul van de voornaamste denkprestaties van onze eeuw.’ Een opmerking die tachtig procent van de literatuur overbodig maakt, juffrouw Fisher, en voor de kunstfotografie is het niet anders.

Daarom wil ik weten wat uw denkkader is; door welke lens kijkt u naar de wereld? Neemt u aan dat wij over een vrije wil beschikken of gaat u ervan uit dat we een illusie nodig hebben om betekenis aan ons leven te geven? Misschien bent u ervan overtuigd dat er grenzen zijn aan onze rationaliteit of dat we onzichtbaar worden door onze linkerduim met het vel van een gitzwart kattenjong te bedekken… of vindt u een kader flauwekul en amuseert u zich gewoon? Verlicht me, duik in uw brein en haal uw obsessies naar boven. En wat bedoelt u toch steeds met mijn fotos moeten een bepaalde sfeer oproepen? Niets is zo onbepaald als een bepaalde sfeer; onscherpe foto’s, onscherpe gedachten, juffrouw Fisher.

Vergeef me dat ik van de hak op de tak spring, maar ik word gekweld door een hevige pijn aan de rug. Ik betrek binnenkort een echte schrijfkamer met een meesterlijk uitzicht. Vier ramen zal ik hebben, nee vijf: vier aan de schrijftafel en één achter mij, een canvas waarin de torens van Gent gevangen worden! Waar onze zolder overbodige zaken herbergde komt op aanraden van mijn lieve slimme vrouw een schrijfkamer: een speelkamer! Ik help zelf zoveel ik kan met het uitbreken van plafonds en oude vloeren die ik in zakken naar beneden draag. Dat kan ik goed: afbreken en zeulen, maar zoals een Vlaams schrijver schreef: ook de afbreker bouwt op.

Zondag was ik met mijn dochter in het Van Eyckzwembad aan het oefenen voor haar brevet; een zegen voor mijn rug. ‘Ik ben een oranje dolfijn,’ riep ze met haar duikbril op en ze dook onder water en kwam weer boven als een zeemeermin met rinkelende schubben. Zo is het, juffrouw Fisher, alleen uw persoonlijke waarheid is van belang als u speelt, als u fotografeert; wat zou uw werk anders zijn dan een cliché? Wees alleen op uw hoede: wat vandaag waar, goed of mooi is, zal het morgen misschien niet meer zijn.

Moeilijk om een foto van een zwarte hond te maken, is het niet? Maar nog moeilijker is het om Raymond Queneau te fotograferen! Zijn Stijloefeningen tonen aan dat je een banale gebeurtenis op ontelbare manieren kunt vertellen; geen enkele is de juiste, geen enkele goed of slecht, geen enkele wordt afgewezen of aanvaard, ze zijn er gewoon, zoals uw foto’s van de hond er gewoon zijn. Maar als ik uw foto’s zie wil ik aan u denken en niet aan Raymond Queneau. Als ik zijn naam hoor, denk ik aan zijn verhalen, zijn gedichten en zijn Exercices de styles omdat hij zijn werk is. Laat dat uw uitdaging zijn, juffrouw Fisher: word één met uw werk!

Met vriendelijke groeten,

Bart Koubaa, 

Gent, lente 2011

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog