31 Januari 2013

Anne Vegter Dichter des Vaderlands

Anne Vegter is benoemd tot de Nieuwe Dichter des Vaderlands. Het is aan haar om een compleet nieuwe invulling te geven aan het ambt en die taak is haar toevertrouwd. Ze publiceerde kinderboeken, proza (Verse bekken in 1990) en theaterteksten. Met haar debuutbundel Het veerde (met prenten van Annelies Alewijnse) had ze al die typerende montere en opgeruimde toon, een tikje edgy, indringend en far-out. ‘Hersens, dacht ik bij de bloemkool / Doormidden? Vroeg de groenteboer’, waarna ‘Juffrouw Vegter’, met een zak vol wonder, ‘Lucky Strike, haarspelden en tomatenketchup’ naar de Van de Voorschoterlaan geholpen wordt. Anne Vegter heeft humor en lef. Een van haar bekendste gedichten staat in haar bundel aandelen en obligaties:

Mijn kostbare kut viel helemaal verkeerd op het centrum

Kost per uur? Drieënzestig all-in
zeiden ze, ik zei een rijles is goedkoper.

Als je armen het niet doen heb je niets
aan rijles, zeiden ze, laat staan aan een auto.

Kom nu maar op ons centrum trainen,
misschien heb je iets aan de auto

als je benen het later ook weer doen.
Zeg ik als je kut het maar doet.

Dat viel helemaal verkeerd op het centrum.
Drieënzestig all-in.

Haar derde bundel Spamfighter (2007) werd genomineerd voor de VSB-poëzieprijs, net als Eiland berg gletsjer  uit 2011. In 2004 werd haar de Anna Blamanprijs toegekend voor haar hele oeuvre.  Ze weet nog steeds in Nederland voor een controverse te zorgen.  Achterin de laatste bundel staat de sterke monoloog ‘Dochter van’ waarin de dochter van Noach aan het woord is. Vegter is op een onheilspellende manier nuchter: ‘je kunt God wel dood verklaren maar de naam is nog niet vergeten.’ Bovendien hebben de doden het maar makkelijk ‘want die zijn dood’.  Ze publiceerde tweemaal in De Revisor, de laatste keer gedichten uit de serie ‘Ook als’, in het eerste jaarboek van de huidige redactie in 2010.

Dat er iets moet veranderen rond de landelijke gedichtendag en de dichter des vaderlands in het bijzonder, is een gedachte die van meer kanten klinkt. Beide instituten zijn relatief nieuw, ze bestaan sinds 2000 en zijn gemodelleerd naar de Britse National Poetry Day en de Poet Laureate. Maar er is een belangrijk verschil en dat is de notie dat Nederlandse poëzie niet Engels is. Nederlandse poëzie is overwegend minder narratief dan de Britse. In Engeland staat poëzie als geheel dichter bij de popcultuur, zeker sinds het verschijnen van The New Poetry in 1993, met Carol Ann Duffy als een van de protagonisten. Poëzie neemt op het eiland een andere plek in. Schoolkinderen stampen er versjes in het hoofd voor het vak Public speaking en in Kingston Upon Hull heb ik meegemaakt hoe hele families met puberkinderen voorzien van grote zakken chips kwamen luisteren naar een voordracht van Tony Harrison, die toen net de geneugten van de Cum Quad bezong, een vrucht die helaas nog niet tijdens het leven van Lord Byron naar het koninkrijk werd geïmporteerd.

Het kan niet anders of er is enige ironie in het spel geweest (zie alleen al het archaïsme Dichter des vaderland) bij een organisatie die gewoonlijks een groot internationaal festival brengt, Poetry International. Wie durft er in de spiegel te kijken en te zeggen ‘ik ben de dichter des vaderlands’? De aanstelling leek op maat gesneden van Gerrit Komrij, die de functie met de nodige flair en humor uitvoerde en ook een aantal initiatieven nam.

Dertien jaar later wordt er geregeld afgevraagd of het niet allemaal te veel van het goede is. In het kosmopolitisme-nummer van De Gids schrijft Maarten Asscher ‘alle pogingen van gemeentes, stadsdelen en poëzieclubs ten spijt om Nederland geheel of gedeeltelijk achter de bewondering voor één dichter te krijgen, vrees ik dat het in Nederland met het nationale dichterschap wel nooit iets zal worden’. Hij stelt dat een stroming een dichter tot voorman kan kiezen, zoals de Vijftiger Lucebert, maar iemand langdurig als nationaal dichter aanstellen, daarvoor noemt hij Nederland te ‘egalitair’. ‘Eén landgenoot een halve of een hele generatie lang als de allergrootste beschouwen, dat staat haaks op onze volksaard, die zo van gelijkheidsdenken doortrokken is, dat men niet graag toegeeft dat de een over meer talenten beschikt dan anderen.’

In tegenstelling tot een langdurige Poet laureate heeft Nederland een dichter die als een minister of diplomaat vier jaar het ambt moet vervullen. Anne Vegter heeft met Ramsey Nasr een ding gemeen (net als met Peer Wittenbols en Bart Meuleman) en dat is het theater. Maar het is een heel verschillende kant van de bühne die zij kent en een compleet andere rol die zij er heeft. Als we er niet mee op kunnen houden met deze poppenkast, dan moet het roer om. Het is aan Anne Vegter om het vaderland te laten zien dat een dichter iets heel anders kan zijn dan men er gewoon is.

Auteursportret © Leo van der Noort

 

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog