Mails aan een jonge fotografe IV

Onderwerp: de dood en de blik, vraag en aanbod

Beste juffrouw Fisher,

Ondanks dat ik mijn schrijfkamer steeds meer tot leven zie komen, wil ik het naar aanleiding van de kerkhoffoto’s die je me hebt opgestuurd over de dood hebben. Eigenlijk wil ik u iets vragen aangezien u de dood beter kent dan ik. Hoe is het toch mogelijk om keer op keer zo mee te leven met de nabestaanden die bij u thuis een kist en een afscheidsdienst komen bestellen? Is dat routine, vraag en aanbod; alles is toch beter dan de dood, juffrouw Fisher? Of gaat u ervan uit dat er geen begin en geen einde is? Misschien gelooft u dat we ons bewustzijn op een harde schijf kunnen schrijven en er oneindig veel kopieën van kunnen maken zoals we dat met foto’s kunnen…

Ik kan u De lichtende kamer van Roland Barthes aanbevelen, een reeks aantekeningen over fotografie waarin een aantal interessante gedachten staan. Iedere keer Barthes zich laat fotograferen doorstaat hij een soort van kleine stervenservaring: ‘Ik word waarlijk een spook. De fotograaf is zelf bang van deze dood waar zijn gebaar mij in gaat balsemen.’ Ik heb er vaak aan gedacht toen uw broer of Federico de lichaamsvloeistoffen uit een dode aan het tappen waren en die door een conserverende stof vervingen. Misschien is dat wat fotografen doen: het leven uit de dood laten wegvloeien en vervangen door een bewaarmiddel.

Een goede vriend stuurde me jaren geleden een verjaardagskaartje waarop de schrijver Louis-Ferdinand Céline wat onhandig uit het kader staat te staren; een paar stappen van hem verwijderd kijkt een enorme kat ons aan van op een ronde witte tafel. Toch wordt mijn blik naar het hondenhok tussen de twee protagonisten gezogen. Het heeft de allure van een lijkenhuisje waarvoor de schrijver en zijn kat gefotografeerd werden voor ze de laatste groet aan de hond brengen. De foto laat mij zien dat Céline en de kat de dood aanvaarden, dat er niets aan is: cut the crap staat op hun hele lichaam te lezen

Op de cover van mijn exemplaar van De lichtende kamer staat trouwens Le petit chien, een foto uit 1928 van Kertész. Een jongetje dat de fotograaf met hondenoogjes aankijkt probeert het hoofd van een puppy met beide handen tegen zijn kaak geduwd, bijna als een pistool in de aanslag, in de lens te laten kijken, maar het hondje weigert zich te laten doden. 'Dat armelijk geklede jongetje, dat een pasgeboren hondje vasthoudt waar hij zijn wang tegenaan vlijt, kijkt in het objectief met ogen vol droefenis, afweer, angst: welk een meelijwekkende hartverscheurende bedachtzaamheid! In feite kijkt hij nergens naar; zijn liefde en zijn angst houdt hij in, naar binnen gekeerd: dat is de Blik,' schrijft Roland Barthes.

Mijn kamer geeft nog geen licht, juffrouw Fisher, er is nog geen elektriciteit! Wel zie ik op heldere dagen door de vier ramen de oude bladeren in mijn tuintje liggen; ik moet ze dringend opruimen. Kent u de Japanse dichter Basho? 'Een blik in de eeuwigheid ontdek ik in de gevallen bladeren in mijn tuin…' Wat wordt het, juffrouw Fisher, de Blik van Barthes of de blik van Basho? Het Westen of het Oosten? Kwamen de Wijzen niet uit het Oosten?

Hopend dat ik u niet heb verward,

groet ik u uit de grond van mijn hart,

Bart

Gent, lente 2011

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog