Buiten adem

Over de grens

Als ik moet voorlezen in een andere taal dan het Nederlands raak ik steevast buiten adem. Ik oefen en heb les gekregen, toch lukt het vrijwel nooit echt goed te lezen omdat de tekst niet mijn ritme heeft. In het Nederlands voel ik precies aan wanneer er rust in mijn zinnen komt, dat gaat vanzelf, die pauze of spanningsmomenten. In een vreemde taal voel ik dat niet en moet ik dus veel nadenken tijdens het voorlezen en dat overbewuste maakt het lezen niet beter. Meestal zijn optredens over de grens belabberd.

In Duitsland gaat dat redelijk goed. Niet omdat mijn voorlezen in het Duits beter is dan in een andere taal, maar omdat de mensen in Duitsland erg beleefd zijn en serieus wat betreft literatuur. Er wordt gerust aan je gevraagd of je een half uur wilt voorlezen, en de mensen in de zaal luisteren dan een half uur, in volle concentratie. In Nederland is optreden meer een act. Kort en grappig, daar komen de mensen voor. In Duitsland komen de mensen in feite voor een live-versie van het luisterboek, gelezen door de auteur zelf.

Ik las voor in Leipzig, Darmstadt, Berlijn en Frankfurt.

In Leipzig was ik te gast bij de boekenbeurs, die een nevenprogramma heeft in de stad. Op heel veel plaatsen wordt voorgelezen en na bemiddeling van het Letterenfonds, die de reis organiseerde, belandde ik met Maarten Asscher en Vincent Overeem in een volle zaal onder een restaurant. Mijn redacteur en uitgever bij Cossee, Christoph Buchward (van origine Duitser) was de gespreksleider. We hadden afgesproken dat we op alfabetische volgorde zouden optreden, ieder een minuut of twintig, dat was schappelijk. Kort voorlezen en vooral in gesprek gaan met Christoph.

Maarten ging als eerste. Christoph hield een mooie inleiding over Maarten en over zijn boek over Nederland en het water, dat in Duitsland op de markt was. Chripstoph wilde laten doorschemeren dat hij Duits is, dus hij vertelde uit welke stad hij kwam en dat hij bij Suhrkamp uitgever was geweest en dat hij nu in Nederland een uitgeverij had, samen met zijn vrouw Eva Cossee. Om dat laatste wat schwung te geven zei hij: ‘Ich bin ein niederländische Frau verheirated.’

Maarten had naar de inleiding geluisterd en zei heel hard in de microfoon: ‘Ich auch.’

Het duurde even voor het Duitse publiek de grap begreep. Er ging een soort schok door de zaal. Het was grappig en bot en Hollands, en de mensen dachten: die Hollanders zijn gek. Toen viel het kwartje en werd het leuk en die sfeer hielden we vast. Toen ik als tweede op moest hield ik vol dat mijn naam in het alfabeth na Overeem kwam. Vincent zei dat de O in zowel het Nederlandse als het Duitse alfabet na de M kwam, maar ik zei: ‘Meine name ist Vonmersbergen.’

Tijdens die avond ging het amper over schrijven. We vermaakten de mensen in dat zaaltje en dronken daarna boven in het restaurant een geweldige hoeveelheid bier en op de terugweg hadden we bijna de gehele breedte van de straat nodig, de drie Hollandse schrijvers zwalkend naast elkaar.

In Darmstadt was het serieuzer. Daar staat een kerk waar vorig jaar een week lang Nederlandse schrijvers aan bod kwamen. Een mooi en vol programma met onder andere Nooteboom, Grünberg, Van Dis, Wieringa, Campert, Margriet de Moor, Ramsey Nasr en Otto de Kat. Ik stond samen met Gerbrand Bakker geprogrammeerd, op een avond. We gingen met de trein naar Darmstadt, van het station naar een hotel en na het eten naar het kerkje. Gerbrand is gewend aan het reizen en aan optreden in Duitsland. Zijn Duits is erg goed. De meeste mensen kwamen voor hem.

Ik begon de lezing, dan was Gerbrand de hoofdact. Ik las een paar stukken voor en hoewel het niet bijzonder warm was in de kerk – ik kan me herinneren dat verschillende mensen hun jassen aan hadden – zweette ik enorm en kon ik mijn ademhaling moeilijk onder controle houden. Ik rammelde maar door en tijdens het tweede deel dat ik voorlas uit Wie es begann (Zo begint het) werd ik iets rustiger want die tekst is erg langzaam en daar probeerde ik me aan aan te passen. Dat ging voor mijn gevoel redelijk.

Er was nog wat tijd over en ik had mijn laatste roman, Naar de overkant van de nacht, ook meegenomen, al is daar nog geen vertaling van. Ik raakte overmoedig. ik vroeg aan de mensen of ik een stukje uit die roman zou voorlezen, en dan zou ik het terplekke wel vertalen. Veel moeilijke woorden stonden er niet in dat fragment en ik wilde het wel proberen. Ik had niet geoefend maar natuurlijk had ik over die vraag nagedacht. De mensen zouden het charmant vinden. dat was ook zo. En ik mocht het proberen.

In het fragment staat de verteller op straat tijdens de Venlose Vastelaovend...

Dort steht ein frau (naamvallen, hoofdletters, problemen) mit einen grossen grünen hut. Auf die hut stecken rote rosen. Ihr gesicht geschminkt wie eine katze, ihre laarzen hoch und schwartz. Dort stehen noch zwei frauen mit sölcher huten, neben einander, sie singen. Neben sie ein jungen met ein dunkeres bril und einen schwartzen slipjacke auf die schulter seimes freund. Ihr beiden kopfen glänzend uber einen grossen bogen.

Het fragment ging nog een paar regels door en ik was natuurlijk buiten adem en hoewel ik het idee had de sfeer van het boek te kunnen pakken klopte er helemaal niks van.

Gerbrand zei na afloop heel nadrukkelijk: Wil je dat nooit meer doen?

*

Dit blog maakt deel uit van de reeks Over de grens, met buitenlandervaringen van Jan van Mersbergen. Dit zijn alle afleveringen: Wir heißen alle De VriesBuiten ademLesen bitteKen je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?145 Stroud Green RoadEen cavia op de troonTussen twee traag dovende vurenNiet naar het festivalEen hengel en kaal personeelEen glasscherf en enorme rotsen en Istanbul: verkeer, voetbal en Vastelaovend.

zeven reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog