Lesen bitte

Over de grens

In Frankfurt werd ik door een mevrouw van de universiteit van het station gehaald. Ik kende de stad niet, ik kende de mevrouw niet. Een paar dagen eerder was ik in Düsseldorf om een wedstrijd van Schalke 04 te zien, iets verderop in Gelsenkirchen. Dat weekend was ik met vrienden van mijn voetbalclub op pad, een heel ander soort uitje. We hadden een hotel in Düsseldorf en belandden ’s avonds in een klein kroegje dat Die Hühnerstall heet en tegen een uur of vijf in de ochtend (de klok was ook nog een uur teruggezet) zei de eigenaar, die Nederlands kon: ik ben er klaar mee. Hier hebben jullie de sleutel. Ik ga.

Nu stapte ik dus in Frankfurt uit de trein, anderhalf uur verderop. Een grote stad, vol kantoorgebouwen. We reden naar een oude wijk, daar was het hotel en stond ook de universiteit, een gebouwencomplex dat in de oorlog belangrijk was voor de nazi’s en na de oorlog was het complex het Amerikaanse hoofdkwartier in Europa. Enorm groots opgezet, met imponerende marmeren trappen en vijvers en kolossale gevels.

De lezing zou om half acht beginnen. Toen het half acht was was er nog helemaal niemand, alleen de mevrouw die me opgehaald had en een vriendelijke jongen die nog even snel posters aan de wanden hing. Er was lichte paniek. Komt die schrijver helemaal uit Amsterdam, is er geen publiek. Ik zei: Het komt wel goed. Even later kwam er toch nog één vrouw opdagen en zij wist te vertellen dat de lezing om half negen aangekondigd stond. We moesten dus nog maar even wachten. Dat deden we en tegen half negen zaten er dertig mensen in het zaaltje.

Naast me zat een professor van de universiteit. Hij sprak zowel Nederlands als Duits. Er was niets afgesproken, alleen dat ik Nederlandse fragmenten zou lezen en hij Duits en dat we een gesprek zouden hebben. De lezing was voor de vakgroep Nederlands en bijna iedereen in de zaal zou me kunnen volgen. Dat werd de mensengevraagd. Eén vrouw sprak alleen Duits. Die had pech.

We zaten achter de tafel en ik wachtte af tot de mevrouw die me opgehaald had de introductie deed en toen ons het woord gaf. Het was onduidelijk wie er zou moeten beginnen dus weer wachtte ik af en toen ik de professor aankeek en hij zei alleen: Lesen bitte.

Dat zette de toon.

Ik las mijn fragmenten in het Nederlands en daarna las de professor diezelfde fragmenten in het Duits en de sfeer was sereen en serieus in dat mooie oude zaaltje, en het publiek was aandachtig, en toch vrat ik mezelf op. Ik zat helemaal in Frankfurt met mijn Nederlandse boeken en hoewel de man mooi uit de vertalingen voorlas voelde ik me erg ongemakkelijk. Ik schrijf niet voor Duitsers die Nederlands kunnen. Ik schrijf in het Nederlands omdat dat mijn taal is. Mensen die het Nederlands moeten leren omdat het niet hun eerste taal is kunnen beter naar een schrijver gaan luisteren die hun taal spreekt. Het was raar. De professor las voor uit mijn boek in perfect Duits, dus daarin herkende ik mijn eigen roman niet. De omgeving, de taal, de mensen en de afstand, ik was niet alleen een treinreis van vier uur van mijn thuis vandaan, ik zat in een compleet andere wereld en kon daar moeilijk aarden.

Toen de professor voorlas dacht ik aan het weekend in Düsseldorf. Toen was ik geen schrijver. Ik was met mijn vrienden, zat niet alleen in de trein, niet eenzaam achter een tafel. Ik had geen papieren mee, ik had geen trillende stem en hoefde niet onzeker een zaal in te kijken of de mensen me wel begrepen. Ik hoefde ook geen uur op publiek te wachten in een imponerend maar kil gebouw waar ik de mevrouw die de lezing organiseerde gerust moest stellen, een omgekeerde rol.

Als ik met mijn vrienden op stap ben gaat alles vanzelf. We zagen een erg slechte wedstrijd en daarna gingen we met de trein in Düsseldorf waar we aten en een kroeg overnamen en waar de teksten niet vast lagen. De woorden kwamen vanzelf en mijn vrienden hadden hetzelfde. Niemand had zorgen. Onze zorgen hadden we in Amsterdam achtergelaten.

In Franfurt kreeg ik een rol toegeschoven en gelukkig werd ik daar goed voor betaald, anders zou ik het nooit maar dan ook nooit doen want de zorgen en de stress van zo’n optreden zijn vreselijk, dat voel ik eigenlijk al vanaf het moment dat ik in Amsterdam op de trein stap en die vier uur in de trein voel ik dat ook. De universiteitsgebouwen waar de nazi’s in hadden gezeten en waar op die avond zo’n dertig zwijgzame bezoekers waren beangstigden me meer dan het voetbalstadion van Schalke 04 waar zestigduizend bezopen Duitsers in blauwe shirts schreeuwden en zongen en naar die slechte wedstrijd keken die eindigde in een gelukkige 1-0 overwinning voor de thuisploeg.

Met mijn boek onder de arm een eind reizen en dan vorlesen, zoals opgedragen, en dan een hotelkamer opzoeken en proberen te slapen, het is niet altijd even leuk. Na deze onderneming was ik een paar dagen van slag en het beste motief wat ik voor mezelf kon verzinnen was dat het dure weekendje van een paar dagen hiervoor gecompenseerd werd. Voor wat hoort wat.

*

Dit blog maakt deel uit van de reeks Over de grens, met buitenlandervaringen van Jan van Mersbergen. Dit zijn alle afleveringen: Wir heißen alle De VriesBuiten ademLesen bitteKen je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?145 Stroud Green RoadEen cavia op de troonTussen twee traag dovende vurenNiet naar het festivalEen hengel en kaal personeelEen glasscherf en enorme rotsen en Istanbul: verkeer, voetbal en Vastelaovend.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog