Ken je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?

Over de grens

In april 2011 werd ik via het Letterenfonds uitgenodigd om naar een festival in Chatenay-Malabry te komen. Demain à Pampelune was net verschenen. Ik zocht in de atlas op waar dat plaatsje ligt en mailde terug: ‘Leuk, naar Frankrijk. Dat plaatsje is vlakbij Parijs geloof ik. Er is een maar. Mijn moeder wordt die zondag 65 en geeft een feest. Daar wil ik graag bij zijn, dus als ze daar rekening mee kunnen houden...’

Dat was in orde, dat kwam goed, geen probleem. Ik noteerde de datum en het Letterenfonds regelde treinkaartjes. Het festival was op de hoogte van de diensten van het Letterenfonds, zij kunnen bijspringen in de reis- en verblijfkosten. Er was geen honorarium maar verder waren er geen kosten. Het werd een leuk uitstapje. Het laatste weekend van mei zou ik in Parijs doorbrengen.

Op het festival zouden vooral Franse schrijvers optreden. Dat maakte ik op uit de flyer die ik niet lang na mijn toezegging via het Letterenfonds kreeg doorgemaild. Van het lijstje auteurs kende ik alleen Bart Moeyaert, dat was geen probleem. In andere landen ben ik soms ook alleen op pad. Ik zat alleen met de verjaardag van mijn moeder, die zondag. Vrijdag 27 mei zou ik vertrekken, op zaterdag zou ik in een programma zitten en dan diezelfde avond nog naar Amsterdam met de snelle trein, dan kon ik die zondag mijn moeder feliciteren. Prima.

Maar van het festival hoorde ik niets. Met het Letterenfonds had ik goed contact en zij kwamen alles na wat ze beloofden, dat is prettig. Begin mei mailde ik de programmeur van het festival met de vraag wat het programma precies was waar ik in zat, wat de voertaal was, of er een gespreksleider was, of ik voor moest lezen, wie er nog meer in het programma zaten. En verder de vraag of er een hotel was. Ik hoorde niks.

Een week voor ik zou afreizen vroeg ik aan mijn contactpersoon van het Letterenfonds of zij misschien meer wisten en vooral waarom ik niets hoorde. Ik werd er nerveus van. Zij verzekerde me dat alles goed zou komen en dat ze me heel graag wilden hebben op dat festival en dat ze mijn roman heel mooi vonden. Ik zei: Dat kan wel zijn, ik wil weten waar ik aan toe ben.

Zij hadden ook zulke ervaringen met het festival. Het was wat rommelig, de Franse slag, maar het kwam allemaal goed, en o ja, er was inderdaad een hotel.

Toch vond ik het niks. Ik moest die vrijdag en zaterdag allerlei dingen voor mijn kinderen regelen, ik wilde me voorbereiden op de lezing, ik miste die zaterdag een voetbaltoernooi en moest rennen om bij de verjaardag van mijn moeder te kunnen zijn. Ik kreeg het idee dat ik meer moest dan dan dat het festival voor mij deed.

De maandag voor het festival was ik er klaar mee. Ik had er geen zin meer in. Als ze mij zo nodig wilde hebben dan konden ze toch ook de moeite nemen me even wat praktische zaken door te sturen? Ik zat thuis met die treintickets en ik voelde me bezwaard want het Letterenfonds had die betaald en ik wist niet of ze hun geld terug zouden krijgen.

Toch mailde ik het Fonds en ik zei sorry, maar zo werken die dingen niet. Ik baal er nu al van en als ik dan toch ga dan loop ik met mijn ziel onder mijn arm door Parijs, dan vergaat me de lol, ik voel me niet thuis, ik voel me niet lekker. Ik wil graag gast ergens zijn maar dan wil ik niet alleen een naam zijn die je op een flyer en een poster kunt drukken, een naam die overigens niemand in Frankrijk kent, ik wil gewoon gast zijn. Het mailtje waarin ik afzeg heb ik ergens opgeslagen. Ik had het er moeilijk mee maar kon wel uitleggen dat ik wat meer zorg wenste dan deze Fransen me boden. Het was de eerste keer dat ik me daarvan bewust was. Ik heb dit en dit nodig, zo niet, dan ga ik niet.

Ik ben in hetzelfde jaar vier keer in Londen geweest. De uitgeefster waar ik te gast was mailde me dat ze de koffie klaar had staan en de volgende dag een ontbijtje en dat er bier in de koelkast lag voor na de lezing, en haar man hield van whiskey, dus die zou ook iets regelen. Daardoor voelde ik me op mijn gemak en stapte ik zo een vliegtuig in. Deze man in Parijs had een festival dat te groot voor hem was, denk ik. Hij had geen ruimte meer voor een eenvoudig bedankbriefje en een welkomsmailtje en kennelijk waren de productiemedewerkers die dit soort dingen vaak op zich nemen ook met andere zaken bezig.

Ik was heel blij dat ik niet gegaan ben. Die vrijdag kon ik mijn kinderen uit school halen en ging ik me ze naar de speeltuin, die avond was ik in de Pels en zaterdag had ik een prachtige dag op het voetbalveld en zondag was ik in Brabant bij het feest van mijn moeder.

De treinkaartjes waren refundable.

*

Dit blog maakt deel uit van de reeks Over de grens, met buitenlandervaringen van Jan van Mersbergen. Dit zijn alle afleveringen: Wir heißen alle De VriesBuiten ademLesen bitteKen je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?145 Stroud Green RoadEen cavia op de troonTussen twee traag dovende vurenNiet naar het festivalEen hengel en kaal personeelEen glasscherf en enorme rotsen en Istanbul: verkeer, voetbal en Vastelaovend.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog