03 Juli 2013

Een glasscherf en rotsen

Over de grens

Tot op heden heb ik in deze reeks vooral geschreven over voorlezen in het buitenland, over vertalingen en over het reizen. Nu kan het buitenland ook simpelweg een locatie voor een roman zijn. Pamplona was het reisdoel van mijn vierde roman, maar daar ben ik nooit geweest. Op internet is genoeg over deze stad te vinden en bovendien was de hoofdpersoon van die roman ook nog nooit in Pamplona geweest. Hij was een bokser. Om dat boek te kunnen schrijven heb ik veel bokstrainingen bezocht en wedstrijden gekeken. De roman waar ik momenteel aan werk eindigt in Zuid-Frankrijk. Dat is gevaarlijk.

Afgelopen maand las ik IV, van Arjen Lubach. Een thriller. Ik heb een bloedhekel aan thrillers maar ik was benieuwd naar de thriller van Arjen omdat ik vind dat hij goed schrijft en omdat ik bang was dat hij niet buiten de cliché van het genre zou kunnen blijven. Een thriller blijft een thriller: plotgedreven spanning met een vlakke emotionele onderlaag. Zijn boek begint en eindigt in Zuid-Frankrijk. In Le Muy om precies te zijn, in de Provence. Een Nederlands stel met een kindje heeft daar een huisje. Echt het begin van een thriller. Het idee is vaak: Gelukkig koppel denkt alles voor elkaar te hebben, maar dan...

Die ‘maar dan...’ wil ik in ieder geval in mijn roman niet. Ook mijn roman heeft een plot en eindigt aan het strand van de Côte d’Azur. Toch zoek ik het eerder in de motieven die naar het plot leiden dan in de clou zelf en de reden voor de locatie is anders. De afgelopen vier jaar heb ik met mijn voetbalclub meegedaan aan een voetbaltoernooi in Hyères. Dat ligt vlakbij Toulon. Ik ken de plek dus goed. Er is een haventje met witte bootjes, er is strand, de zee is er mooi. Er zijn barretjes en je kunt er lekker eten. De contacten met de Fransen van het voetbaltoernooi maken de locatie perfect. Dat zijn geen Hollandse vakantiegangers met een tweede huisje of een wit bootje. Die Fransen zijn de loodgieters en klusjesmannen die gebeld worden als er iets aan de vakantiehuisjes of de witte bootjes van de Hollanders kapot is.

Twee weken terug was ik in Hyères. We verloren bijna alle wedstrijden. We sliepen in het hotel dat vier jaar geleden al brak was, en waar in al die jaren niks aan gebeurd is. De gevel is grauw uitgeslagen. De badkamers zijn kunststoffen units. De tegels van het terras zijn gebroken. De piraat die voor de trap bij het terras staat had eerst een haak aan zijn arm, maar die is er inmiddels af. Toch is het ons hotel. We willen nergens anders heen.

Voor ik vertrok leverde ik de eerste versie van mijn roman in. Kort daarna had ik een gesprek met mijn uitgeefster Eva Cossee. Die eerste versie was nog niet goed. Ik gaf haar aan wat ik wilde veranderen. De ik-verteller zou iemand anders worden. Niet de hoofdpersoon, maar een zij-figuur. Ook zei ik dat ik binnen een paar weken in Hyères zou zijn en dat ik daar nog wat om me heen zou kijken. Dat deed ik. Er waren details die me nu weer opvielen en die de roman nog niet gehaald hadden. Twee details in het bijzonder: een glasscherf en hoge rotsen.

Op de vrijdag waarop we aankwamen zat die glasscherf al tussen twee gebroken terrastegels geklemd, en toen we op maandag vertrokken zat hij nog steeds. Ik had steeds de neiging hem eruit peuteren. Dat deed ik niet. Niemand deed dat. Die scherf geeft aan hoe de mensen van het hotel met dat hotel om gaan. Mooi detail.

Op een van de stranden lagen nu kiezels, waar eerst zand was. Dat vond ik jammer. Ik wil de roman laten eindigen op een zandstrand met een terras. Geen kiezels. Specifiek detail. Kiezels voelen heel anders. Ook wil ik de rotsen in het westen als beeld gebruiken. Achter die rotsen ligt een ander land. Dat bleek helemaal niet zo te zijn. Achter die rotsen is het gewoon nog steeds Frankrijk, maar dat geeft niet, ontdekte ik op de laatste dag van mijn bezoek. Ik kan mijn hoofdpersoon gewoon laten denken dat er achter die rotsen een ander land ligt. Dat dacht ik eerst ook. Die gedachte is belangrijker dan de locatie.

Die glasscherf was echt, die rotsen ook. Maar wat er precies achter stak verschilde. Glasscherf en rotsen zijn niet inwisselbaar. Ook vormen ze geen deel van een complot zoals in thrillers. Het zijn geen verwijzingen of symbolen. Die glasscherf is gewoon een glasscherf, maar omdat hij daar ligt en omdat de verteller hem ziet, straks in mijn roman, en omdat de werkelijke hoofdpersoon hem misschien niet ziet, wordt die glasscherf belangrijk. De hoofdpersoon kijkt op zijn beurt naar de rotsen en denkt aan een ander land. Nu had ik dus bij die twee figuren – verteller en hoofdpersoon -  ook twee beelden. Wat vertelt de een en wat ziet de ander? Het is heel veel werk dat perspectief om te zetten, maar deze details helpen.

Volgend jaar ga ik weer naar Hyères. Dat moet de roman zo’n beetje af zijn. Ik sprak tijdens het toernooi van 2012 een Fransman die Demain à Pampelune, de Franse vertaling van mijn Pamplona kende. Hij woont in het dorpje Hyères, niet in het haventje. Hij had een bouwbedrijf. Ik vertelde hem wat ik deed – schrijven – en ik noemde de titel van die roman en hij zei: Daar heb ik van gehoord.

Ik geloofde hem niet en we spraken ergens anders over.

zes reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog