Een cavia op de troon

Over de grens

Eind april – begin mei was er grote boekenbeurs in Buenos Aires. Op uitnodiging van het Letterenfonds mocht ik daar naartoe, met een groep schrijvers die allemaal een Spaanse vertaling hebben: Arnon Grunberg, Cees Nooteboom, Maarten Asscher, Herman Koch, Anne Vegter en Wouter van Reek, van Keepvogel. Het was erg ver vliegen, maar het was een prima week. Twee dingen vielen op in Buenos Aires: er wordt veel gestolen en de manier waarop Nederlandse schrijvers hun koningshuis benaderen roept heftige reacties op.

Amsterdam was dit jaar gaststad tijdens de beurs in Argentinië, vandaar de grote delegatie. Het Letterenfonds had een grote opvallende plek in een van de hallen van de beurs: een houten blokkendoos waar een café in was - Café Amsterdam. Iedere dag was er een programma: de auteurs presenteerden hun eigen boek, werden geïnterviewd, spraken over Hollandse thema's als watermanagement, voetbal en ook de kroning van Willem Alexander.

Er was een avond samengesteld waarop vier schrijvers een open brief aan Máxima zouden voorlezen. De Spaanse vertaling van de brief werd op een scherm achter het podium vertoond. Herman Koch, Anne Vegter, Arnon Grunberg en ik zaten in het programma.

Herman Koch stelde dat het na de nieuwe paus en Messi heel lang wachten is op een volgende grootheid. Zij staan bovenaan het katholicisme en het voetbal, Máxima staat ergens onderaan. De mensen in de zaal klapten vriendelijk. Anne Vegter las een prachtig gedicht voor. Zij ging niet voor de shock. Ik ook niet. Tenminste, ik verwachtte de shock niet. Op de dagen voor deze avond had ik mensen op straat, bij de bushalte, op de beurs, in een ijzerwinkel en in de kroegen gevraagd naar Máxima. Gewone werklui. Máxima komt uit een wijk vlakbij Palermo, waar de beurs was en waar ook het hotel lag. De mensen kennen Máxima, maar zeggen er meteen bij: zij is van goede komaf, ze is anders dan wij. Het verhaal van of je als dubbeltje of als kwartje geboren bent. De gewone Argentijnen die ik sprak waren wel trots op hun koningin maar die koningin staat ook ver van ze af, zoals Willem Alexander ook ver van mij af staat. Daar kan hij niks aan doen, daar kan ik ook niks aan doen.

Ik las het verhaal voor en een mevrouw in de zaal reageerde. Ze zei dat ze de familie Zorreguieta goed kende en dat het hele aardige en nette mensen waren. Ik ging er niet op in. Het ging mij er niet om of de familie van Máxima aardig was of niet, ik hield zelfs de reputatie van haar vader uit mijn betoog, ik stelde alleen dat ik heel ver af sta van rijkeluisdochters die zich vol ambitie op het koningschap in een ver land werpen.

Vervolgens las Arnon Grunberg een brief voor waarin hij voorstelde bij de volgende kroning een cavia op de troon te plaatsen.

Na afloop liep een andere vrouw naar de organisatie van de avond. Ze zei dat het een schande was hoe wij met de koningin om gingen. Een schande. Ze liep boos weg.

Ik vroeg me wel af wat dat was, dat fanatisme. Die mensen voelden zich werkelijk aangevallen. Een Argentijnse vrouw van dezelfde leeftijd als die anderen maakte me duidelijk hoe het zat. Ze vond de avond geweldig. Ze vond de schrijvers eerlijk en open en relativerend. Ze zei dat Argentijnen dat missen. Die willen trots zijn op welke Argentijn dan ook. Zoals Herman Koch het stelde: ze hebben de paus en Messi, maar zelfs als de grootste misdadiger ter wereld een Argentijn zou zijn dan zouden de Argentijnen daar ook trots op zijn.

De vrouw bedankte alle schrijvers voor de avond. Ook zei ze dat de volksaard buiten trots ook een soort beschetenheid kent die van publiek klapvee maakt. Ze klapten voor de junta. Ze klappen voor iedereen. Als Nederlanders dat niet doen en juist kritisch zijn, dan roept dat vooral bij de oudere generatie die werkelijk heeft staan klappen voor de dictator, veel wrijving op.

Dat jatten was een ander punt. Op de eerste dag dat de beurs openging werden er al een tas gestolen en een laptop van het Letterenfonds, en een dag later waren mijn vertalingen van Naar de overkant van de nacht uit het een kastje verdwenen waar de boeken in stonden. Ze waren niet verkocht of weggegeven, ze waren allemaal gejat. Geen idee wat ze met mijn romans zouden moeten, Buenos Aires is wel een stad met noodzaak tot jatten. Veel lijmsnuivers, daklozen, armoede. Vooral de cartoneros vielen me op: mensen die oud papier uit de vuilnis trekken en verkopen. Ik sprak er één. De man kende Máxima wel, maar kon niks zinnigs over haar zeggen. Hij gebaarde in de lucht: die komt daar vandaan. Ik loop hier op straat met een handkar.

*

Dit blog maakt deel uit van de reeks Over de grens, met buitenlandervaringen van Jan van Mersbergen. Dit zijn alle afleveringen: Wir heißen alle De VriesBuiten ademLesen bitteKen je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?145 Stroud Green RoadEen cavia op de troonTussen twee traag dovende vurenNiet naar het festivalEen hengel en kaal personeelEen glasscherf en enorme rotsen en Istanbul: verkeer, voetbal en Vastelaovend.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog