Tussen twee traag dovende vuren

Over de grens

In 1992 was ik voor het laatst in Barcelona. Toen werden daar de Olympische Spelen gehouden. Ik was 21. Het kostte me vier dagen om Frankrijk door te liften. Ik zag de marathon en een waterpolowedstrijd. Ik begon toen net met lezen. Ik had een boek van Sarte bij me en een roman van Kundera. Vorig weekend vloog ik naar Barcelona voor de presentatie van de Catalaanse vertaling van Naar de overkant van de nacht. Ik ben nu dubbel zo oud. In Barcelona is sinds die Olympische Spelen veel veranderd, verzekerden de mensen me.

De vrijdagmiddag begon met een perspresentatie in een enorme boekhandel met een mooie zaal en een tuin daarachter. Een fotograaf plaatste me tussen de planten, alsof ik in de jungle stond. De volgende fotograaf wilde dat ook en ik vond het prima. In de avond was er een intieme presentatie in een nieuwe boekhandel die zich gespecialiseerd heeft in Catalaanse boeken. De boekwinkel heet La Impossible. Het is crisis in Spanje en ook in Barcelona merken ze dat en in deze tijd een boekhandel beginnen lijkt een onmogelijkheid.

Mijn roman is vertaald in zowel het Spaans als het Catalaans, bij dezelfde uitgeverij. Dit weekend in Barcelona stond in het teken van de Catalaanse vertaling. Het ligt gevoelig. Op mijn website had ik voor de Spaanse en Catalaanse vertaling één pagina aangemaakt. Het leek mij ongeveer hetzelfde en bovendien verschenen de boeken bij dezelfde uitgeverij die weliswaar een Spaanse en een Catalaanse naam draagt maar door dezelfde persoon geleid wordt. Na de eerste dag in Barcelona maakte ik een aparte pagina aan voor de Catalaanse vertaling, omdat ik op mijn site ook voor het Duits, Frans, Engels en Turks een aparte pagina heb. Eigenlijk deed ik dit om de Catalanen niet voor het hoofd te stoten.

Mijn bezoek is vergelijkbaar met een buitenlandse auteur die in het Nederlands en het Fries vertaald wordt, en op bezoek is in Leeuwarden. Madrid is de Spaanse hoofdstad, daar ligt de macht, daar spreken ze Spaans, daar zijn ze arrogant, daar is de armoede en de ellende die ze in Barcelona liever niet zagen komen.

Naast de uitgeefster was bij de presentatie ook de Catalaanse vertaalster aanwezig. Ik beantwoordde vragen in het Nederlands en de vertaalster tolkte naar het Catalaans. De uitgeefster zei dat het belangrijk is om hier het Catalaans als voertaal aan te houden en dat het belangrijk is dat ik gewoon Nederlands zou praten, anders kon ik net zo goed een Engelsman zijn, of een Amerikaan. En dat was ik niet.

Toen ik eerder die dag met de uitgeefster langs een zaak van Starbucks liep zei ze dat de koffie in Barcelona heel goed is en dat ze geen enorme Amerikaanse mokken rioolwater nodig hadden. De koffie in Barcelona is inderdaad erg goed. Trots zijn op je eigen koffie is in orde, zeker als de dreiging komt van een Amerikaanse keten die kwantiteit verwisselt met kwaliteit.

Die avond moest het Spaanse nationale voetbalelftal in Finland een interland spelen. Nergens zag ik televisies waarop de wedstrijd uitgezonden werd. In Barcelona willen ze vooral de plaatselijke club zien, ook al is de beste speler daar een Argentijn. Na afloop van de presentatie vroeg ik een man naar de uitslag, gewoon omdat ik dat wilde weten en het zef niet op teletekst op kon zoeken. Ze hadden gewonnen, dacht de man. Enthousiast was hij niet.

De volgende dag zouden we een presentatie doen tijdens de Catalaanse boekenbeurs die gehouden werd op het plein voor de kathedraal in het centrum van de stad. Een hele mooie plek. Er stonden verschillende houten stands met boekwinkels daarin, of uitgeverijen. Precies voor de kathedraal was een podium waar ik geïnterviewd zou worden, om zes uur in de middag.

Die middag at ik met het uitgeversechtpaar en ongeveer twintig van hun vrienden in een nieuw restaurant in Platja Nova Mar Bella, aan de kust. Ik kreeg te horen dat ik de regen meegenomen moest hebben uit Holland. Het regende hier nooit, en zeker niet zo’n Hollandse bui. Een van de mannen was in Nederland geweest en zei dat Nederland het enige land is waar de regen niet van boven naar beneden valt maar van opzij. Een paraplu heeft in Nederland geen zin. Op deze zaterdagmiddag regende het precies zo aan de Catalaanse kust.

De vraag die ik het meeste hoorde die middag: Your first time here? Ik vertelde van 1992 en de reactie was vrijwel van iedereen: Er is veel veranderd sindsdien. Barcelona was een rijke stad, tot de Spelen kwamen en de stad internationaal werd. De grenzen gingen open. En nu was de crisis er gekomen en ik voelde wel aan dat die crisis er niet was geweest als die grenzen dicht waren gebleven. Een van de mannen werkte inmiddels in Shanghai omdat hij zijn baan verloren was en er in Barcelona geen werk meer was. Een andere man vertelde dat tegenwoordig oude mensen met hun pensioen bijspringen voor hun kinderen, die een gezin hebben, omdat ze anders de huur niet kunnen betalen. Dat was eerst andersom: de jongere generatie zorgde voor de ouderen.

Zaterdagmiddag reden we toch naar de Catalaanse boekenbeurs. Het programmaonderdeel van zes uur werd afgelast. Toen het droog was geworden liep ik door de stad met de man van de uitgeefster. Hij vertelde dat in het centrum veel oudere mensen wonen die nog een lager huur betalen. Huisbazen willen die mensen uit hun woningen hebben zodat ze de panden kunnen verkopen. Als er iets in het huis kapot is wordt het niet gemaakt. De ouderen worden uit het centrum weggepest.

Een van de uitgevers op de beurs vertelde dat hij voor de Olympische Spelen van 1992 nog nooit een zwarte man op straat had gezien. Na de Spelen waren die er opeens, en ze bleven. Inmiddels zijn de mensen in Barcelona eraan gewend, maar ze herinneren zich nog steeds het kantelpunt. Ook spraken ze over Madrid als over de stad waar armoede gewoon was. Die armoede hadden de Catalanen lang buiten de deur weten te houden, en nu zaten ze er middenin. Ik kreeg het idee dat het niet alleen een kwestie was van cultuur, van trots zijn op een taal, maar ook van protectionisme.

Dit alles speelt door elkaar: de crisis in Spanje, de strijd tussen Barcelona en Madrid, internationale verhoudingen, het behoud van identiteit in deze globaliserende wereld, het spreken van je eigen taal. Kleine locale problemen worden veroorzaakt door de ander, door de Amerikanen, door de Afrikanen die hierheen gekomen zijn, door de Madrilenen die in hun armoediige stad zitten. Succes rekenen mensen zichzelf toe. Als Barcelona de Champions League wint wordt er vooral een lange neus getrokken naar Madrid.

Het is vreemd om daar als schrijver tussendoor te laveren. Ik vloog naar deze stad vanwege mijn boek, niet vanwege de afgunst en de strijd tussen anderen. Twee uur later, om acht uur, deed ik de presentatie. Het was droog. Ik zei een paar woorden Catalaans: Aprenc Català. Ik leer Catalaans. Ik zei erbij dat ik pas net die dag begonnen was en dat ik niet veel verder kwam, toch konden de mensen het waarderen. Het gesprek op het podium voor de kathedraal ging goed. Na afloop at ik met het uitgeversechtpaar en reden we terug naar het hotel.

In de auto hoorden we op de radio het nieuws dat Madrid afgevallen was in de race voor de Olympische Spelen van 2020. De uitgeefster zei: In Barcelona is dat goed nieuws.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog