Niet naar het festival

Over de grens

Afgelopen zomer was ik in Edinburgh. Ik was blij dat ik er niet voor werk was. Het Edinburgh Festival is het grootste boekenfestival van de wereld en het wordt tegelijkertijd gehouden met een nog groter festival, het Fringe theaterfestival. De complete oude binnenstad wordt in de maand augustus een festival. Voor mij is dat iets te veel.

Ooit was er sprake van dat ik met mijn Engelse vertaling van Morgen zijn we in Pamplona naar Schotland af zou reizen. Mijn Engelse uitgeefster had jaar na jaar wel contact met het festival maar om redenen die ik niet ken kwam het nooit tot een bezoek. Afgelopen augustus was de uitgeefster zelf in Edinburgh. Niet met de boeken die ze uitgeeft maar met haar eigen boek. Ze heeft een roman geschreven. Dat was raar voor me. Natuurlijk mag iedereen een roman schrijven en als het lukt die roman gepubliceerd te krijgen dan is dat altijd mooi, toch denk ik dat mijn Engelse uitgeefster vooral boeken uit moet geven, waaronder mijn boeken.

Dat laatste heeft ze gedaan, maar de twee romans na Pamplona heeft ze niet gekocht. Ook daarvan weet ik de achtergronden niet precies. Het voelde in ieder geval alsof haar eigen schrijven meer aandacht kreeg dan mijn romans. Ik was in de tweede week van augustus in Edinburgh en de Engelse uitgeefster de week erop. Dat was toeval maar ook kwam het goed uit, want als ik daar gelijktijdig met de uitgeefster zou zijn dan zou ik me verplicht voelen te gaan kijken.

Voor het boekenfestival was in een park een soort tentenkamp opgericht. Daar vonden lezingen plaats. Op internet bekeek ik het programma. Dat is enorm. de lijst met schrijvers is eindeloos. Peter Terrin zag ik er tussen staan, maar alleen omdat ik wist dat hij zou gaan, ik zocht zijn naam op, onder de T, tussen honderden auteurs waar ik nog nooit van gehoord had, uit alle landen van de wereld.

Verder is er in de stad overal theater. In de theaters natuurlijk, maar ook in leegstaande winkelpanden, café’s, zaaltjes achter restaurants, kerken, musea. Boven iedere locatie hangt een bord met de naam Fringe erop en het nummer van de locatie. Ik zag ergens ‘venue 342’ staan en ik had het idee dat de nummering hier niet ophield.

Ik bezocht het kasteel van Edinburgh het Nationale Museum en heel veel pubs. Ook in de horeca heerste het festival. Mensen die stapels kaartjes onderling verdelen. Mensen die het programmaboek bekijken, dik als het telefoonboek van Amsterdam. Een man met twee tanden in zijn mond die me in een pub theaterkaartjes aan wilde smeren. Had-ie via via kunnen regelen. helemaal niet duur. Mensen die een act opvoeren in een Indiaas restaurant: na een belletje stond iedereen op en nam iedereen een jagershouding aan, een geweer gericht op iets of iemand in het restaurant. De eerste twee keer was het leuk, daarna werd het vervelend.

Het meest irriteerde ik me aan de jongeren die flyers uitdelen op straat. In High Street, de mooie hooggelegen straat die naar het kasteel loopt, deelt ongeveer driekwart van de mensen op straat flyers uit. Ik kreeg het idee dat er voor al die voorstellingen simpelweg niet genoeg publiek is. In een stad met een klein centrum waar een half miljoen mensen wonen zijn ruim driehonderdvijftig theaterlocaties gewoon te veel. Toch moeten er mensen naar die zaaltjes komen en daarvoor worden duizenden opdringerige flyeraars ingezet. Ze duwen je folders in handen, ze praten tegen je, luid en heel dichtbij. Eerst zei ik vriendelijk 'No thanks'. Later negeerde ik ze, zoals je bedelaars negeert.

Op zondagochtend werd de stadsderby tussen Hearts of Midlothian en Hibernians gespeeld, in de kelder van de Schotse Premiership. In Glasgow heb je the Old Firm, de derby tussen de protestantse Rangers en het katholieke Celtic. In Edinburgh heet deze wedstrijd de Kleine Old Firm. De intensiteit is vergelijkbaar. Na een prachtige wandeling naar de top van Arthur’s Seat, een heuvel vlakbij de stad, keek ik het laatste stukje van de wedstrijd in een pub waar het publiek gemengd was. Het niveau van het voetbal was bedroevend, de beleving was schitterend. Hearts won de wedstrijd met 1-0.

Een nieuwe verordening maakte het mogelijk al om elf uur in de ochtend bier te drinken in de pubs. Dat gebeurde massaal. Tegen de avond liepen er honderden dronken supporters door de wijken. In een leuke pub vlakbij het hotel schold een dronken Hearts-supporter de barvrouw uit. Hij kreeg geen bier meer. Zeker een half uur bleef hij schelden en schreeuwen. Zijn vrienden verontschuldigden zich, die dachten dat ik voor het festival in de stad was en niet zo maar voor vakantie of voor het voetbal. Ik bedankte de mannen voor dit stukje authentieke Schotse voetbalbeleving, de beste voorstelling die ik in Edinburgh zag.

*

Dit blog maakt deel uit van de reeks Over de grens, met buitenlandervaringen van Jan van Mersbergen. Dit zijn alle afleveringen: Wir heißen alle De VriesBuiten ademLesen bitteKen je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?145 Stroud Green RoadEen cavia op de troonTussen twee traag dovende vurenNiet naar het festivalEen hengel en kaal personeelEen glasscherf en enorme rotsen en Istanbul: verkeer, voetbal en Vastelaovend.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog