Mails aan een jonge fotografe XVI

Gargnano, Gardameer, Zomer 2011

Beste Claire,

Ik schrijf je van op de vierde verdieping van ons tijdelijke onderkomen in de Via Marconi n° 41 met een wonderbaarlijk zicht op het meer. Het raam waardoor ik kijk - wat is kijken hier anders dan thuis! - heeft de verhouding van een zoeker van een kleinbeeldcamera die je vertikaal houdt. Het beeld klopt alleszins niet met de genetica van het landschap, het krijgt iets dwingends en geruststellend tegelijkertijd. Als ik de luiken – de sluiter van mijn een-op-een-camera – openduw, in gedachten of daadwerkelijk, word ik door het blauwe namiddaglicht overweldigd en kan ik niet meer schrijven. Mijn verticale beeld wordt in vijf stukken gesneden: onderaan de Italiaanse dakpannen die een derde van het beeld beslaan, daarboven het meer, dan de bergen waarboven een paar wolken drijven en bovenaan het beeld een streepje helderblauwe lucht. Kijk, Claire, al deze horizontale lijnen worden nu door een unieke zwaluw doorkliefd. Hier en nu kan ik haast niet schrijven, mijn handschrift loopt uit van... Mijn gedachten komen sneller dan ik ze kan neerkrabbelen, ik heb ze niet onder controle, ze willen naar buiten, naar buiten… ze willen aanraken, in het water duiken, naar het kleine eiland midden in het meer zwemmen.

Hoe lang is het geleden dat ik met de hand heb geschreven! Hier kan het haast niet anders, de woorden zijn zuiverder, minder getikt, ze vloeien als het meer en de lucht en de bergen en de dakpannen ineen. Ik heb mijn kleine laptop meegenomen op aanraden van mijn vrouw, maar ik heb het portret van Kafka en de blauwe plastic kever vergeten; een onafscheidelijk trio dat altijd meereist: Kafka, de kever en de kleine laptop. Op het kleine bureau naast het raam staat een familiefoto in een goudkleurige lijst, van de eigenaars van het huis neem ik aan: een man en een vrouw links van een zwarte blinkende auto met nummerplaat ZJR 927, rechts waarschijnlijk de drie kinderen van klein naar groot. (Ik maak een foto van de foto om te kunnen achterhalen over welke auto het gaat; de detective in mij wordt wakker.) Voor het bureau hangt een afzichtelijk schilderij in vreselijke vloekende kleuren. Op het vrij grote doek – zonder twijfel geschilderd door een van de eigenaars - is een soort slakkenhuis afgebeeld dat in kleurvlakken is verdeeld: rood, grijs, zwart, kaki, paars, mauve en bordeaux, waarin de huurders een boodschap kunnen achterlaten; ik kan echt nog niets bedenken. Het meest storende element in mijn omgeving is de bekende foto van de twaalf werkmannen die aan het Rockefeller Centrum werken en op een balk boven de stad zitten te pauzeren, een foto uit 1932; ik draai hem om als een kruisbeeld.

Ik word hier in de tijd teruggeslingerd: de ronkende bootjes en Vespa's, de kruidenierszaakjes die tussen twaalf en vier gesloten zijn, de afwezigheid van het internet. (Mijn God, wat ben ik afhankelijk geworden van het net. Mijn woordvindingsproblemen komen hier echt aan de oppervlakte. Ik heb een dag in mijn geheugen moeten graven om de naam te vinden van de bloemenslingers die hier aan elke gevel kleur geven: bougainville. Het had eveneens een koud kunstje geweest om via het net het merk van de auto van op de familiefoto te vinden, maar hier moet ik roeien met de riemen die ik heb en vaststellen hoeveel ik ben vergeten, of hoe weinig ik weet.) Ik kan mijn ogen niet van de familiefoto houden. Ik heb hem uit de lijst gehaald en merk in het midden op de ommezijde een rode G op, een rode ster en ernaast 02/1992. Er klopt iets niet met deze informatie: de kleren van de geportretteerden, hun kapsels zijn inderdaad jaren negentig, maar de auto, die centraal staat en de aandacht opeist, is ouder, lijkt uit de jaren zestig, zeventig, de periode dat alles hier ademt, zelfs onze kinderen passen in dit tijdskader. De kleuren van de familiefoto lijken ook ouder dan 1992; misschien is het licht hier anders, misschien wordt alles door mijn hersenen gefilterd en zou ik de foto anders zien, anders ervaren in Gent of in New York. Het meer en de rest van het uitzicht hier en nu is echter tijdloos. Wat of wie, weet ik niet, maar iets dwingt mij het tijdloze meer in te vullen met... Daar zou zelfs het internet geen woorden voor vinden.

Weet je, beste Claire, hier en nu is de poëzie, de schilderkunst en de fotografie overbodig, hier en nu maak ik deel uit van het landschap en met elke gedachte, elke stap die ik zet, breid ik het zich uit. Ik begon bij een verticale rechthoek en eindig nooit! Hou jij van eindes? Zijn ze niet te gemaakt, te gezocht en ongeloofwaardig? Probeer je eindige reeks foto's van de handen van de pianisten zo te rangschikken dat ze nooit eindigt! Vang ze in het oneindige zwart en wit van de toetsen!

Goddelijke groet,

Bart

P.S. vergeef me dat ik zo vol van het landschap ben, ik zou je haast vergeten te feliciteren met je jury. Mocht je tijd en geld hebben: kom naar hier en nu, naar Gargnano aan het Gardameer. D.H. Lawrence heeft hier ook een klein jaar in de plaatselijke albergo gelogeerd.

*

Bart Koubaa's Mails aan een jonge fotografe zijn een eenmanscorrespondentie aan een fictieve fotografe over kunst, beeld en literatuur. Een gasthoogleraar aan de kunstacademie schrijft fotograaf in spe Claire Fisher uit Six Feet Under. Lees hier mails IIIIIIIVVVIVIIVIIIIXXXIXII, XIIIXIVXVXVI en XVII.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog