Een glasscherf en enorme rotsen

Over de grens

Tot op heden heb ik in deze reeks vooral geschreven over voorlezen in het buitenland, over vertalingen, over het reizen en één keer over buitenlandse uitgevers die in Amsterdam op bezoek waren. Nu kan het buitenland ook simpelweg een locatie voor een roman zijn. Pamplona was het reisdoel van mijn vierde roman, maar daar ben ik nooit geweest. Op internet is genoeg over deze stad te vinden en bovendien was de hoofdpersoon van die roman ook nog nooit in Pamplona geweest. Hij was een bokser. Om dat boek te kunnen schrijven heb ik veel bokstrainingen bezocht en wedstrijden gekeken. De roman die in februari verschijnt eindigt in Zuid-Frankrijk.

Afgelopen zomer las ik IV, van Arjen Lubach, een thriller. Ik heb een bloedhekel aan thrillers maar ik was benieuwd naar de thriller van Arjen omdat ik vind dat hij goed schrijft en omdat ik bang was dat hij niet buiten de cliché van het genre zou kunnen blijven. Een thriller blijft een thriller: plotgedreven spanning met een vlakke emotionele onderlaag. Zijn boek begint en eindigt in Zuid-Frankrijk. In Le Muy om precies te zijn, in de Provence. Een Nederlands stel met een kindje heeft daar een huisje. Echt het begin van een thriller: Gelukkig koppel, niets aan de hand, lekker weer, vakantie, rust, maar dan...

Die ‘maar dan...’ wil ik in ieder geval in mijn roman niet. Ook al heeft mijn roman wel een plot en eindigt het aan het strand van de Côte d’Azur op het feest na een voetbaltoernooi. De keuze voor die plek is eenvoudig: de afgelopen vier jaar heb ik met mijn voetbalclub meegedaan aan een voetbaltoernooi in Hyères. Dat ligt vlakbij Toulon. Ik ken de plek goed. Er is een haventje met witte bootjes, er is strand, de zee is er mooi. Er zijn barretjes en je kunt er lekker eten. De contacten met de Fransen van het voetbaltoernooi maken de locatie perfect. Dat zijn geen Hollandse vakantiegangers met een tweede huisje of een wit bootje. Die Fransen zijn de loodgieters en klusjesmannen die gebeld worden als er iets aan de vakantiehuisjes of de witte bootjes van de Hollanders kapot is.

In juni was ik weer in Hyères. We verloren bijna alle wedstrijden. We sliepen in het hotel dat vier jaar geleden al brak was, en waar in al die jaren niks aan gebeurd is. De gevel is grauw uitgeslagen. De badkamers lijken dixi’s. De tegels van het terras zijn gebroken. De piraat die voor de trap bij het terras staat had eerst een haak aan zijn arm, maar die complete arm is er inmiddels af. Toch is het ons hotel. We willen nergens anders heen.

Voor ik vertrok leverde ik de eerste versie van mijn roman in. Kort daarna had ik een gesprek met mijn uitgeefster Eva Cossee. Die eerste versie was nog niet goed. Ik gaf haar aan wat ik wilde veranderen. De ik-verteller zou iemand anders worden. Niet de hoofdpersoon, maar een zij-figuur. Ook zei ik dat ik binnen een paar weken in Hyères zou zijn en dat ik daar nog wat om me heen zou kijken. Dat deed ik. Er waren details die me nu weer opvielen en die de roman nog niet gehaald hadden. Twee details in het bijzonder: een glasscherf en hoge rotsen.

Op de vrijdag waarop we aankwamen zat die glasscherf al tussen twee gebroken terrastegels geklemd, en toen we op maandag vertrokken zat hij nog steeds. Ik had steeds de neiging die scherf eruit peuteren. Dat deed ik niet. Niemand deed dat. Die scherf geeft aan hoe de mensen van het hotel met dat hotel om gaan. Een mooi detail.

Op een van de stranden lagen nu kiezels, waar eerst zand was. Dat vond ik jammer. Ik wil de roman laten eindigen op een zandstrand met een terras. Geen kiezels. Specifiek detail. Kiezels voelen heel anders. Ook wil ik de enorme rotsen in het oosten als beeld gebruiken. Achter die rotsen ligt een ander land, dacht ik. Dat bleek helemaal niet zo te zijn. Achter die rotsen is het gewoon nog steeds Frankrijk, maar dat geeft niet, ontdekte ik op de laatste dag van mijn bezoek aan Hyères. Ik kan mijn hoofdpersoon gewoon laten denken dat er achter die rotsen een ander land ligt. Die gedachte is belangrijker dan de exacte locatie.

Die glasscherf was echt, die rotsen ook. Maar wat er precies achter stak verschilde. Glasscherf en rotsen zijn niet inwisselbaar. Ook vormen ze geen deel van een complot zoals in thrillers. Het zijn geen verwijzingen of symbolen. Die glasscherf is gewoon een glasscherf, maar omdat hij daar ligt en omdat de verteller hem ziet, straks in mijn roman, en omdat de werkelijke hoofdpersoon hem misschien niet ziet, wordt die glasscherf belangrijk. De hoofdpersoon kijkt op zijn beurt naar de rotsen en denkt aan een ander land. Nu had ik dus bij die twee figuren – verteller en hoofdpersoon -  ook twee beelden. Wat vertelt de een en wat ziet de ander? Het is heel veel werk dat perspectief om te zetten, maar deze details helpen.

Volgend jaar ga ik weer naar Hyères. Dat moet de roman af zijn. Tijdens het toernooi van 2012 sprak ik met een Franse man over werk. Hij was klusjesman. Ik zei dat ik romans schreef en noemde de titel van mijn Franse vertaling, Demain à Pampelune. Hij zei dat hij dat boek wel kende. Ik geloofde hem niet. Hij zei het gewoon omdat hij vriendelijk wilde zijn. In de nieuwe roman noem ik hem Hector. Zo heet hij in werkelijkheid niet.

*

Dit blog maakt deel uit van de reeks Over de grens, met buitenlandervaringen van Jan van Mersbergen. Dit zijn alle afleveringen: Wir heißen alle De VriesBuiten ademLesen bitteKen je de mop van die schrijver die naar Parijs ging?145 Stroud Green RoadEen cavia op de troonTussen twee traag dovende vurenNiet naar het festivalEen hengel en kaal personeelEen glasscherf en enorme rotsen en Istanbul: verkeer, voetbal en Vastelaovend.

Eén reactie

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog