Mails aan een jonge fotografe XXIII

Onderwerp: kleur en aanzien

Beste Claire,

Vandaag hebben we een laatste glas gedronken met de Terrins op het terras van de Albergo di Gargnano waar D.H. Lawrence nog geslapen heeft. Mijn vrouw heeft Peter en mij gefotografeerd voor de vergulde plaque waarop zijn naam stond gegraveerd: bewijsmateriaal, beste Claire, 1912, ik was nog niet eens een gedachte. Daarna was het de beurt aan de kinderen: een groepsportret, een hele onderneming! Het was een licht afscheid, het meer was niet verdrietig en had zich weer in een van zijn onnoembare kleuren gehuld; iets tussen roze, beige en lichtblauw.

Je zou hier waarlijk een nieuwe kleurenkaart kunnen uitdokteren; de daken zijn vervaardigd van pannen tussen baksteenrood en afgetrokken zandkleur waarop zwart-witachtig mos als sneeuw ligt verspreid; voor elke nieuwe kleur een nieuwe naam! Ik denk aan luna di Gargnano, rosso di Garda of bianco di Limone. Eigenlijk zou je kleur moeten kunnen beschrijven per dagdeel, per seizoen, per plaats, voorwerp of fenomeen… schommelstoelgardagroen, nachtmuggenflessenrood, weerlichtzomeravondwit… Zie je wat ik schrijf, beste Claire. Zou ik je beelden beter kunnen begrijpen als ik de kleuren beter kan nuanceren?

Terwijl ik met een kop koffie de trappen opliep naar het terras ontwikkelde zich een gedachte: wat als je het fototoestel tussen de fotograaf en de geportretteerde wegneemt; tussen de fotograaf en het Gardameer? Stel dat we op dezelfde manier naar ons onderwerp kijken, het op dezelfde manier benaderen. Zou de geportetteerde - het meer - zich dan anders gedragen? Zou het zich bewust zijn van onze diefstal? Stel dat we niet alleen de camera verwijderen, maar ook onze handeling, die met het fotograferen gepaard gaat, achterwege laten, dat we enkel in gedachten fotograferen, in plaats van gewoon te kijken. Zouden de beelden dan anders in ons geheugen worden opgeslagen? Misschien kunnen we zo duidelijker de ware aard van de geportretteerde vastleggen, de essentie van het meer vangen. Zo kijk ik hier en nu naar je foto’s van de kindergraven, zo ervaar ik je beelden met zicht op het meer: er is, er was geen fotografe aanwezig. Wat een verschil met de eerste keer dat ik ze zag!

Ja Claire, in dit liefdevolle licht zie ik wat jij hebt gezien, niet wat jij hebt gefotografeerd. Er was geen toestel, geen moment, geen kader of lichtinval, geen vervorming. En als ik mijn ogen sluit voor het harde middaglicht waarin je de graven gevangen hebt, kan ik niet alleen namen lezen, een geboortedatum, een sterfdatum, of de verzen van Whitman en Lucas, maar zie ik de kinderen aan mij voorbijglijden! Ze liggen in mij begraven, zuiver en aan geen darwinistisch principe onderhevig zoals de rest van mijn herinneringen die zich lijken te reproduceren en muteren en waarvan de best aangepaste mijn vingers in beweging zet voor dit kleine scherm: ik herinner mij de eerste foto die ik maakte. In Bretagne. Vanaf een brug. Een vierkante kleurfoto. Ik was dertien. In Dinan. We hadden een huisje gehuurd in Plélo. Ik was daar. Weet jij nog waar en wanneer je je eerste foto hebt genomen, beste Claire? Stuur je me hem? Ik zal er je toekomst als fotograaf uit voorspellen.

Ach Claire, ik begrijp dat je op schouderklopjes van je docenten hoopt, dat je goede punten op je rapport wilt en een royale beurs als blijk van waardering voor je werk; ik zou niets liever willen dan je dit alles te geven, maar neem van me aan dat wie naar aanzien streeft uitgaat van een verouderd mensbeeld, van een mensbeeld dat schuld en verdienste kent, een prachtig sprookje… Je hebt het in je of niet, Claire, alleen als je door de spiegel kan stappen - door wie je bent, niet door wie je wil zijn - zul je het onzichtbare kunnen fotograferen! Ik kan alleen maar mijn geloof en ongeloof in die mogelijkheid uitdrukken; ik voel dat je werk voorbij dat streven ligt, voorbij het geroddel en de vrije meningen. Misschien is je reeks kindergraven dat wat Spinoza bedoelde met: het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam…

Ach, Claire, ik lieg als ik zeg dat ik je toekomst kan voorspellen, dat kan niemand, ook op de bodem van mijn leeg kopje ligt alleen onzekerheid, en op een middernachtkoffiezwart meer zit vrouwe Fortuna aan het roer.

Hartelijke groeten en veel energie vanuit Hotel villa Giulia,
Bart

P.S.: ik wil je nog even laten weten dat ik je werk niet al te scherp mag ontleden, amica. Ten eerste zijn mijn analyses ontoereikend omdat ze bij gebrek aan beter in woorden zijn gegoten, en ten tweede, en veruit het belangrijkste, speelt dat ik je er geen dienst mee zou bewijzen. Stel dat ik je eigenheid, je kwaliteiten zou doorgronden en benoemen en dat ik je daarvan op de hoogte zou brengen, dan zou ik die kwaliteiten en eigenheid juist helpen vernietigen omdat jij er nooit meer onbewust mee zou omspringen. Het blijft een moeilijke oefening: jezelf blijven onderzoeken en hopen dat je je onbewuste kwaliteiten niet zult ontdekken.
P.S.2: heb ik je al verteld dat ik gisteren ondanks de beleidslijn van het hotel toch een dry martini heb kunnen bestellen; ik ga ervanuit dat mijn linnen pak indruk maakte.

*

Bart Koubaa's Mails aan een jonge fotografe zijn een eenmanscorrespondentie aan een fictieve fotografe over kunst, beeld en literatuur. Een gasthoogleraar aan de kunstacademie schrijft fotograaf in spe Claire Fisher uit Six Feet Under. Lees hier mails IIIIIIIVVVIVIIVIIIIXXXIXII, XIIIXIVXVXVIXVIIXVIIIXIXXXXXI en XXII.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog