Mails aan een jonge fotografe XXIV

Gargnano, Via Marconi n°41, vierde verdieping, zomer 2011

Dag Claire,

(Ik tik weer op de kleine laptop, kopieer de woorden op een stick en neem ze later mee naar Hotel villa Giulia.)

Vandaag een uitstapje naar Saló gemaakt, met de bus langs het zomergardapurperenmiddagmeer! Toen we in Gargnano terug waren - ik schrijf bijna thuiskwamen - meerde Goethe aan, de overzetboot die de dorpjes rond het meer verweeft als een Ariadne. Een jongen gooide stenen in het water. In Saló had ik ook zo’n jongen gezien en zelf had ik hier met mijn zoon en dochter ook al stenen in het water gegooid. Misschien is een steen in het water gooien als het maken van een foto, beste Claire: een brug tussen het verleden en de toekomst, de ballistiek ertussen is het heden, de beweging het fotograferen. Zoals de stenengooier het verleden naar de toekomst gooit, zo gooit het onderwerp het licht naar zijn fotograaf. De steen ligt een moment stil in je hand om daarna tussen duizend andere stenen te verdwijnen, het beeld staat een moment stil op je foto om tussen duizend andere beelden te verdwijnen. Zie je zelf nog wat je allemaal gefotografeerd hebt, Claire, kun je selecteren in deze onzichtbare beeldenberg?

Ik moet even ophouden, de kinderen moeten onder de douche, maar over veelheid zullen we het nog hebben.

Ik schreef haast thuiskomen omdat ik van het dorp hou, omdat ik er de tijd heb teruggevonden die ik zocht en nooit eerder ervaren heb; hier zou ik willen wonen; hier woon ik! Gisteren vond ik het voor het eerst jammer dat ik geen beter fototoestel heb meegebracht; wat ik gisteren gezien heb: een onvervalste Fellini! De jaarlijkse regatta was, waarlijk onbeschrijfelijk: megafonen waaruit onophoudelijk Italiaans gebrabbel weerklonk, de statige stoet van roeiers die door de straatjes trok, de fiere vaandeldragers, temperamentvol trompetgeschal en gespierd tromgeroffel waartussen de bestuursleden en schepenen van het dorp in witte broek en blauwe blazer zich lieten opmerken, de overvolle terrasje en lange tafels waaraan gegeten en gedronken werd, ballonnen in allerhande vormen en kleuren die uit kinderhanden gleden, een vrouw met een Elton John-bril, de trouwe bergen, het lichtzinnige licht op het trotse meer, de tewaterlating van de bootjes, de oefentochtjes met de vaandels, de vaandels die als speren naar een centraal bootje op het meer werden geworpen, de ruggen van de toeschouwers, de drukdoenerij van il presidente, een kloon van Berlusconi van wie mijn vrouw tientallen foto‘s heeft gemaakt… overal gebeurde iets, er waren steeds vier vijf plans waarin een voorval plaatsvond, van het begin van de optocht tot de uitreiking van de bekers en de avond vol dronken mannen en vrouwen. Mijn ogen waren uitgeput nadat we de tafel op het terras van restaurant Centomiglia verlieten en wat snoepgoed voor de kinderen kochten. Ik kon nauwelijks het zwarte jurkje keuren dat mijn vrouw in een uitgelaten bui op de terugweg heeft gekocht, een prachtige zwarte jurk, bleek achteraf waarop ze had afgedongen. Kermis in de oudste, breedste en platonische zin van het woord; de oervorm van een kermis heb ik daar gezien, misschien het tegenovergestelde van je troosteloze foto’s die je op Coney Island hebt gemaakt. De vergane glorie was hier volle glorie, klassiek maar springlevend. Dat is het meer: het stroomt maar kan niet weg, het kan niet ontsnappen via rivieren of andere waterwegen. De ontelbare beelden die het gevangen heeft liggen erin opgestapeld en komen nu en dan aan de oppervlakte onze blik strelen; als er al iets nieuws in het meer valt is het via de neerslag die van over de bergen komt, maar die beelden zijn zo verbrokkeld dat ze onleesbaar zijn zoals de miljarden keien die hier als versteende druppels naast en in het meer liggen. Is het dat wat ik hier in het water gooi; het nieuwe, het geglobaliseerde?

Wat jammer dat je het boogschieten moet laten schieten, Claire. Misschien moet je morgen stenen in de Hudson gooien, een waardig en goedkoper alternatief voor het boogschieten.

Hartelijks en tot snel,
Bart

PS: ik weet waarom Plato weer in de dossiers en scripties van mijn studenten opduikt. Ze hebben de mosterd zonder twijfel bij Susan Sontag gehaald. In Over fotografie heeft ze het op de eerste bladzijden over Plato’s grot; verder dan die bladzijden komen veel studenten niet, vrees ik.

*

Bart Koubaa's Mails aan een jonge fotografe zijn een eenmanscorrespondentie aan een fictieve fotografe over kunst, beeld en literatuur. Een gasthoogleraar aan de kunstacademie schrijft fotograaf in spe Claire Fisher uit Six Feet Under. Lees hier mails I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XI, XII, XIII, XIV, XV, XVI, XVII, XVIII, XIX, XX, XXI, XXII, XXIII en XIV.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog