03 Maart 2014

Twee gedichten: Jan Baeke

Jan Baeke (Roosendaal, 1956) publiceerde zes dichtbundels, waaronder Groter dan de feiten (2007) en Brommerdagen (2010) en Het tankstation op de route (2013). Hij was werkzaam bij het Filmmuseum, is programmeur van Poetry International en voorzitter van de Vereniging der Letterkundigen. Samen met Alfred Marseille maakt hij ‘Cinepoems’, filmclips gebaseerd op zijn gedichten.

EEN MIDDAG BUITEN


Staan de meesten
over de seizoenen gebogen
terwijl er ook zachte marmotten zijn.

Gebladerte en steenslag
in de categorie scheefhangende seizoenswaar.

Op de heide waren de vliegen paraat.
Schuin achter de zwerm het namiddagonweer
de wolkbreuk in de eerste bocht.
 
Betrapten hoesten op het pad naar rechts.
Wij jagen op nieuwe marmotten in het sparrenbos.

Wat valt er meer te zeggen?
Geen afschot, geen bronst, geen wild fruit
aan de uitbundige takken om de discussie af te ronden.

We hebben als losgelaten kinderen
naar de oplossing staan wijzen:

de kabouter bij de ingang, de koffie op de kaart
de vrouw die de auto instapt
met de man van een andere vrouw

aan de taal te horen. En alles wat er vervolgens
omviel, bij wijze
van spreken, aan de taal te horen.

Van die gebogenen hebben vijf het gedaan
en de rest heeft gezwegen.

Damherten, sporen, verklikpunten
het boerenbedrog vroeg erom.



 
DE TAAL ALS VANZELF


Zoals zenuwachtig gegiechel, het brak ons uit
op weg naar de stad, het haalde voor even
de ernst uit onze beweringen.

Ze had ons eerder in de weg gezeten
die late autorit naar een stad waar het allemaal zou blijken.
We waren er opeens en of het nu te lang te kort geduurd had
konden we niet uitrekenen.
Viel er iets te zien? Nee, niets.

Zo was niets een verrassing en bij de kennismaking
zagen wij er de noodzaak van in, moesten bekennen
dat we naast gegiechel ook de varkenskop hadden overwogen.

De varkenskop, ze bleef in de kamer hangen.
Dat gold dan weer niet voor de poëzie
of het politieke commentaar dat we niet konden laten.

Alsof we nu pas het stotteren hadden overwonnen.
Je hoorde het niet aan de stem, klank uit de goede stad
een kleine kazerne
met eindeloze oefeningen als jongen van zeven

dan valt de taal als vanzelf in de juiste regels.
We hinnikten, lachten de jaren door, hadden ideeën
over schaamte.

Nu doet het gegiechel pijn en alles wat we als alternatief
hadden bedacht. Zoals spijt.
De stilte van onze gastheren was verpletterend.
De stad, onze jeugd erbij halen bleek gemakkelijk.
Meer durfden we niet.

Eén reactie

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog