In termen van herhaling

Uitgesproken tijdens Lof der herhaling, de lancering van Revisor 9

5 mei vond de avond Lof der herhaling plaats bij Spui25. Na bijdragen van Jan van Mersbergen, Jan Baeke en Daan Stoffelsen, en voordrachten van Idwer de la Parra en Wim Noordhoek discussieerden sprekers en publiek over hoe herhaling werkt. Vandaag plaatsen we Stoffelsens bijdrage online; Jan Baekes verhaal zal in het komende nummer van de Revisor verschijnen. Via Jan Hanlo, Oek de Jong, Quintilianus, Vladimir Nabokov, Charlotte Roche, Sander Kollaard: herhaling, herhaling, herhaling.

I.

Dit is een begin. Het Handboek Stijl raadt aan:

'Verveel uw lezers niet door voortdurend hetzelfde woord te herhalen.'

Blogster Drspee geeft een voorbeeld van de stijlfiguur.

'Een vervelend voorbeeld van de herhaling is het gedicht De Mus van Jan Hanlo:

De mus

Tjilp tjilp – tjilp tjilp tjilp
tjilp tjilp tjilp – tjilp tjilp
tjilp tjilp tjilp tjilp tjilp tjilp
tjilp tjilp tjilp
Tjilp
etc.

Officieel heet dit een klankdicht en was het ontzettend progressief toen het geschreven werd, maar als je er in termen van herhaling naar kijkt, dan is het toch wel enigszins saai.'

Dit is een begin. We kijken er vanavond naar in termen van herhaling. Even verderop zegt het Handboek Stijl:

'Is herhaling van woorden en zinsconstructies altijd saai? Integendeel.'

Het kan ook slordig aandoen. In zijn grote roman Pier en oceaan laat Oek de Jong de drift van zijn personages een grote rol. Hij herhaalt de term ook vaak. Op pagina 171 wordt hoofdpersoon Abel redeloos woedend:

'Drift was iets geweldigs. Een oerkracht brak in hem los en benevelde hem. Hij vreesde niets en niemand meer. Nu schopte en sloeg hij zijn grootvader.'

Op pagina 173 heeft zijn grootvader een bui: 'Er was die middag een onmiskenbare drift in zijn grootvader gevaren. Aan het eind van het middagmaal werd de bijbellezing overgeslagen. Meteen was Roorda zich gaan omkleden.' Dat is toch een ander soort drift? De herhaling doet af aan de kracht van het woord.

Herhaling is overbodig. Of niet. Arie Storm benoemt een passage in dezelfde roman:

'De Jong beschrijft Dina in bed terwijl ze met haar man de liefde bedrijft. Of doet ze dat eigenlijk wel met haar man? De Jong kruipt weer in het hoofd van Dina en noteert: "Elena was er ook, aanvankelijk niet duidelijk, niet ergens. Maar ze was aanwezig en voegde zich bij hen. Ze waren met zijn drieën." Zelfs die ogenschijnlijke redundantie ("Ze waren met zijn drieën"; ja, we kunnen allemaal tellen!) is hier ijzersterk (want ze zijn natuurlijk helemaal niet met zijn drieën!).'

Meer ogenschijnlijke redundantie als De Jong de rest van de scène uitrolt:

'Het was Elena's hand die haar geslacht streelde, lief en stevig, zoals ze zelf niet zou durven [...]. Steviger en steviger, en sterker en sterker werd de gewaarwording van Elena's aanwezigheid. [...] Steviger en steviger. Dina kromde haar lichaam en opeens schreeuwde ze, zoals ze nooit eerder had gedaan, nooit eerder had gedurfd.'

Seks werkt in termen van herhaling. Literair wérkt herhaling dan ook, het herhaalde 'steviger' en 'durven' en de assonantie benadrukken een steeds gedachtelozer daad. De eerste-eeuwse rethorica-expert Quintilianus schreef al:

'Woorden worden verdubbeld, ofwel ter versterking [...] ofwel om medelijden op te wekken. [...] Maar dezelfde figuur wordt soms ironisch aangewend om iets te ontkrachten.' (vertaling Piet Gerbrandy)

II.

Dit is een begin. In het nieuwe nummer van de Revisor ben ik in scheerscènes gedoken. Wie scheert wie, wat gebeurt er, hoe staat het er? Nu zeg ik het alsof ik doelbewust met die scènes aan de slag ging, maar ik realiseerde me halverwege de onderneming dat dit minigenre over herhaling gaat, over iets dagelijks, dat tegelijk een bepaalde spanning heeft.

Nabokov zet in 'Het scheermes' een gruwelijk spannende scène op: een man scheert de man die hem martelde. In de vertaling van Anneke Brassinga:

'We zijn hier alleen, kameraad - begrijpt u? Het scheermes hoeft maar eventjes uit te schieten en er vloeit bloed, veel bloed. Dit is de plek waar de halsslagader klopt. Ik meen het, veel bloed, heel veel bloed.'

Iwanov ziet de kans op revanche, jaren na de oorlog, hij heeft de macht tot moorden en de macht tot vertellen. Tot herhalen. Begrijpt u? Ik meen het. Hij reconstrueert de marteling van jaren geleden - al vertelt Nabokov ons dát verhaal niet - en gebruikt zijn woorden als zijn mes, als een dreigmiddel.

'De doden worden altijd geschoren. [...] En ter dood veroordeelden ook, voor de executie. Ik ben u nu aan het scheren. Beseft u wat er te gebeuren staat?'

In Gustaaf Peeks Godin, held herinnert de vrouwelijke hoofdpersoon zich hoe haar minnaar gewoon was haar benen en meer te scheren. Mooie scène, waarin Peek de nadruk legt op de ernst van de minnaar - door herhaling. Heel anders is dat in Charlotte Roches Vochtige streken, waarin iets vergelijkbaars gebeurt. In de vertaling van Marcel Misset:

'Nu zijn de schaamlippen aan de beurt. Eindelijk. Eindelijk. Hij komt met zijn hoofd tussen mijn benen. Dat is de beste manier om mijn kutje bij te lichten. Die licht op als een behaarde lampion. Gloeiend rood van binnen.'

Als je hier in termen van herhaling naar kijkt, dan lijkt het toch wel enigszins ironisch.

III.

Dit is het begin van een dag.

'In de late zomer van 2005, op een woensdagochtend, sneed ik mij bij het scheren in de rechterwang en slaakte een kreet van pijn. De kreet was niet erg hard of hoog of rauw, het was een tamelijk bescheiden kreet, maar toch schokte hij me: het was een kreet waarin ik mijn eigen stem niet herkende. Nee, sterker, het was een kreet waarin ik mijzelf niet herkende. Ik sneed me wel vaker, maar slaakte nooit een kreet van pijn; hooguit vloekte ik binnensmonds of maakte ik een ongedurig gebaar.

Verrast door de merkwaardige kreet verstarde ik, keek mijzelf aan in de spiegel en kreeg een tweede schok: ik herkende mijn spiegelbeeld niet - althans niet volledig. Ik herkende weliswaar mijn trekken, mijn gezicht, ik besefte dat ik het was die terugkeek, maar in die trekken, in dat gezicht, in dat vertrouwde ik school een ander, een vreemdeling, iemand die ik beslist niet kende.'

[...]

De volgende ochtend gebeurde het opnieuw. Ik scheerde me, sneed me, slaakte een kreet die ik niet herkende, verstarde, keek in de spiegel en zag een vreemdeling. De ervaring van vervreemding was des te sterker door de herhaling; er vond niet alleen een verdubbeling plaats - ik en die vreemdeling maar die verdubbeling werd nog eens gespiegeld in de herinnering aan het voorval een dag eerder, zodat een soort Droste-effect ontstond.

[...]

Hoewel ik me de volgende ochtend uiterst geconcentreerd schoor, gebeurde het opnieuw. Toen opnieuw het bloed op mijn wang verscheen en de merkwaardige kreet weerklonk, moest ik mij met beide handen aan de wastafel vastpakken.

[...]

In de weken die volgden herhaalden de gebeurtenissen zich geregeld, niet elke dag, maar wel een meerderheid van dagen. Hoewel het gevoel van vervreemding elke keer optrad, merkte ik ook een zekere gewenning: het ongewone werd gewoon, simpelweg omdat het zich herhaalde.'

Het prettige van Sander Kollaards verhaal 'Hoe ik een man met baard werd' in Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde, is dat de analyse al meegenomen is. Het wordt, in termen van herhaling, saai. Het is niet vaak dat er meer dan één scheerscène in een boek te vinden is, bij Maria Stahlie zie je dat, A.F.Th. van der Heijden lijkt er in Onder het plaveisel het moeras een troop van te maken, maar niet elders zag ik die herhaling zo bepalend voor de plot. Let wel: Kollaard varieert wel. De scène wordt steeds bondiger. Waar eerst dat lelijke maar neutraal klinkende woord 'kreet' zevenmaal valt, bespaart hij er de tweede en derde en verdere dagen al flink op. Of neem de parallelle constructies die het besef moeten benadrukken:

'... ik herkende mijn spiegelbeeld niet - althans niet volledig. Ik herkende weliswaar mijn trekken, mijn gezicht, ik besefte dat ik het was die terugkeek, maar in die trekken, in dat gezicht, in dat vertrouwde ik school een ander, een vreemdeling, iemand die ik beslist niet kende.'

Ik herkende, ik herkende, mijn trekken, mijn gezicht, een flinke lading ikken, in díé trekken, in dát gezicht, in dát vertrouwde ik, een ander, een vreemdeling, iemand. En toch, of juist daardoor, is het een levendige zin, die net niet doortjilpt, maar genoeg hamert om de emotie te vergroten.

Ik heb mezelf al weer een paar keer herhaald, niet voor niets behandelt Quintilianus het in zijn De opleiding tot redenaar. Dit is toch een rede. Toch hoop ik dat dit een unieke avond wordt. Maar dat gaat dan weer niet in termen van herhaling.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog