Mooie vissen die naar me zwaaien

Hans van de Waarsenburg. Naklank (Azulpress, 2014)

Op 15 juni 2015 overleed Hans van de Waarsenburg. Hij was dichter, journalist, interviewer, presentator, radiomaker en organisator. Zijn generositeit en zijn cultureel activisme, zijn gevoeligheid voor wat er internationaal speelde, overschaduwden het feit dat hij zelf een krachtig en gevoelig en innovatief dichter was, zo reageerde zijn vriend Breyten Breytenbach op het nieuws van zijn overlijden. We verliezen een ware en warmhartige vriend. We verliezen ook een voorvechter die liet zien dat je geweldige dingen voor elkaar kunt brengen in wat men wel geringschattend ‘de provincie’ noemt. Dat de roos daar zal zijn waar het dansen plaatsvindt.

Hans van de Waarsenburg werd geboren in 1943 in Helmond. Hij debuteerde in 1965 met de bundel Gedichten. Niet veel later verhuist hij naar Maastricht, waar hij midden in het ‘Rimrammen in de Redoute’ terecht komt: happenings, voorleessessies. De dichter meldt zich aan als lid van de PEN en leert Heinrich Böll kennen. Een turbulente carrière is dan al begonnen.

De gedichten van Hans van de Waarsenburg hebben iets waardigs, ze schuiven heen en weer als serene waterplanten. Hans Groenewegen roemde de dichter om zijn strijdbare melancholie. Geladen poëzie, zo omschreef Maaike Meijer de zeer intense reeks van drie gedichten ‘Het is weer deze nacht’ uit de bundel Wie hier nog komt (Wereldbibliotheek, 2009), deze nacht dat ‘Ik je kus met dunne lippen’ en dat ‘oeverloos snauwen een / Vuist slaat tegen de sterrenloze hemel’.

Niet alleen Breytenbach en Böll, ook Seamus Heaney herkende de dichter in Hans van de Waarsenburg. Hij sprak hun taal en raakte vertrouwd met hen. Illustratief voor zijn internationale carrière is het boekje Verdwenen en toch bewaard (VLAM, 2008), waarin Van de Waarsenburg verhaalt hoe hij in het nog communistische Joegoslavië per ongeluk een gedicht van Paul Snoek voorleest, hoe Manuel Kneepkens wegvlucht als hem aan het Ohridmeer een vis wordt aangeboden en de fles drank in zijn tas laat breken als hij die thuis op de grond zet. Hoe een aangeschoten Bob den Uyl op een geïmproviseerde bijeenkomst in de Bulgaarse ambassade steun zoekt voor zijn plan België op te heffen omdat ze daar zulke verrot slechte fietspaden hebben. Deze anekdotes, met milde blik en humor beschreven, tonen hoe Hans was. Iemand die dingen mogelijk maakte, solidair en kameraadschappelijk, maar gelukkig altijd wel met de nodige relativering.

Bij de beschrijving van het meer
Wordt bloed gewist, worden
Wonden gedicht en rafels hersteld.
Bij de beschrijving van het meer
Hoort scharminkel en karkas.

Op reis in Indonesië vindt de dichter een verborgen theater, intact gebleven, uit de koloniale tijd. Hij schrijft erover in het schitterend uitgegeven gedicht Hotel Majapahit Surabaya. Met Willem van Toorn maakt hij de bundel Dodemansdagen (Wereldbibliotheek, 2014) over hoe te leven met steeds meer doden om je heen, in je herinneringen, hoe te slapen. In die bundel plaatst hij een portret van de weduwe van Hans Faverey, Lela Zekovic, een gewaagd gedicht over hoe haar handen verstopt in het dunne leer van glacés hem eerst bij de arm pakten en later haar ‘dode / Dichter omknelden of hij een / Whiskeyglas geworden was in / Het bittere uur van zijn dood’.

Op dergelijke momenten is Van de Waarsenburg een ingehouden en bijna journalistiek observator van wat er nu werkelijk aan de hand is die zich door niets of niemand uit het veld laat slaan. Hij verlangt op bezoek bij de weduwe intens terug naar zijn ‘koude / Jongenskamer met het blauwe / Balatum’. Het zijn de hoogtepunten, de paar parels in zijn oeuvre. In zijn meest recente dichtbundel Naklank (in 2014 uitgegeven door Azulpress, zonder twijfel vernoemd naar Hans' in 2006 verschenen bundel Azul) schreef hij over Helmond en zijn jeugd: ‘Ook de honger, die geen honger was / reuzel en de warmte van je gestopte trui, / oude kranten en sneeuw onder je klompen.’

Wat je geweest bent blijf je nalopen
het kind dat verder en verder
van je wegtrekt, dat je nakijkt

En waar je ook terug gaat,
ieder jaar worden de fotoos
van een jeugd anders geschud

In het gedicht ‘Grote peel’ spoort hij kinderen aan: ‘Zoek de kiezels / Kras de helmen / Drijf het moeras moe.’ In ‘Rotterdam’ spreekt hij van een ‘plat verleden / steen voor steen herschikt’. De bal ‘Was een aanfluiting van verveld rubber / En we waren allemaal scheidsrechter.’ Hans geneerde zich niet voor klare taal: ‘Geef / Ons heden worstenbrood / Want morgen zijn we Dood.’

Als ik een minpunt moet noemen, met de nodige schroom en tegenzin, dan is het dat hij niet altijd even kritisch was op zijn vertalers en ze soms wederdiensten liet verrichten op zijn festival. Was er voor het grote festival in Struga een goede vertaler aangetrokken, dan had Hugo Claus of een andere Nederlandstalige dichter daar zijn boom geplant zoals uiteindelijk uit iedere taal een dichter daar een boom plant, behalve een Nederlandstalige. Wie weet Van de Waarsenburg zelf wel. Het blijft de vraag of Hans daar wel iets aan zou hebben kunnen doen, hoezeer hij ook een graag geziene gast was aan het Ohridmeer. Hans deed wat hij kon, wat in zijn vermogen lag, hij was met name goed voor de mensen die op zijn pad kwamen. En als hij goed op dreef was maakte hij fraaie dingen, zoals het titelgedicht van de bundel Schaduwgrens:

Heuvels die glooien zie ik en soms zwemmen er
Vissen doorheen. Mooie vissen die naar me zwaaien.

Sluiers van gordijnen als het raam openstaat en de
Wind naar buiten waait. En hemels de geur van verre

Egyptische tabak, verpakt in platte sigaretten. Mijn lief,
Ik wil niets meer dan dit uitzicht vol mooie, naar mij

Zwaaiende vissen. De sluier van je haren en heuvels
Die glooien. Een ode aan alles wat langzaam verdwijnt.

Hans van de Waarsenburg bleef tot op het laatste eind toe een eerlijke en opgewekte man. Hij lapte codes aan zijn laars, uitgevonden door mannen die daar alleen maar zelf de sleutels van kennen en dat maakte hem des te eerlijker. Hem werd in 2014 de Hans Berghuisstok uitgereikt tijdens de Maastricht Poetry Nights, een bijeenkomst waar hij fysiek niet meer bij kon zijn. Aan huis gebonden, sterk vermagerd, bleef de wereldreiziger gul en goedlachs.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog