Skeledžija | Kroatië

Bekende vreemden

Voor Revisor.nl spreekt Richard de Nooy in een nieuwe reeks korte verhalen onbekenden aan. Hij schrijft de verhalen van 'Bekende vreemden'. Bekend, want ze komen ook voor in zijn nieuwe roman (werktitel Vreemdenliefde). Een voorloper was 'Annunaki', verwante verhalen stonden op A Quattro Mani. Na 'Morfine' en 'Rostjni Dan' is dit de derde aflevering.

*

‘Daar heb je Ranko. Te laat. Wat jammer nou.’

Je wordt gewezen op de laatkomer door Jergović, de groenteboer, die altijd even een praatje komt maken op de brug. Geen vervelende man, maar hij houdt wel van leedvermaak, zoals de meeste eilanders, die alles aangrijpen om hun eigen ellende te verlichten. Het is dubbel pret als het leed iemand treft die naar het vasteland is ontsnapt, en driedubbel pret als de ontsnapte daar ook nog succes heeft behaald. En dat heeft Ranko zeker. Hij staat naast zijn zilveren Porsche te balen, dat zie je aan zijn hele houding. De andere eilandbewoners op de brug zien het ook en krijsen als meeuwen bij een gestrande haai.

‘Net niet snel genoeg, met je dure Duitse slee.’
‘Had je maar via Krk moeten rijden, eikel.’
‘Ga lekker terug naar Zagreb!’
‘Forza Fiume!’
‘Hup Hagelwit!’

Lachend heffen ze het strijdlied aan van de Hvratski Nogometni Klub Rijeka, de Trots van het Noorden, waar Ranko in alle jeugdteams schitterde voordat hij koos voor het grote geld in Zagreb.

‘Die moet ook om twee uur op Mrkela’s begrafenis zijn,’ zegt Jergović.

Je kijkt op je horloge.

Mrkela had in 1947 drie wedstrijden onder de lat gestaan in Rijeka. Er bestond welgeteld één zwart-wit foto van dit avontuur. Daarop was de doelman duikend te zien, de bal net buiten het bereik van zijn uitgestrekte vingers. Een enkeling beweerde dat dit één van de negen doelpunten was die Mrkela in zijn drie wedstrijden als keeper van de Hagelwitten had moeten incasseren, waardoor zijn lot als profvoetballer werd bezegeld. Maar de meesten hielden stug vol dat het één van de vijf glorieuze reddingen was die Mrkela verricht had voor de club. Ondanks het feit dat de bal duidelijk richting de kruising leek te vliegen.

Je bent netjes op schema. Nog vier overtochten dan zit je dienst erop. Je gooit de motor ronkend open.

Nadat Mrkela was teruggekeerd naar Rab had het eiland zevenenzestig lange seizoenen moeten wachten tot de volgende balkunstenaar op het eiland werd geboren. Er werd beweerd dat God zelf Ranko’s moeder had bezwangerd. Er was geen andere verklaring zijn voor zijn bovennatuurlijke talent. Hij bewoog zich over het veld als een school spieringen – wendbaar, schitterend, ongrijpbaar.

Je bent voorbij de boei. Je zou makkelijk terug kunnen. Ruimte zat op het autodek. Straks zit de veerboot stampvol. Zoals de meeste bezettingsmachten bewegen de toeristen zich van noord naar zuid. En ieder jaar lijken ze dommer en brutaler, waardoor het in- en uitladen steeds langer duurt.

Ranko werd een held, een beroemdheid, een levende legende. Alle jongens op het eiland wilden hem zijn en alle meiden wilden naast hem in de roddelbladen staan. Hij was bijna ieder weekend op televisie te zien en soms ook doordeweeks. Zijn naam en zijn goed gekapte hoofd stonden vaak in the nationale kranten, en het plaatselijke sufferdje besprak uitgebreid iedere scheet die hij op of naast het gewijde gras liet.

De meeuwen staan nog steeds te krijsen op de brug. Hun gekraai, gedragen over de stille wateren van de haven, is duidelijk hoorbaar voor Ranko, die hen de rug heeft toegekeerd om te telefoneren. Zelfs zijn zwarte overhemd blinkt in de zon, die fel weerkaatst op het blanke beton waaruit de haven van Stinica is gegoten.

Het sentiment sloeg snel om toen Ranko op zijn drieëntwintigste verkocht werd aan Dinamo Zagreb. Er gingen geruchten dat hij zelf voor de overstap gekozen had. En toen gooide Ranko olie op het vuur door zijn ouders naar de hoofdstad te halen, waar hij een huis voor hen had gekocht. Zijn oudere broer – een berooide dronkenlap, die het succes van zijn broertje nooit te boven was gekomen – mochten de eilandbewoners houden.

Je kijkt weer op je horloge. Tegen de tijd dat je terug bent uit Misnjak zal het tien voor twee zijn. Misschien wel later door de zomerdrukte. Zelfs met zijn zilveren scheurijzer zal Ranko pas na drieën opdagen bij de begrafenis. Of hij overleeft de bochten van de kustweg niet en wordt zelf naast Doelman Mrkela op het bergkerkhof begraven.

‘Wat doe je nu, Skeledžija,’ zegt Jergović. ‘Keer je terug?’

De meeuwen op de brug worden wolven als ze de veerboot voelen wenden.

‘Hij moet spreken op de begrafenis.’
‘Echt?’
‘Ik sprak Meester Feric eergisteren. Die heeft alles geregeld.’
‘Je bent een beter mens dan ik,’ lacht Jergović. Hij stapt naar buiten om zich bij de wolven te voegen.

Je ziet Ranko in zijn auto stappen en met een stoot kracht naar de opstelplaats rijden. Je bent benieuwd hoe hij zal reageren als je hem via de luidspreker wijst op regels 1 en 2 van de rederij.

1) U wordt verzocht uw auto te verlaten nadat u geparkeerd hebt.
2) Niemand mag zich op het autodek ophouden tijdens de overtocht.

Leedvermaak.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog