25 December 2015

Kerstpakket van Revisor

A.F.Th. van der Heijden, Bregje Hofstede, Laura Broekhuysen en Annick Vandorpe in kerstsferen

Kerst bij Revisor? Het kan, met A.F.Th. van der Heijden, Bregje Hofstede, Laura Broekhuysen en Annick Vandorpe. Agendaliteratuur? Daar doen we niet aan, eerder aan Littérature sans saisons, deze lente en zomer werd er tweemaal over kerst geschreven op Revisor.nl, door Bregje Hofstede en Laura Broekhuysen. En terugkijkend vond ik meer mooie verhalen, van Patrizio Canaponi, A.F.Th. van der Heijden en Annick Vandorpe. Voor onder de kerstboom of op het strand, van het beste talent.

Laura Broekhuysen, 'Vis'

'Op de dag voor kerstavond, de drieëntwintigste, wordt er rotte rog bereid. Amma kookt het in de bijkeuken, met open deur. Toch is het huis ervan doordrongen, de geur van ammoniak hangt in de melk, het brood en de kussens, in onze kleren, tot diep in mijn koffer. We vluchten naar buiten. Uit iedere open deur walmt rog.
Onder de sneeuw ligt een dikke laag ijs, je zou kunnen schaatsen over de weg. Onze dochter ligt in de slee, in dekens gewikkeld. Ze zingt dertien coupletten over de jólasveinar, die beurtelings iets in haar kous doen, de dertien nachten voor kerst. De huizen zijn opgetuigd met zoveel lichtjes, bewegende sneeuwpoppen, rendieren en muurprojecties dat het niet onderdoet voor de Efteling.'

Bregje Hofstede, 'Het moest maar eens gaan sneeuwen'

'Als ze voetstappen hoort aankomen op de smalle stoep, opent ze haar ogen, verzamelt haar tassen en gaat dichter tegen de muur staan. Op de stompe neus van het grijze busje dat voor haar geparkeerd staat, zwieren lichtjes als schaatsenrijders over de lak. Ze ziet ze nu pas. Ann kijkt omhoog. Tussen de gevels hangen staalkabels als zuinig geregen parelsnoeren. Hier en daar cirkelt traag een discobal. Het zonlicht spettert eraf. Op het plaveisel van grauwe Vilvoordse steen deinen de lichtdruppels. Ze dwarrelen over de muur, witter dan het stucwerk, verzonnen sneeuw waar de wind geen vat op heeft. 
Toch zit er orde in, denk ze. Een ballet dat onverstoorbaar doorzet en door de haren en de bontkraag van voorbijgangers stuift. Misschien nestelt er zich af en toe een lichtje in hun capuchon, reist in de metro mee naar huis, en smelt daar weg in de plooien van een mantel. 
Als het nu eens ging sneeuwen.'

Annick Vandorpe, 'Porselein' (2012)

'Na elke gang ruim ik de tafel. Ik was direct af. De aspirine staat op de plank boven het aanrecht, maar wat haalt het uit? Tegen dit soort hoofdpijn helpen medicijnen niet. Zonder haar in de buurt gaat het. Op die momenten kan ik het. Een bel blazen. Als mensen over haar praten voel ik niets meer, de gesprekken glijden langs me af. Sowieso zijn de gesprekken zeldzaam geworden sinds de komst van de kleine. De kleine doen vader en moeder zuchten, zweten, lachen. Ze zijn hun huwelijkstherapie. Als we met ons vijven zijn kan ik geloven dat alles normaal is. Tot Mildred terugkomt en ik die ogen weer zie. De laatste keren heb ik een uitvlucht verzonnen om niet thuis te hoeven zijn, een groepswerk voor school, een cross met de atletiekclub. Maar kerstavond is heilig. Ik kan niet aan die ogen ontsnappen.'

A.F.Th. van der Heijden, 'Een postaal paard van Troje' (1996)

'De rijp gaf de doorslag. Een zaterdag begin december '89, en de natuur had met het oog op Kerstmis alle bomen van de Veluwe zorgvuldig zilverwit gespoten. Een sprookje. Hier had ik met mijn sleetse, steedse ziel aldoor naar verlangd. De rijp vertegenwoordigde de zuiverheid van een alcoholvrij, arbeidzaam leven... In Apeldoorn werden we met de auto van het station gehaald door de huiseigenaar, meneer Roldanus, die er helemaal niet als een huiseigenaar uitzag, maar eerder als een overjarige hippie, type ‘groenzoeter en bosneuker’ (Reve). In zijn riante Volvo reed hij ons langs het dichtgevroren kanaal door een tunnel van berijpte bomen naar zijn landgoed te Loenen. Het te huur staande huis was een zorgvuldig verbouwde kleine boerderij, omgeven door een zilverwitte tuin en een zilverwitte appelboomgaard; de rijp had werkelijk geen twijgje overgeslagen. Ik wilde hier nooit meer weg.'

Patrizio Canaponi, 'Gipsverband. Een kerstverhaal' (1980) (deel 2, 3, 4, 5, 6, 7

'Die zondagavond vergezelde Thjummi ons in de taxi naar het station. Hij had nog net even tijd voor het begin van de voorstelling. Hij droeg zijn witte ‘Nuling’-overall en was al gegrimeerd. Met hem tussen ons in hadden we veel bekijks, wat het afscheid iets openbaars en theatraals gaf. Thjum verliet ons toen de trein nog moest vertrekken. De trouw die mijn twee vrienden elkaar in de gauwigheid gezworen en met kussen bezegeld hadden, was misschien niet eeuwig, maar in ieder geval toereikend tot Kerstmis.'

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog