, 04 September 2016

Deze week gelezen (3)

Lezen leidt tot schrijven leidt tot lezen. Dus wat leest de redactie van de Revisor? Deze week lazen wij Jonathan Safran Foer, Five Dials, W.G. Sebald, Sandro Veronesi en Kent Haruf.

Daan Stoffelsen: W.G. Sebald, Duizelingen

Het verbaast me, als ik blader en lees in de nieuwe Freeman's en het digital-only tijdschrift Five Dials, onze Bladspiegels zijn erop geïnspireerd, hoe veel ruimte er in de Angelsaksische traditie is voor autobiografische literatuur: essays, memoirs, korte verhalen met een overduidelijke auteurs-ik. Of misschien negeer ik die traditie in de Nederlandse literatuur, laten we mijn eigen ik niet buiten beschouwing laten. In Five Dials #39 staat bijvoorbeeld een lang, intrigerend stuk van fietskoerier Emily Chappell over haar werk en leven. Is dat uitstekende journalistiek of literaire reportage? En Molly Prentiss schrijft erin over avondeten als sociaal bindmiddel, vanuit haar persoonlijke ervaringen in een commune. Erg interessant - al zou ik het in de krant waarschijnlijk overslaan, als een 'stuk' dat 'ergens' over gaat, als lifestyle, magazine, tijdsgebonden lux.

Dat geldt allerminst voor de meeslepende gravitas van W.G. Sebald, wiens kleine oeuvre ik rantsoeneer: een boek per jaar, in een rustige periode. Dit is onmiskenbaar literatuur. Uit Duizelingen, 2008, vertaling Ria van Hengel: 'Het had die ochtend geloof ik niet veel gescheeld of wij hadden allebei leren vliegen, of in elk geval had ík bijna dat geleerd wat je nodig hebt voor een fatsoenlijke sprong omlaag. Maar de gunstige ogenblikken laten we altijd voorbijgaan.' Hier spreekt verbeelding, stijl (ritme, alliteratie, assonantie). Hier worden we sluipenderwijs verrast door wijsheid.

Marjolijn van Heemstra: Han Kang, The Vegetarian

Het is een bizar, spookachtig boek, The Vegetarian. Een jonge, onberispelijke huisvrouw besluit na een bloederige nachtmerrie om nooit meer vlees te eten waarna zich een trage metamorfose voltrekt en zij steeds onaangepaster wordt. Haar man, een lompe hark, weet zich geen raad meer met zijn asociale vrouw en zoekt steun bij haar familie. Als ze allemaal samenkomen om haar weer op het rechte pad te brengen loopt het uit de hand. Haar ‘gekte’ lijkt besmettelijk.

Soms vraag ik me af of het hele verhaal niet eigenlijk een droom is. Overdenkingen van de man worden afgewisseld met een soort waanachtige flarden van de vrouw. Ik las nooit eerder iets van een Koreaanse schrijver, ik weet niet of dit representatief is voor de Koreaanse literatuur, maar het is allemaal nogal duister en desolaat. Ik weet niet eens of ik het wel echt begrijp en of dat er überhaupt toe doet in dit geval. Wel verfrissend om in zo’n compleet vreemd universum te worden gezogen. En de Engelse vertaling van Deborah Smith leest ongelooflijk fijn.

Thomas Heerma van Voss: Jonathan Safran Foer, Hier ben ik

De nieuwe roman van Jonathan Safran Foer. We moesten er elf jaar op wachten, ik wist de afgelopen maanden niet wat ik van alle voorpubliciteit en aankondigingen moest denken, en na tweehonderd bladzijdes weet ik ook nog niet wat ik van de roman moet vinden. Nu ja, ik weet dat ik er geboeid in lees, wat gezien de veelvoud aan (soepele) dialogen ook makkelijk in is, er staan tal van mooie overpeinzingen en scherpe gedachtes in, maar soms heeft Foer de neiging de elementen die hij al suggereert, de spanningen die zijdelings al duidelijk worden, nog even te expliciteren. Een tegemoetkoming aan de lezer? Een verschil in literatuuropvatting?

Ik weet niet helemaal hoe ik het moet zien, over deze roman ben ik sowieso nog niet uitgedacht, en in de bespreking die ik voor De Groene Amsterdammer zal schrijven kan ik maar een deel van de thema's behandelen. Tot nu toe ben ik positief, dat in elk geval. De wijze waarop Foer een huwelijk in verval weergeeft, is voortreffelijk, alleen vrees ik dat hij de komende vierhonderd bladzijdes - zo dik is het boek - steeds meer de kant op zal gaan van de Joodse identiteit, van het doorgeven van gewoontes en gedachtes aan andere generaties, kortom, dat Foer steeds meer zal uitzoomen. Terwijl ik hem vooralsnog het beste vind op de vierkante meter, in het verfijnd beschrijven dat keukentafelproblemen. Verder herlas ik deze week twee romans van de intrigerende Sandro Veronesi, Zeldzame aarden en In de ban van mijn vader, voor het interview dat in Spui25 plaatsvond.

Jan van Mersbergen, Kent Haruf, Het lied van de vlakten

Acht jaar geleden schreef ik op mijn site al een stukje over Het lied van de vlakten, de vertaling van Plainsong, van Kent Haruf. Een van de beste boeken die ik ken. Ik nam het boek mee in de trein naar Berlijn om het te herlezen. In september 2008 schreef ik:

Ik ben voor eerst sinds tijden een roman aan het lezen waar ik echt van onder de indruk ben. Het is een roman van Kent Haruf en hij heet Plainsong, vertaald als Het lied van de vlakte. Het is een sobere roman, een eenvoudig verhaal, over eenvoudige mensen in een kleine gemeenschap ergens in Amerika. Een meisje dat zwanger is. Een schoolmeester die alleen voor zijn tweeling moet zorgen, twee oude mannen die zich over het zwangere meisje ontfermen. Haruf neemt de tijd voor beschrijvingen en dialogen. Hij zegt wat hij moet zeggen. Hij laat de mensen zeggen wat ze moeten zeggen. Een mooi voorbeeld is het slot van een scène waarin de tweeling samen met hun vader staan te kijken hoe een van hun paarden sterft. De vader heeft liever niet dat ze het zien.

Maar jullie zouden eigenlijk naar binnen moeten. Jullie zullen het niet leuk vinden.
Dat weten we, zei Ike.
Ik denk niet dat je het weet, jongen.
Nou, zei Bobby. We hebben wel eens kippen gezien.
Ja. Maar dit is geen kip.

Voor dergelijk eenvoudig schrijven moet je veel lef hebben en Haruf toont al zijn lef in deze roman die al in 1999 verscheen en snel vertaald werd en destijds al heel snel bij de Slegte lag, op de tafel van drie voor een tientje.

Ik vind de roman nog steeds bijzonder sterk. Geen fratsen, goeie karakters, goed en helder verteld, en in die ogenschijnlijke eenvoud heel menselijk en sterk.

In het begin van het boek gaan de tweelingbroertjes Ike en Bobby kranten rondbrengen:

‘Bobby nam het oudste, netste deel van Holt, de zuidkant waar de brede vlakke straten omzoomd waren met iepen en acacia’s en coniferen, waar de comfortabele huizen van twee verdiepingen een eindje van de weg af lagen op hun eigen grasveld en waar aan de achterkant garages uitkwamen op grindpaden, terwijl Ike op zijn beurt de drie blokken aan Main Street aan beide kanten deed, de winkels en de donkere appartementen boven de winkels, en de noordkant van de stad aan de andere kant van het spoor, waar de huizen kleiner waren, vaak met braakliggende landjes ertussen, waar de huizen blauw of geel of lichtgroen waren geverfd en waar ze misschien kippen hadden in de achtertuin in gazen rennen en hier en daar honden aan kettingen en ook autowrakken die roestten tussen het onkruid onder de laag overhangende moerbeibomen.’

Een enkele ademloze lange zin, en toch ook maar 139 woorden die je meteen die complete stad schetsen.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog