, 11 November 2016

Deze week gelezen (13)

Julia Deck, Peter Terrin, Arnon Grunberg: de redactie las een kleine roman, begon aan een grote, en las de brieven van een beginnend groot talent.

*

Daan Stoffelsen: Julia Deck, Viviane Élisabeth Fauville

'Helemaal zeker weet u het niet, maar het komt u voor dat u vier of vijf uur geleden iets hebt gedaan wat u niet had mogen doen,' staat op de eerste pagina van Julia Decks kleine roman Viviane Élisabeth Fauville. U, een vrouw, moeder sinds twaalf weken, gescheiden, verhuisd, uw moeder is overleden of niet, hebt gisteren in Parijs uw psychoanalyticus vermoord. U, Viviane Élisabeth Fauville, wordt verhoord en vrijgelaten. U begint de andere verdachten - de echtgenote, de minnares, een jonge, mannelijke patiënt - te schaduwen, en u wordt opeens ik of je en dan weer u of wij. Dit is een schizofreen boekje rondom een fait divers, zomaar een moord in de krant. Er bestaan hele theorieën over het journalistieke genre, Roland Barthes heeft een essay 'Structure du fait divers' geschreven dat ik niet gelezen heb, dan weet u het wel, en Teju Cole heeft een reeks 'Small fates' geschreven, dan is het binnen 140 tekens én literatuur.

Maar de vorm die Deck erbij bedacht met een hoofdverdachte, of verdachte in haar hoofd, die zich aangesproken voelt door zo'n fait divers en meer en meer verdenkingen op zich laadt en de messenset stiekem teruglegt bij haar ex, die vorm werkt. Het is alledaagse paranoia. Zoals Arjan Peters schreef in de Volkskrant alvorens hij de schrijfster ging interviewen op Crossing Border: 'Ik vond het heel mooi, zonder te durven zeggen dat ik alles snap.' Is Philip Huff al aan het turven hoeveel interviewers de boeken van de geïnterviewden bespreken? Ik ben het in ieder geval eens met Arjan Peters op argumenten (ik lees liever dan dat ik tel, alvorens ik wantrouw), en hij maakt zijn vier sterren en oordeel aannemelijk: 'De lezer weet niet precies hoe het zit, en dat is de charme van deze roman die in een flonkerende stijl is geschreven.' Het is verwarrend en fascinerend en mooi. En scherp: 'U hebt gestudeerd, een mooie professionele loopbaan. Die bezigheden laten weinig tijd over om een perfecte huisvrouw te worden. U betreurt dat, want in uw momenten van ontreddering zou u naar de eerste de beste luisteren en er zijn nog altijd mensen die beweren dat je daarmee een man aan je bindt.' Ja.

Uitgeverij Vleugels gaf Decks roman uit in de vertaling van Lidewij van den Berg en Katrien Vandenberghe. Het is bij de betere boekhandel te koop. Op de site van de uitgeverij staat een fragment (PDF) te lezen.

Jan van Mersbergen: Peter Terrin – Yucca

Na mijn lezing van afgelopen weekend vroeg de aardige boekhandelaar van Donner in Rotterdam of ze me nog blij kon maken met een boek, en we liepen al in de richting van de afdeling met literatuur waar heel veel boeken op de tafel lagen die ik kende en wilde lezen, maar de eerste naam die in me opkwam, het boek dat ik echt graag wilde hebben was Yucca van Peter Terrin. Ik kreeg de roman mee, in de snelle trein terug naar Amsterdam las ik alvast een stuk. De details in dit proza doen me — zoals ik van Terrin gewend ben — goed. Het zijn precieze details die toch ruimte laten.

Viktor wordt vrijgelaten uit de gevangenis. Elf jaar heeft hij daar gezeten. Hij komt buiten en kijkt om zich heen. Een schrijver kijkt ook om zich heen, dat is een van de belangrijkste facetten van het vak, en Peter Terrin doet dat heel goed en precies. Op bladzijde vijftien ziet Viktor (eigenlijk ziet Terrin dit) ‘een vrouw met een boodschappennet en een te dikke jas voor de tijd van het jaar’ hem traag voorbij lopen. Een doodgewone gebeurtenis, maar omdat een man die net is vrijgelaten uit de gevangenis het ziet krijgt het toch lading. Het net valt me op. Geen boodschappentas of een kar, maar een net. Dat is open, dat hangt laag bij de straat. Ook die te dikke jas voor de tijd van het jaar is opvallend. Ik zie ze vaak op straat, het typeert de mensen die ze dragen. Het trage lopen typeert deze vrouw ook, en tevens typeert het Viktor, want hij staat stil. Hij kijkt.

Er fietst een man voorbij, hij heeft een rugzak om, en aan de ritssluiting van die rugzak bungelt een golfbal. Alweer zo’n detail: het bungelen, die golfbal. Iedereen weet hoe zo’n balletje eruit ziet, de putjes, de kleur, hoe hard die dingen zijn. Je voelt hem bewegen. Dat mag ik als lezer allemaal zelf invullen. Daar dank ik deze schrijver voor.

De muur van de gevangenis is anders, hij kijkt er nu van buiten tegenaan. Binnen was de muur ‘een projectiescherm, waarop iedereen zijn eigen film zag’. Een veranderende muur, beschreven vanuit een ex-gevangene, zijn kijken, samen met het kijken van de schrijver, dat maakt het begin van Yucca veelbelovend.

Bovendien is het taalgebruik van de Vlaming Terrin verzorgd, sober en helder. Hij schmiert niet met oudbollige zegswijzen of bloemrijke vergelijkingen waar veel Vlaamse schrijvers zich aan vergalloperen — het idee dat literatuur iets opgepoetst moet zijn, woorden met krullen, zegswijzen die de lezer geen ruimte laten en gesproken woord dat enkel op papier status zou moeten hebben maar eigenlijk alleen leegte verhult. Terrin bewijst dat ook Vlamingen kunnen kiezen voor beschrijvingen, voor details die juist ruimte laten en voor een dwingend veelkantig verhaal. 

Met genoegen lees ik verder.

Athenaeum Boekhandel bracht een voorpublicatie uit Yucca. De roman is verschenen bij De Bezige Bij.

Thomas Heerma van Voss: Arnon Grunberg, Aan nederlagen geen gebrek

Hier keek ik al een tijdje naar uit: een volledig overzicht van de brieven die Grunberg rondstuurde in zijn jonge jaren, de jaren die de aanloop (en deels ook aanleiding) vormden voor Blauwe maandagen. Delen waren al verschenen, andere correspondenties waren in verhaalvorm of als anekdote allang naar buiten gekomen, maar het bleef altijd onvolledig aanvoelen; sommige snippers kwamen veelvuldig naar buiten, andere bleven tot nu deels of geheel verborgen. Fijn om dat nu op een rijtje te hebben, geannoteerd en wel, en zoals ieder Privédomein-gedeelte fraai uitgegeven.

De hoofdtoon van de brieven was eigenlijk al voor publicatie bekend: als late tiener en vroege twintiger is Grunberg vooral bezig zijn territorium in de wereld af te bakenen. Hij hunkert naar contact, probeert zichzelf voortdurend onder de aandacht te brengen, legt zijn eerste contacten in de toneel- en later boekenwereld, duwt velen vervolgens weg, treitert, herhaalt, beledigt, probeert. Al met al zijn het bijna vijfhonderd bladzijdes, verspreid over een tijdsinterval van 1988-1994. Natuurlijk zitten daar minder sterke brieven tussen, zeker in het begin van deze collectie, wanneer Grunberg vooral mededelingen over naderende toneelstukken rondstuurt. En natuurlijk zitten er ook later in de bundel genoeg fragmenten die hij later scherper heeft geformuleerd, en overlappen de brieven onderling nogal. Maar het fijne aan deze collectie is toch juist dat die zo volledig is, en chronologisch geordend, waardoor je treffend ziet hoe Grunberg zich ontwikkelt. Of eigenlijk: hoe zijn schrijverschap zich ontwikkelt. Hij begint steeds vaster te schrijven, steeds doelgerichter en zelfverzekerder. Prachtig zijn sommige brieven waarin hij de toneelwereld op de hak neemt. (Veelal aan de hand van uitgeschreven telefoonconversaties.) Prachtig is het ook hoe, soms zijdelings, allerlei randvoorwaarden van zijn schrijverschap al zichtbaar worden: zijn afkeer van sociale gebeurtenissen en vergaderingen, zijn hoge productie, zijn werkgerichtheid, zijn overtuiging om te varen op eigen kompas.

Deze brieven waren nodig om Blauwe maandagen te schrijven. Die indruk bekroop me steeds meer naarmate ik verder las in Aan nederlagen geen gebrek. We zien hoe iemand zijn schrijverschap ontwikkelt, begint vorm te geven, leert wat hij kan met zijn woorden. Op de inhoud valt een en ander aan te merken, maar tegenover iedere zwakke passage zijn zo twee sterke fragmenten aan te wijzen, en bovendien zit er een zeldzame jeugdige levenslust in, een ongeremdheid die geadresseerden ongelofelijk geïrriteerd moet hebben. Uit een brief medio 1992: 'Camus dacht dat alles wat mensen deden een excuus was om geen zelfmoord te hoeven plegen. Een meer dan interessante gedachte. Ik denk dat alles wat wij doen hopeloze pogingen zijn de intense verveling en walging te verdrijven waar onze dagen mee gevuld zijn.' 

Uitgeverij De Arbeiderspers gaf het boek uit.

twee reacties

Arjan Peters

Nadat ik deze zomer Deck had gelezen en besproken, vroeg Crossing Border mij haar in november te interviewen. Dat lijkt me de juiste volgorde.

Arjan Peters , - 11-11-’16 11:17
Daan Stoffelsen

Dank Arjan, dat lijkt mij ook, de kritiek was ook veeleer gericht op Huffs rekenwerk en de conclusies die daarop volgden. De schijn van betrokkenheid – door die ene, zeer informatieve verwijzing naar Crossing Border – mag ook nooit de aanleiding zijn om níét te lezen, kritisch de argumenten en citaten in een recensie te volgen. Hoe was jullie gesprek?

Daan Stoffelsen, (URL) - 11-11-’16 11:47
We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog