, 18 November 2016

Deze week gelezen (14)

Cynan Jones en Belcampo: we lezen weinig. Maar wel het beste boek van het jaar en een briljant oud verhaal.

*

Jan van Mersbergen: Cynan Jones, De burcht

Er zijn kleine boeken en opgeblazen boeken. Op het eerste gezicht is De burcht een opgeblazen boek. Gezien de bladspiegel doet het denken aan The Road van Cormac McCarthy, door de vele witregels. Die roman echter had nog wel body en de Nederlandse editie had veel woorden op een pagina. Die witregels gaven even rust na een volle innemende alinea van maar een paar regels. Max Porter had dat ook: erg ruim opgezet maar door de thematiek en de geconcentreerde zinnen werden de bladzijdes toch gevuld. De burcht telt steeds drie tot acht witregels op een bladzijde waarop normaal gesproken zo’n dertig regels staan, dat is heel veel lucht. De bladspiegel bepaalt nu eenmaal deels het leestempo, het ritme. Deze losse zinnetjes van Jones hebben geen lucht nodig, meestal zijn het eenvoudige beschrijvingen die gewicht lijken te winnen door het wit maar die meestal gewoon overlopen in de volgende handeling. Het wit is vulsel. Even tellen: van de 158 pagina’s zijn er in De burcht 23 volledig wit. Dat is bijna een op de zeven. Blijft erg veel. De meeste ruimte is gewonnen door de vervelende indeling en vooral dus door witregels. Verschillende delen die weer onderverdeeld zijn in hoofdstukken, ieder hoofdstuk begint op de rechterpagina. De linkerpagina is dan meestal leeg en als er een nieuw deel komt dan is de rechterpagina voor de tekst weer begint gevuld met: deel zoveel. 

Geen idee trouwens wat de delen onderscheid, het zou evengoed een doorlopend verhaal kunnen zijn. Ook staan er bolletjes en kringeltjes in de tekst, dan schakelen we over naar een ander personage. Bij drie witregels onder elkaar (de enterknop zat soms los, zo lijkt het) maken we een sprongetje in de tijd op naar een andere locatie. Die witregels maken de bladzijdes niet alleen fragmentarisch, ze stoppen licht in het verhaal, geven de lezers adem terwijl die lezer juist ademloos wil lezen. Het schijnt dat de andere boeken van Jones ook zo opgezet zijn. Ik schat dat De burcht amper dertigduizend woorden telt. Een beetje roman telt zestigduizend. Oorspronkelijk verscheen dit boek van Jones als The Dig, en de opzet met hoofdstukken en witregels was hetzelfde, natuurlijk – vertalingen worden nooit bijgeschaafd. Maar moet je als Nederlandse uitgever daarin mee gaan? Dat is wel veilig. Bovendien verkopen boekhandels alleen romans of liever nog: biografieën, waargebeurd, thrillers, kookboeken. Wat als je daar niet onder valt, met fictie, en ook nog eens heel weinig woorden? Verhalenbundels en novelles worden amper ingekocht. Dus misschien wilde uitgeverij Koppernik De burcht verkopen als een roman. Terwijl het een mooi klein boek is, dat prima als mooi klein boek uitgegeven had mogen worden.

Het is ze vergeven.

Na mijn uitgebreide gemopper kan ik alleen maar zeggen dat dit het beste boek is dat ik dit jaar las.

Een boek met eenvoudige harde personages en een eenvoudige thematiek: boerenleven en jacht.

Een grote man jaagt op ratten en ander wild, en uiteindelijk op een das die in een burcht woont.

Wat ze daarna met de das gaan doen zal ik niet verklappen.

Een boer die in hetzelfde gebied woont verloor zijn vrouw en de passages over dat leed zijn prachtig.

De helper van de grote man heeft een zoon en die jongen is ook een interessant karakter.

Een kleine boek dat qua verkoop geen potten zal breken, maar wel een juweeltje dat vrijwel alles uit de bestsellerslijst doet verbleken.

Als je door het wit heen leest.

Uitgeverij Koppernik gaf De burcht uit, in de vertaling van Jona Hoek, die zijn werk toelichtte bij Athenaeum.nl.

Daan Stoffelsen: Belcampo, 'Avontuur in Amsterdam'

Gisteravond werd de nieuwe roman van Jan van Mersbergen gepresenteerd, De ruiter. Hij stuurde me een digitaal bestand, ik heb het nog niet uit, maar de schrijnende inkijkjes die Jans verteller, een paard, 'voelt', zijn al zeer de moeite waard, en de hitsigheid van het paard is prachtig. Ik begon ook aan A.F.Th. van der Heijdens Kwaadschiks, maar daarover durf ik zeker nog niets te zeggen, behalve: intrigerende gegevens, en een genoegen om Ernst Quispel weer aan te treffen. En de Nescio-jubileumuitgave waar ik een tijdje terug over schreef, is verschenen. Ik schreef er voor Athenaeum.nl over, en ik zal er hier niet verder over uitwijden, het is een perfect boekje om toe te voegen aan een aanschaf bij die fijne boekhandel. Een prachtig schoencadeau.

Nu wil het feit dat mijn collega als Athenaeum-redacteur streng en rechtvaardig een liefje van me om zeep heeft geholpen in die beschouwing.
Dit is mijn revanche. Belcampo's 'Avontuur in Amsterdam' verscheen in de bundel Tussen hemel en afgrond (1959), hoewel ik hem lees in Al zijn fantasieën (1979) en het inmiddels weer in druk is in een nieuwe bloemlezing. Het gegeven: de schrijver-arts krijgt de opdracht van de overheid over Amsterdam te schrijven, en neemt het serieus op: 'Wanneer ik nu eens alle levensdagen die mij restten opgebruikte in één keer, op één dag. Op een mooie voorjaarsdag. Niet zo dat er duizenden van mij door de stad liepen, nee de dagen die ik opgebruikte waren zieledagen.' Belcampo zal bij tienduizenden stadsgenoten zielepassagier zijn, en de herinneringen van die ene dag kunnen benutten voor zijn opdracht. Belcampo bezielt dus letterlijk Amsterdam (iets wat ik in figuurlijke zin bij Nescio probeer te duiden in het Athenaeumstuk)! Het verhaal is onsterfelijk om deze redenen:

  • Het bizarre idee (die hij, Belcampo is altijd té tevreden met zijn ideeën, veel meer uitwerkt dan het prachtige resultaat, een ander schrijver zou er een lijvige verhalenbundel van maken, hier wijdt hij maar 20% aan twee Amsterdammers);
  • De scène waarin hij God oproept ('"Natuurlijk! Ik heb liever dat ze van jou bezeten zijn dan van de Satan." En weer lachte hij hardop. [...] "Tutoyeer me gerust," zei hij, "De duitsers doen het allemaal, dan mag jij het zeker."');
  • 'Tussen zijn medemensen leeft ieder als Daniël in de leeuwenkuil, ze eten hem niet op, maar dat is dan ook alles.' En: 'Je kent [de anderen] niet beter dan zoals je een land kent waar je eenmaal met de trein doorheen bent gereisd of hoogstens een halve dag hebt verbleven.' En: 'Haast niemand kende mijn werk. Ieder schrijver wordt geboren als vergeten schrijver, zoals je ook geboren weduwnaars hebt.';
  • Zijn wandeling door de stad, heel vroeg en daarna tot laat.
  • De razende binnenkomst van tienduizend herinneringen om 8 uur 's ochtends.
  • De ene scène die hij wél uitwerkt.

En dat is deze: hij komt een bioscoop uit, en dwaalt door de stad, tot in de rosse buurt. Een ontmoeting, een vrijpartij (althans, 'Van onderen lieflijk omstrengeld, lagen wij elkaar een hele tijd stil aan te kijken', dat duidt daar toch op? Hoewel hij in twintig jaar stilistisch minder stroef is gaan schrijven, blijft het erg tijdgebonden.). En dan de wederzijdse herkenning tussen een jonge hoerenloper en een lief hoertje - niet zoals ik me herinnerde, bij het orgasme, maar niet minder ijzersterk:

‘En opeens, waar ik het aan zag, ik weet het niet, ik weet het niet, een bepaalde flikkering in het oog, een bepaalde trekking om de mond, ik herkende. Haar met mijn wijsvinger pal in 't gezicht wijzend riep ik uit: "Belcampo!"
Nooit vergeet ik de komieke verbazing op haar gezicht. Prompt richtte ze nu haar wijsvinger op mij en riep uit: "Belcampo!"
Geen twijfel aan, mijn ziel was in dit bed in duplo aanwezig.’

Het eindigt in een kussengevecht en vechtpartij.

Querido gaf De surprise en andere bizarre verhalen uit (inderdaad, de filmeditie), waar 'Avontuur in Amsterdam' in opgenomen is.

Geen reacties

We willen u nog veel meer vragen, maar er in ieder geval zeker van zijn dat u een mens bent, een lezer, een schrijver, maar in ieder geval geen robot.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
Omhoog